Login


All times are UTC + 2 hours [ DST ]


It is currently Thu Dec 14, 2017 9:57 pm




Post new topic Reply to topic  [ 6 posts ] 
Author Message
 Post subject: in de tempel van Azuth.
PostPosted: Mon Mar 23, 2009 9:44 pm 
Paladins! Elder
Paladins! Elder
User avatar

Joined: Tue Oct 26, 2004 12:55 am
Posts: 138
Location: Darromar
Manipulating golem’s ?

“zo dat duurde langer dan ik verwachte?”
de voice van Astoth verwelkomt zijn vrienden terug die zoals in de planning een golem hebben mee genomen uit de Dragon’s horde.
“we hadden wat oponthoud door een reusachtige diamant die Valerius nogal in de weg zat”
Marcus kijkt ondertussen naar de golem en ziet dat deze niet in bedrijf meer lijkt te zijn.
“ik zal sir Shoform halen zoals u vroeg? “
een sorcerer die van achter Belros vandaan stapt vraagt de leider van Azuth om permissie.
“dat is goed Farian”
Valerius kijkt over zijn bril om oog contact met zijn volgeling te krijgen.

Als een minuut of tien later Yaron Shoform de kamer betreed en zijn onderzoek begint word het rustig, Belros en Marcus houden een om de beurten een oogje in het zeil voor als de golem mogelijk actief zou worden en ook Valerius was veel aanwezig maar zeker niet altijd.
Het was aan Yaron om het onderbewustzijn van de golem binnen te dringen en de karige informatie die hij in zijn kop zou hebben eruit te halen.
Eenvoudig is dit niet hij was inmiddels een halve dag bezig met het onderzoeken en bekijken van de golem.
Hoe was hij gemaakt, van welk materiaal , hoe oud was hij, hoeveel schade had hij opgelopen in de loop der jaren?.
Het was duidelijk dat dit soort golem over een herstel systeem beschikte waardoor hij nog eigenlijk als nieuw was of hij gisteren was gemaakt.
Na de uren van onderzoek was het voor Yaron duidelijk, hij pakte een veer van een griffieon en doopte die in een stroperige substantie.
Dit mengsel bevatte draken bloed vermengd met een stuk hersenen van een Mind Flayer en zou de informatie uit de golem moeten kunnen halen.
Met een vloeiende beweging tekende Yaron een symbool van Azuth op het voorhoofd van de golem en sprak zijn spreuk uit om de informatie te vergaren die hij wilde hebben (legend lore)

Met een hand op het hoofd van de golem en de veer van de griffioen in zijn andere hand zag hij het symbool van Azuth wat oplichten, niet veel maar wel wat en hij concentreerde zich nog harder en wachte op wat zou komen?


Top
 Offline Profile  
 
 Post subject:
PostPosted: Wed Mar 25, 2009 1:31 am 
Paladins! Elder
Paladins! Elder
User avatar

Joined: Tue Oct 26, 2004 1:02 am
Posts: 61
Location: Darromar
Het kon bijna geen toeval zijn geweest (de magiër moest hier een zesde zintuig voor hebben gehad) want juist op dat moment kwam Valerius de kamer binnenlopen. In een flits zag hij dat Yaron zojuist de "Legend Lore" spreuk had uitgesproken.

Zo geruisloos mogelijk (hij wilde Yaron niet uit zijn concentratie brengen) ging Valerius een aantal meters rechts achter Yaron staan. In zijn gedachten vormde hij de archaïsche begin-lettergrepen van de krachtige "Greater Dispel Magic". Mocht zijn trouwe tempel-genoot in gevaar komen, dan was Valerius klaar om hem terzijde te staan met deze spreuk. Geconcentreerd keek Valerius naar het mechanische wezen dat in het midden van de kamer stond, het symbool van Azuth lichtjes gloeiend op zijn mechanische voorhoofd. . .


Top
 Offline Profile  
 
 Post subject:
PostPosted: Sat Mar 28, 2009 12:13 am 
Paladins! Elder
Paladins! Elder
User avatar

Joined: Sat Mar 08, 2003 9:22 pm
Posts: 110
Location: Darromar
Hoewel Valerius beter wist, kon hij zich toch niet bedwingen. “Weet je al iets?”, fluisterde hij van achter de golem naar Yaron.
Als Yaron de heer van deze tempel al gehoord had, liet hij dit niet merken.
Met gesloten ogen bleef hij bewegingloos voor het mensgrote metalen monster staan. Zichtbaar tot in iedere zenuw geconcentreerd. Langzaam kroop de eerste druppel zweet van onder zijn kap over zijn wang naar beneden.
Zachtjes sprak Yaron met zijn kenmerkende diepe stem: “Dit is een krachtige vorm van magie die aan het werk is. Oud... Eeuwenoud. Moeilijk thuis te brengen. Ruw, maar artistiek... Alsof iemand geprobeerd heeft om een vloedgolf in een fles te vangen...”
Langzaam bracht Yaron een trillende hand omhoog tot voor het metalen gezicht van de golem.
Valerius zag duidelijk dat Yarons hand trilde van inspanning en niet van angst.
Yaron Shoform was een man die hoogstwaarschijnlijk geen angst kende, met zijn gave, zijn roeping kon hij alle zaken waar een normaal mens bang voor was categoriseren en onderbrengen in rubrieken. Dit was zijn enig doel hier op Toril. Voor angst was geen plek toebedeeld in de rubrieken van Yaron.

