Onderwerp
: Rain And Blood
Auteur : Remco Gerrets
Datum : 08-09-2011
 


 The Chronicles... So Far
 

Rain And Blood

“Er wordt gezegd dat de Stirges queen veelal niet aanwezig is in het nest.” Daryl de ranger zat op de rand van de eikenhouten tafel en rustte zijn gelaarsde voet op een kruk. “Als we dit nest willen uitroeien dan moeten we of de queen afmaken of er voor zorgen dat er voldoende stirges worden gekilled, zodat de overige het hazenpad kiezen.”
“Hetgeen we sowieso moeten hebben is een betere manier om die dingen te vangen.” merkte Yaminah op.
“En we hebben iets van een plank nodig om over die riolen te komen.” voegde de halfling Snitch toe. “Ik wil niet weer tussen andermans drollen terecht komen.”
Na enige uren overleg was het plan gesmeed. Snitch zou op advies van Lucien Rustic een plank laten maken die via een scharnier uitgeklapt kon worden, om zo de riolen over te steken. Terwijl The Pilgrim een visnet kocht waarmee de stirges gevangen moesten worden.
Om aan te tonen dat de stirges gedood waren zouden de steeknaalden worden meenemen als bewijs.

Van dik hout…
Snitch en Lucien waren net bij de Moses de Timmerman geweest waar het plan van de beruchte plank met scharnier was uitgelegd. In eerste instantie had Moses hen aangekeken alsof hij zich in de maling genomen voelde. Maar, toen het ontwerp eenmaal begon te zetten zag de timmerman er wel brood in en melde dat hij de plank binnen drie dagen zou kunnen leveren. Terwijl [name mage] nog in onderhandeling was met Moses over de prijs glipte Snitch er tussenuit om iets van persoonlijkere aard aan te schaffen. Vanuit de werkplaats van Moses had hij Mustaffa, bijgenaamd “de Doper” gespot en het schoot Snitch te binnen dat hij nog iets wilde regelen voordat er opnieuw naar het riool ingetrokken zou worden.
“Mustaffa!” fluisterde Snitch zo hard mogelijk zonder dat het teveel zou opvallen. “Mustaffa! Ik heb ’n vraag.”   ‘De Doper’ draaide zich om en trok de dief een steeg in. “Wut had ‘k latst gezugd?!” Mustaffa was duidelijk niet van hier, maar vond zijn oorsprong waarschijnlijk in Amn. “Niet in ’t upenbur.” Mustaffa hield Snitch op snorhoogte van de grond. En een snor had Mustaffa; als was het een luie naaktslak, zo hing aan weerszijde van ‘de Dopers’ neus een lange zwarte snor. De snor reikte tot ver voorbij het kuiltje in zijn kin, waar en passant een stel harde zwartgrijze haren uit prijkte. “Wut mut juh?”
Snitch legde uit dat hij iets wilde om beter in het donker te kunnen zien. Een ander had de dief op pad gestuurd met een kandelaar met kaars, maar Mustaffa nam zichzelf erg serieus en had geen tijd voor kapriolen.
Mustaffa keek Snitch aan; “Ga juh weer de viespeuk uthungen?”, maar Snitch hield wijselijk zijn mond. “Gaat muh ook niet an.” De Doper plaatste duidelijk geld voor moraal en vertelde dat hij wel iets had. De afspraak was dat Snitch die avond de Doper zou ontmoeten in South Ward. Mustaffa zou tegen een schappelijke prijs aan Snitch’s wens voldoen. In zijn hand hield de dealer een zakje met donker poeder. “Brengt licht in duisternis.” sprak Mustaffa rustig. Het was spul waarmee je zogezegd in het donker kon zien alsof het daglicht was. Het poeder diende via de neus ingenomen te worden. “Maar let op.” waarschuwde Mustaffa, “hoe vaker jij neemt, hoe vaker jij terugkomt bij Mustaffa!” De dealer schudde Snitch de hand waarmee de deal gesloten was. “Jij probeert, als niet goed, jij komt terug bij Mustaffa.” Snitch glimlachte en overhandigde zijn geldbuidel en stopte het zakje poeder in zijn tuniek. Daarna keek de Doper de dief indringend aan; “Jij probeert, is wel goed, jij komt ook terug bij Mustaffa.” Met een diepe lach draaide de dealer zich in de duisternis.

In de sewers
De geluiden en het daglicht van Waterdeep leken een eeuwigheid geleden elders hun toevlucht te hebben gezocht. De sewers van de City of Splendors had geen plaats voor frisse lucht, luidruchtige marktkooplui of verleidelijke prostituees. In plaats hiervan voerde de stank van het afval en de uitwerpselen van de westerse maatschappij de boventoon. Snitch was niet in zijn element en zag bovendien geen hand voor ogen. Schichtig  keek de halfling achterom terwijl hij snel een lijntje darkvision powder over zijn vinger uitstreek. Met een korte snuif inhaleerde