Enkele seconden bleef de hand van Yaron centimeters van het gezicht verwijderd; alsof Yaron een soort van onzichtbaar aura aftastte.
“Ik voel één... nee meerdere makers van dit voorwerp.”, mompelde de diepe stem van Yaron. “Ze hebben op wonderbaarlijke wijze de oplossing gevonden om dit levenloos voorwerp een eigen leven te geven. Iemand heeft zijn ziel hiervoor beschikbaar gesteld... Een fragment in alle soldaten en priesters van metaal. Wij zijn niet alleen... Linoge. Ik ben Legion want ik ben velen.”
Yaron ratelde mompelend door, terwijl het zweet nu in straaltjes van gezicht af droop. “Ik ben enkel en niet alleen. Ik ben wij. Wij zijn mij. Legion want ik ben velen. Ik ben Legion...”
Hooggespannen sloeg Valerius dit ritueel gade. Zijn compaan die met zijn hand enkele centimeters voor de levenloze metalen golem stond en al deze informatie uit het wezen wist te onttrekken. Toen de hand van Yaron zich plots op het gezicht van de golem vast klonk, zoals een magneet een speld kan aantrekken, sloeg Valerius’ hart een slag over.
Hij wist zeker dat Yaron dit niet uit vrije wil had gedaan, maar dat iets in de golem de hand van Yaron naar hem toe had getrokken.

Yarons lichaam schudde kort, alsof hij onder electriciteit werd gezet en bleef toen kaarsrecht staan; nog steeds zijn hand over het gezicht van de golem.
Het pulserende symbool van Azuth op het voorhoofd van de golem doofde langzaam.
Net toen Valerius aanstalten wilde maken om Yaron Shoform los te trekken van de golem, opende Yaron zijn ogen. Wat Valerius zag, deed hem onbewust weer een stap terugdoen. Onder de kap van Yaron keken twee pupilloze ogen, gevuld met blauw, statisch licht de afgesloten kamer rond.
Toen Yaron weer sprak had de vertrouwde, diepe stem plaats gemaakt voor een geluid dat nog het best te vergelijken is met een metalen staaf die krast en slaat op ander metaal.
De stem sprak eerst enkele zinnen die Valerius niet kon verstaan en toen de magiër aan het onaardse geluid gewend was, hoorde hij het volgende: “Iiieeeehh! Ik ben Legion, verspreid over mijn leger van twee maal twaalf en twaalf maal vijf. Twee zijn meer en twee maal één zijn wij als middel en ons bestaan, scrreeee! Wij zien wat ik zie en ik hoor wat wij horen. Enig in vorm maar heel met elkaar. Scrroinnn.. Want ik ben Legion. Wij hebben een ziel die nooit zal sterven, zoals iedere ziel niet sterft. Scraaihhh... Maar ik gehoorzaam hem die de Kroon, Scepter en Globe van Stradicus beheerst... Slechts als de 3 eenheid compleet is, zullen wij onze vrije wil opgeven, Skerraaingg!
Spwoingggg kkrrrr.. Hij die mij bij ons tegenwerkt, zal gewroken worden door alle mij. Want wat wij zien, zie ik en wat ik voel, voelen wij.
Slechts door het opgeven van een splinter van de ziel, zal ik gehoorzamen en nimmer afstand doen van het verbond van Legion, want ik ben velen, scroinng! Hij die mij raakt, raakt ons. Hij die ons leest, lezen wij. De Akanal treft ons allen, maar toch blijf ik Legion, want wij zijn...” “Dispara Magicinuum Totale!”, de laatste vocabelen van de Dispel spreuk van Valerius, ontploften in de ruimte en overstemden het krassende, schrapende lawaai dat Yaron voortbracht.
Onmiddellijk viel Yaron op de grond en toen Valerius zich ervan had vergewist dat er echt geen magisch residu in de ruimte was achter gebleven, schoot hij zijn bibliothecaris te hulp. Yaron Shoform was dodelijk uitgeput en wilde iets zeggen. Het geluid dat hij produceerde was niet meer dan een hees en rauw gepiep. De taal die hij net gedwongen was te spreken, had zijn stembanden tot het uiterste op de proef gesteld.
Valerius tilde de man op en ondersteunde hem met zijn schouder. Toen het duo de ruimte verliet, ebde het laatste vaal blauwe licht weg in de ogen van de golem.
Hij was met velen, maar hier, in deze ruimte was het mogelijk. Meer mogelijk dan elders, om een nieuwe meester te dienen en samen naar de vrijheid te komen. Diep binnen in de golem roerde zich een fragment van wat eens een menselijke ziel was geweest.

_________________
Carpe DM


Top
 Offline Profile  
 
 Post subject:
PostPosted: Wed Apr 01, 2009 1:12 am 
Paladins! Elder
Paladins! Elder
User avatar

Joined: Tue Oct 26, 2004 1:02 am
Posts: 61
Location: Darromar
Valerius bracht Yaron persoonlijk naar zijn kamer en legde zijn collega op z'n bed. Nog voordat Yarons hoofd z'n kussen had geraakt, was deze al in een diepe slaap geraakt. Valerius wachte even de ademhaling af van Yaron en toen deze rustig en stabiel bleek, wenkte hij een acoliet, die was meegelopen, bij Yaron te blijven. Zodra er ook maar één teken van verandering zou optreden bij Yaron, moest dit direct bij hem worden gemeld.

Terwijl Valerius de kamer van Yaron verliet gingen zijn gedachten weer terug naar hetgeen zich zojuist had afgespeeld. "Een golem verbonden met een menselijke ziel!". De implicaties die deze ontdekking met zich zou meebrengen...! En de mogelijkheden. Valerius liep, nog steeds in gedachten verzonken bijna een acoliet omver. "Sorry, heer Valerius", stamelde de jongeman. Valerius, zo diep in z'n gedachten verzonken, hoorde dit alles niet en liep verder de gang in. "Zoveel informatie was er in die paar zinnen van de Golem naar buiten gekomen, maar wat een informatie!". "Informatie waar nog meer informatie over vergaard zou moeten worden en heel snel!". Hierop stapte Valerius resoluut naar de ruimte waar zijn rechterhand, de Warmage Nidran, zich hoogstwaarschijnlijk zou bevinden.

Kort daarop stapte Valerius een grote kamer binnen waar Nidran zojuist een drietal beginnende warmages aan het trainen was in de vechtkunst, waarbij magie en zwaard één harmonie vormden. Nidran zag aan Valerius' gezicht dat er iets aan de hand was en liet zijn studenten even verder alleen oefenen, terwijl hij naar Valerius toeliep. "Spoedvergadering in de Map Chamber! We hebben geen tijd te verliezen! Waarschuw jij de anderen?" Hierop sprak Valerius een archaïsch woord uit en verdween in het niets.

Diep onder de grond, onzichtbaar voor scry-spreuken en andere divinations, verscheen Valerius een splitseconde later in een grote ronde kamer. In het midden van deze kamer stond een grote ronde stenen tafel, met in het midden een zeer gedetailleerde kaart van heel Tethyr. Een grote robijn bevond zich gepositioneerd in Darromar op de plek waar de Library of Azuth zou staan. Deze edelsteen gaf de positie aan en belichaamde alle boeken die eigendom waren van de Library van Azuth. Er ontbrak echter een klein stukje van deze robijn, hetgeen aanduidde dat er nog één boek ontbrak in de collectie van de Library van Azuth. Pas als dit boek weer zou worden teruggevonden dan zou het edelsteen, dat ook de "Eye of Azuth" werd genoemd, weer heel zijn en zou daarmee de collectie weer compleet zijn. Tijd om hierover verder te mijmeren was er niet want één voor één verschenen zijn vijf meest ervaren tempelgenoten en collega's die het dichtst bij Valerius stonden met als laatste zijn rechterhand, Nidran. Allen namen plaats aan de ronde tafel en het viel iedereen onmiddellijk op dat één stoel leeg was; de stoel van Yaron...

"Heren Magiërs", zo begon Valerius, "Ik dank u hartelijk dat u allen hier aanwezig bent en wel op zo'n korte termijn, maar de noodzaak was groot voor deze bijeenkomst!". "Wees niet ongerust", zo ging Valerius verder, want hij merkte dat er vragende blikken waren vanwege de afwezigheid van Yaron, "Yaron kon inderdaad niet komen en ik zal u zo uitleggen waarom". En zo vertelde Valerius het gehele verhaal over de vondst van de schatkamer van de draak, over de standbeelden die golems bleken te zijn en hoe met gevaar voor eigen leven Marcus en Valerius één Golem hadden weten mee te brengen naar deze tempel. Tenslotte vertelde hij hetgeen zich in deze tempel had afgespeeld en wat er gebeurd was met Yaron.

"Het is nu van het allergrootste belang dat er meer informatie wordt gevonden over hetgeen de golem aan ons heeft medegedeeld via Yaron en ik wil dat jullie het volgende gaan uitzoeken, hierbij gebruikmakend van de grootste geheimhouding! Het gaat om het volgende:

1. Wie of Wat is Legion? Welke legendes zijn hierover te vinden?
2. Wat zijn respectievelijk de "Kroon, Scepter en Globe van Stradicus"? Wat is de relatie met deze golems?
3. De golem sprak dat hij met velen is? Hoeveel zouden dit er kunnen zijn? Zijn hier wellicht legendes over bekend? Is er wellicht inderdaad sprake van een "Golem-ras"?
4. Wie was (of is?) Stradicus? Wellicht was hij de creator van deze Golems?
5. De golem sprak van Alkanal. Wat betekent deze term?

Hierna verdeelde Valerius het werk effectief over zijn tempelgenoten. "Overmorgen zelfde tijd verwacht ik jullie allen weer hier, maar dan met meer informatie hieromtrent. Tot die tijd wordt de golem niet verder onderzocht en zal deze worden bewaakt (i.e. de bewakers zullen magïers zijn die Dispel Magic-spreuken kunnen uitspreken). In het geval dat de golem opeens weer actief zou worden, wil ik onmiddellijk hiervan op de hoogte worden gesteld! Overigens heb ik Belros en Marcus gevraagd om binnen hun gelederen ook op zoek te gaan naar meer informatie over hetgeen de golem aan ons heeft verteld. Hun bevindingen zullen absoluut van toegevoegde waarde zijn! Ondertussen bekommer ik mij om Yaron en ben ik zeer benieuwd naar zijn verhaal!".

Eén voor één bogen de magiërs naar Valerius voordat zij op de vleugels van teleport-spreuken deze ruimte verlieten. Tenslotte bleef Valerius alleen achter in de Map Chamber. Opnieuw viel zijn oog op de incomplete robijn want onlangs was Valerius eindelijk achter de titel gekomen van het allerlaatste missende boek van de omvangrijke collectie van de Library van Azuth. Hij had geen tijd gehad deze kennis met zijn tempelgenoten te delen of hier zelf verder onderzoek aan te wijden, aangezien hij toen plotseling samen met Belros en Marcus op missie had moeten gaan naar de verdwenen kinderen. Hij was verwonderd over deze onverwachte loop van omstandigheden en hij vroeg zich wat dit zou betekenen, want het allerlaatste missende boek had als titel : The Tome of Stradicus.


Top
 Offline Profile  
 
 Post subject:
PostPosted: Fri Apr 03, 2009 1:30 pm 
Site Admin
Site Admin
User avatar

Joined: Tue Oct 26, 2004 12:25 am
Posts: 124
Location: Tethyr
Vanuit de duisternis van de stadspoort liep een eenzame schim. Het leek een eeuwigheid geleden dat hij in Darromar was geweest. Marcus had geen zin gehad in alle rompslomp bij de stadsmuur als hij in zijn harnas van Torm was binnen gekomen. Sinds de bevrijding van Darromar en het verlossen van Tethyr van de Black Hand hadden Marcus en zijn kameraden min of meer de status van popster gekregen in Darromar en werd het moeilijk om in het openbaar te treden wanneer ruchtbaarheid niet gewenst was.

In plaats van de voorvechter van Torm stapte Marcus als zijn alter ego Perigo de stadspoorten door. Ondanks dat het al maanden geleden was geweest dat de Black Hand was verdreven, waren de veiligheidsmaatregelen nog net zo strikt als net na de val de Tenebreux. De wapens werden ingeleverd of moesten met een Darromarknoop (drie dubbele peacebond o er zeker van te zijn dat het even zou duren eer iemand zijn wapen zou trekken) vastgezet worden. Perigo verkoos geen wapens te dragen, met uitzondering van Showtime natuurlijk, maar de speld werd door geen van de wachters opgemerkt.

Valerius had Marcus gevraagd zoveel mogelijk informatie te verzamelen of een aantal zaken;

• Legion
• Stradicus
• Kroon, Scepter en Globe van Stradicus
• Golem ras
• Alkanal

Om zo min mogelijk op te vallen hadden de twee besloten slechts één, hooguit twee als de kans zich voor zou doen, items te onderzoeken. Het was immers zo dat wie vragen stelt al snel opviel in een stad als Darromar. En bovendien, uit teveel vragen stellen gaan mensen hun eigen conclusies trekken. Dit wist Marcus als geen ander.

Voordat de paladin naar Darromar gekomen was had hij zich afgevraagd wie van zijn contactpersonen hem het best van dienst zou kunnen zijn. De onderwereld had hij al snel afgeschreven, want hetgeen Valerius hem had gevraagd had in de verste verte niet te maken met de louche zaken van de Darromar Daggers.
Nee, ditmaal zou hij contact zoeken met Nives Arenthe. Arenthe stond bekend als handelaar in antiquiteiten, maar zou, zo ging het gerucht, de mooiste stukken voor zichzelf houden. Niet uit gierigheid, maar uit een obsessie voor het verleden en diens invloed op het heden. Inmiddels had de antiquair zijn fortuin wel bij elkaar geschraapt en deed hij het rustiger aan en had hij een ruime villa laten bouwen aan de rand van Darromar. Wonderwel hadden zowel Arenthe als zijn bezittingen de overheersing van de Black Hand overleefd. Marcus was er zeker van dat de handelaar er heel wat goudstukken tegenaan heeft moeten gooien om geen afstand te hoeven doen van zijn prijsstukken.

Drie dagen legde Perigo de villa af en probeerde zo een patroon te vinden in Arenthe’s dagenlijks bezigheden. Na twee dagen was hem alleen opgevallen dat Arenthe nimmer een voet buiten de deur had gezet. De verzamelaar had zichzelf klaarblijkelijk opgesloten in zijn studeerkamer, want de gehele dag en vrijwel de gehele nacht brandde een zachte gloed vanuit de study op de eerste verdieping.
Op dag drie wist Marcus genoeg, Nives Arenthe had zich gestort op een nieuw item, of relikwie waardoor hij alle contact met de buitenwereld had afgesloten. Tijd voor aktie en Perigo besloot de man halverwege de nacht uit zijn roes te ontwaken.
Na een fraaie sprong klom Perigo door het raam van de studeerkamer. Terwijl hij zich omhoog trok aan de balustrade zag hij hoe Arenthe klaarblijkelijk in slaap was gevallen aan zijn bureau. Zijn zacht snurkend gezicht rustte op een opeenstapeling van parkementen en links en rechts van hem branden kaarstompen hun laatste uur licht.
Zachtjes klom Perigo de studeerkamer in. Rondom stonden wereldbollen van allerlei formaten, sommigen hadden er tientallen stukjes papier opgeplakt zitten, waarschijnlijk aanwijzingen die alleen betekenis hadden voor Arenthe. Tegen de muren van het vertrek stonden talloze boekenkasten. Perigo was eenmaal eerder bij Arenthe thuis geweest, toentertijd om een aantal ringen te laten appraisen. Echter, dit was nog in het oude huis van de handelaar, maar daar had de paladin lang niet zoveel boeken en items gezien als hier. Arenthe had duidelijk een appeltje voor de dorst opgebouwd.
Het bureau waarachter Arenthe zat lag bezaaid met allerlei voorwerpen, pennen, potjes, rollen papier, zilveren voorwerpen, allemaal spul wat zo in de zak van een rechtgeaarde dief zou kunnen verdwijnen.

Voorzichtig liep Perigo om het bureau van Arenthe en toen pas viel het hem op dat de verzamelaar ongekend dun was geworden. Nives was nooit een dik man geweest, maar het grijzende lange haar viel nu over vel over been.

Terwijl Perigo voorzichtig een stoel pakte om tegenover Arenthe te gaan zitten viel het hem op dat er bijzonder weinig stof hing in de studeerkamer. Hij was wel anders gewend bij Valerius en de archivarissen van de diverse tempels. Nadat hij de stoel recht tegenover Arenthe had gepositioneerd nam hij plaats en begon Arenthe zachtjes toe te zingen in het elfish.
Langzaam ontwaakte de verzamelaar uit zijn hazenslaapje. Met een slaperige blik van herkenning keek Arenthe Perigo aan; “Perigo… wat doe jij hier?”
Perigo glimlachte terwijl hij een appel schilde. “Nives, je moet echt beter voor jezelf zorgen.” En bood hem een helft van de appel aan.





In de tempel van Azuth liep Valerius peinzend door zijn studeerkamer. De afgelopen dagen hadden zoveel vragen opgeroepen dat het zijn hersenen pijnigde. “Legion, Stradicus…” mompelde de magic-user in zichzelf. Met een zenuwachtige vinger tikte Valerius op zijn bovenlip en sloot zijn ogen, zoals hij wel vaker deed wanneer hij zich volledig op iets focuste. “Golem, kroon, scepter, Alkanal…”

“Heer Valerius!”
De magic-user schrok op uit zijn gedachten en keek verbaasd in het gezicht van Hermas Trismegius.
“Tja, ik stond al een minuut of wat aan de deur te kloppen, maar u gaf geen gehoor.” sprak Hermas in zijn typisch optimistisch gejaagde stem.
“Oh, excuses, ik was nogal in gedachten verzonken vrees ik.” zei Valerius.
“Desalniettemin, de potions waar u om gevraagd hebt zijn gereed.” En hij zette een krat gevuld met flesjes op Valerius’ bureau.
“Prima werk Hermas”, hartelijk bedankt voor je snelle hulp.
De alchemist liep richting de deur van Valerius kamer. “Een tussendoortje moet altijd kunnen, nietwaar?”
Valerius glimlachte om de vrolijkheid van zijn de aartsoptimist, want hij wist dat Hermas het liefst onafgebroken aan een potion werkte.
“Trouwens,” lachte Hermas hem terug, “Alkanal is een aldehyde, een afgeleide van een organische chemische verbinding tussen waterstof atomen. Ik hoorde u het toevallig mompelen en u keek er zeer bedenkelijk bij.” Daarna liet de alchemist Valerius achter in zijn studeerkamer.

_________________
Sir Marcus de Bénevé Orrimblade
Very Reverend priest in the Order of Torm
Captain in the High Guard of Darromar
Royal Resident of the Council of Belerim
Everto Venator in Ordinis Indigeo


Top
 Offline Profile  
 
 Post subject:
PostPosted: Fri Apr 10, 2009 6:13 pm 
Paladins! Elder
Paladins! Elder
User avatar

Joined: Sat Mar 08, 2003 9:22 pm
Posts: 110
Location: Darromar
Nives Arenthe pakte de aangeboden appel en stopte deze nog half dronken van de slaap in zijn mond.
“Je ziet er moe uit. Druk met nieuwe dingen?”, ondertussen zochten Perigo’s ogen het bezaaide bureau af naar een hint die zou verraden waar de antiquair momenteel druk mee was, zodat hij hier mogelijk verder op door zou kunnen gaan.
“Ach, ik heb een nieuw beeld uit de Jaedim dynastie op de kop weten te tikken, maar krijg mijn vinger er niet achter welke magische eigenschappen die in de legendes zijn toegedicht, nu ook echt waar zijn.”, afwezig borg Arenthe wat rollen perkament op en pakte net iets te enthousiast en nonchalant een klein gouden amulet weg met hierop een groen symbool. Perigo herkende het teken en groef onmiddellijk in zijn geheugen naar de informatie waar hij dit symbool, deze rune eerder gezien had. In enkele ogenblikken herinnerde hij zich dit symbool. De rune van Yagg-Toth, een minor demon die zich had toegelegd op het verzwakken van mensen via de droomwereld.
De tactiek van Yagg-Toth was crimineel eenvoudig: hij verscheen in dromen van mensen als dat object wat de dromer het meest begeerde en voerde via de dromen valse informatie en waanbeelden. Ondertussen onttrok hij tijdens het dromen levensenergie van de dromer, als een soort drug.
Het slachtoffer wilde dan steeds meer en langer dromen, net zo lang totdat deze zou sterven aan ondervoeding, uitputting of spierdystrofie.
Grote zwakte van Yagg-Toth was dat hij vreselijk ijdel was en daarom altijd maar twee of drie verschillende namen gebruikte als hij weer eens met zijn dodelijke spel bezig was.
Perigo kende de andere namen van Yagg-Toth gelukkig ook.
Waarschijnlijk was Nives Arenthe in de ban van deze listige demon, zonder dat hij dit zelf door had.

Perigo schraapte zijn keel en legde zijn benen over elkaar op Arenthes bureau: “Oh, een beeld uit de Jaedim dynastie? Daar heb ik ver weg wel eens iets over gehoord. Had ook weer betrekkingen met Yagg... hoe heette die gasten ook alweer? Yagg-Toth of zo?”, snel wierp Perigo een blik naar Arenthe om te kijken of de antiquair de naam herkende. “Nou Yagg-Toth, zegt mij in ieder geval niets. Zeker niet met betrekking tot het huis van Jaedim.”, antwoordde de antiquair.
“Maar Perigo, ik wil niet onbeleefd zijn. Ik heb het echter wel razend druk momenteel. Kun je misschien een andere keer terugkomen?”, Arenthe maakte aanstalten om rond zijn bureau te lopen en Perigo vriendelijk naar de deur te begeleiden.
Snel, gooide Perigo de tweede naam op: “Nee, niet Yagg-Toth. Ik weet het alweer. Amelinde, de vrouw met het groene hart. Zij had toch te maken met huis Jaedim?”
Arenthe lachte vermoeid, maar vriendelijk terwijl hij Perigo hielp met opstaan: “Nee hoor, Amelinde is ook niet bekend in de kronieken van Jaedim. Kom vriend, tijd om te gaan.”
Langzaam escorteerde Arenthe Perigo naar de deur. ‘Driewerf is scheepsrecht’, bedacht de Demonhunter zich en gooide zijn laatste kennis in de strijd.
“Waarvoor ik eigenlijk kom is het volgende: ik droom al een lange tijd van een oude en wijze man die mij advies geeft. Frelinn Dross noemt hij zich.”, bij het horen van deze naam verstijfde Arenthe even in zijn pas.
‘Goed, Yagg-Toth noemt zich bij Arenthe dus Frelinn Dross. Nu doorpakken.’, instrueerde Perigo zichzelf.
“Hij heeft me aangegeven dat ik iets bij jou moest vragen en hij zou ervoor zorgen dat jij mij verder kon helpen.”, Perigo bleef ademloos wachten op de reactie van Arenthe.
Deze zuchtte een keer diep en escorteerde Perigo toen weer naar de stoel voor het bureau.
Toen de antiquair plaats had genomen tegenover Perigo, zuchtte hij vermoeid: “Dus Dross de bewaker van alle Geheimen heeft jou naar mij gestuurd?”, Perigo knikte instemmend “En Dross verschijnt dus ook aan jou in dromen?”, ondanks de leugen, knikte Perigo weer instemmend.
“Ik weet niet of het goed is, Perigo.”, verzuchtte Arenthe, ”Maar ondanks dat Dross zoveel kennis met mij deelt, voel ik me zo moe de laatste tijd. Hij geeft me echter zoveel informatie over alle antiquiteiten die ik nog wil categoriseren dat ik wel naar hem moet luisteren. Ik weet niet of het de juiste manier is, maar ik moet hem steeds raadplegen omdat ik veel sneller te weten kom waar alles vandaan komt wat ik hier heb opgeslagen.”
Yagg-Toth had de oude antiquair al zo goed als volledig uitgehold. Nog enkele dromen was Nives Arenthe van de dood en het verliezen van zijn ziel verwijderd.
Perigo antwoordde zacht: “Dross heeft mij aangegeven dat hij je voldoende heeft gesteund in jouw zoektocht naar de waarheid achter geheimen. Hij heeft mij verteld dat je zelf weer zult aansterken binnen korte tijd en dat hij je niet meer zal bezoeken na vannacht.” Arenthe keek geschrokken bij het horen van dit nieuws, maar kon een moment van opluchting toch niet verbergen.
“Hij gaf aan dat je mij alles moet vertellen wat je weet over Stradicus en een ras van golems. Pas dan zal hij afstand van je nemen.”
Een blik van herkenning verscheen op het gezicht van de oude antiquair: “Stradicus? Daarover is maar heel erg weinig bekend. Na veel onderzoek ben ik erachter gekomen dat Stradicus een tovenaar van formaat is geweest, honderden jaren geleden. Bijna alle referenties naar hem of zijn werk zijn vernietigd, waardoor bijna niemand nu nog van zijn bestaan af weet. Ik heb alleen maar fragmenten van zijn geschiedenis kunnen achterhalen. Wacht even, ik heb dit hier ergens liggen, volgens mij.”, moeizaam stond Arenthe op en liep op een kast af die tot de nok toe gevuld was met rollen perkament en allerhande exotische voorwerpen.
Terwijl Arenthe door de spullen in kast heen grabbelde, keek Perigo even snel over het bureau naar de la waar de antiquair zojuist de perkamenten van het bureau en het amulet had weg gestopt.
Hij grinnikte binnensmonds en mompelde zacht tegen het amulet: “Zo, oude vriend, dan heb je me toch weer geholpen. Een gunst die ik je zeker niet terug zal geven. Sterker, nog: ik zal je weer een keer één van je slachtoffers afpakken. Mij benieuwen wat je baas daarvan vindt.”
Snel sprong Perigo weer terug naar de manier waarop hij net zat, toen hij zag dat Arenthe zich weer omdraaide.
De oude man kwam weer naar het bureau toelopen met in zijn handen twee rollen perkament en een metalen, ronde voorwerp.
Achteloos gooide hij de metalen bal op tafel. Deze rolde naar Perigo toe en bleef vlak voor hem op tafel stil liggen. De bal leek nog het meeste op een zilveren appel, gemaakt van een soort metalen spinnenweb. Hierdoor kon je tot binnen in de bal kijken.
Voorzichtig pakte Perigo het bolvormig kunststukje op en liet het door zijn vingers draaien.
“Pas op met dat ding!”, snauwde Arenthe: “Daar heb ik er in mijn hele leven nog maar één van gezien en ik weet nog steeds niet waar het voor dient. Als je dit fragiele juweel stuk maakt, wordt ik heel ongelukkig.”, de woorden bleven dreigend in de lucht hangen. Perigo wist als geen ander, dat Arenthe kosten noch moeite zou sparen om iemand duidelijk te maken dat Arenthe niet de man was die je ongelukkig moest maken. Zowel Perigo als ‘Marcus’ moesten een man als Arenthe niet tegen hen krijgen, want de hardnekkigheid van de antiquair zou hen beiden of binnen korte tijd ontmaskeren en zelfs kunnen elimineren.
“Sorry., slikte Perigo demonstratief en legde de bal voorzichtig weer op tafel.
Arenthe gromde even binnensmonds en richtte zich toen weer op de perkamenten die hij inmiddels had open gerold.
“Hmm.... Ja... Hier staat het: Stradicus, magiër, hmmm... pseudoniem voor... oh ja... nu weet ik het weer.”, triomfantelijk keek Arenthe op van het perkament en rolde ze demonstratief weer op. Vervolgens boog hij moeizaam over het bureau en pakte het ronde zilveren kleinood voor Perigo weg.
Demonstratief hield hij de zilveren open gewerkte bal omhoog op zijn vingers.
“Jaren geleden kwam een amice van me op visite met antiquiteiten en snuisterijen. Hij had een lange en verre reis gemaakt met als eindbestemming Mulhorand. Tijdens zijn tocht had hij allerhande spullen meegenomen uit de diverse landen die hij had door gereisd. Naast veel waardeloze rommel had hij onder andere deze opmerkelijke bal bij zich. Ik heb hem er 500 goudstukken voor geboden en het afgedaan als een apart overblijfsel uit de geschiedenis van Chondath. Natuurlijk had ik meteen het vermoeden dat dit balletje veel meer in zijn mars zou hebben. Met name door de unieke manier waarop het zilver gedraaid en gevormd is.”, Arenthe keek smuikend naar Perigo. Toen hij geen herkenning terug vond op Perigo’s gezicht, haalde de antiquair bijna teleurgesteld zijn schouder even op en sprak verder: “Maar goed, jaren heb ik deze zilveren bal als een mooi kleinood opzij gelegd bij alle andere spullen waar ik mij ooit nog eens in zou verdiepen. Met de gedachte dat dit waarschijnlijk een stukje speelgoed uit één of ander vorstenhuis dat al honderden jaren geleden uitgestorven was, had ik de bal opzij gelegd. Tot ik vijftien jaar geleden een metalen pop van een hond in handen kreeg. Een grappig voorwerp dat door magie tot wel vijftien commando’s gehoorzaamde. Opdrachten als: ‘zit, blijf, lig, slaap, grom’ en dergelijke werden braaf door de pop opgevolgd; net alsof het een echt en gehoorzaam hondje was De pop was van duurzaam ijzer gemaakt en in zijn buik bevond zich een klepje dat het hele binnenwerk bloot legde. Toen ik het binnenwerk bekeek, trof ik in de pop een zelfde, zilveren bolletje als deze aan, maar dan veel kleiner.”Demonstratief hield Arenthe de zilveren bol tussen zijn vingers naar voren. Perigo knikte begrijpend.
“Met als enige uitzondering. Dat in dit kleine, zilveren bolletje er binnen in een blauwe waas heen en weer kolkte; alsof er een mini maalstroom van energie gevangen zat in een ronde kooi.”, Arenthe zuchtte een keer diep en vervolgde: “Zes jaar geleden is de hondepop samen met veel andere kostbaarheden gestolen bij een inbraak van mijn winkel. Ik had de combinatie toen echter al gelegd en wilde deze zilveren bol en zijn herkomst verder onderzoeken. Wat ik te weten ben gekomen is dat er in de hele wereld ooit maar één man heeft geleefd die dit soort poppen kon maken; een magiër die in de geschiedenis door vergetelheid was getroffen: Sjariman Tolenthus. Tolenthus was in zijn tijd, ruim 1600 jaar geleden een exponent op het gebied van Magicinia Animatica, de leer van het laten bewegen van voorwerpen. Hij maakte voor de allerrijksten der aarde voorwerpen die uit zichzelf alsof ze levend waren, bewogen.
Sjariman werd nooit bedrogen door de partijen waarmee hij zaken deed. Dit omdat hij een vriendschap had met een Titan, Radiant Lionge, genaamd. Hoe de vriendschap tussen de tovenaar en de titan tot stand is gekomen, verteld de geschiedenis niet, maar wat wel terug komt is dat de titan hem door dik en dun beschermde. Veel meer heb ik niet kunnen achterhalen over deze Sjariman Tolenthus.”, Arenthe hoestte hard en oncontroleerbaar en legde hierdoor snel de zilveren bal op het bureau, bang dat deze door de hoestbui misschien uit zijn handen zou vallen.
Net toen Perigo de hoestende man te hulp wilde schieten, gooide Arenthe een opgeheven hand omhoog: “Nee, dank je. Het gaat wel weer.”, na een diepe zucht, sprak Arenthe verder: “Waar ligt nu het verband tussen die Sjariman van de poppen en die Stradicus, waar jij naar vraagt?”, zonder op een antwoord te wachten, ging Arenthe verder, terwijl hij op de bal voor hem op het bureau wees: “Welnu, hier dus. Deze bal vormt het verband. Want die bal is een zelfde soort als die ik toentertijd in de hondenpop had gezien. Alleen zit hier geen maalstroom energie in. Ik ben erin gedoken en kwam over deze bal het volgende te weten: De maker van deze bal is ene Stradicus en het voorwerp dat hier voor je ligt wordt in een oude overlevering de Soul of the Soldier genoemd; de ziel van de soldaat. Wat hiermee bedoelt wordt weet ik ook niet precies, maar daar ga ik nog een keer achter komen.”, Perigo had al opgemerkt dat de antiquair trager, bijna een beetje dronken, was gaan praten. Nu zag hij de oogleden van de man langzaam dichtvallen. Arenthe probeerde duidelijk tegen de aankomende slaap te vechten, maar tevergeefs.
Snel vroeg Perigo: “Dross had gezegd dat je me deze bol zou gaan geven is dat goed?”, in antwoord knikkebolde Arenthe en mompelde: “Help me... Ik zal Dross anders... vragen naar Stradicus”, de klap die het neervallende hoofd van Arenthe op zijn bureau had moeten maken, werd verstomd door de papieren die er nog lagen. Door de klap rolde de zilveren bol weer langzaam naar Perigo.
De vermomde demon hunter ving de bol op en stopte deze voorzichtig weg in een buidel aan zijn riem.
“Slaap zacht en rustig vanavond, Nives Arenthe.”, fluisterde de demon hunter in het oor van de snurkende man. Voorzichtig strooide Perigo een sterk geurend en gedroogd kruid om het hoofd van de man, terwijl hij Torm verzocht om de man te beschermen tegen het Kwaad. Hierna pakte Perigo het amulet uit de la. Inmiddels was het amulet zacht gaan oplichten. Een rode zweem leek heel even naar het hoofd van de antiquair te willen schieten, maar bleef rond de cirkel van geheiligd kruid hangen. Bijna onmiddellijk schoot de rode zweem weer terug naar het amulet en kort hierna stopte het oplichten van de ketting helemaal.
“Yagg-Toth, je zult weer een ander slachtoffer moeten vinden, via weer een ander amulet. Zo worden je kansen steeds kleiner.”, gromde Perigo binnensmonds. “Als ik het goed heb, zijn er nog maar 72 van de 666 amuletten in omloop. De spoeling wordt dun.”
De demonhunter lachte zacht en sloeg vervolgens met de achterkant van een dolk het amulet stuk.

Nives Arenthe zou alles vergeten, mits hij Perigo de komende weken niet zou zien.
“Tijd om Valerius te vragen of hij net zo ver als ik is gekomen.”, grinnikte Perigo, terwijl hij door de voordeur van Arenthes huis de donkere straat op stapte.

_________________
Carpe DM


Top
 Offline Profile  
 
Display posts from previous:  Sort by  
Post new topic Reply to topic  [ 6 posts ] 

All times are UTC + 2 hours [ DST ]


Who is online

Users browsing this forum: No registered users and 2 guests


You cannot post new topics in this forum
You cannot reply to topics in this forum
You cannot edit your posts in this forum
You cannot delete your posts in this forum
You cannot post attachments in this forum

Search for:
Jump to:  
cron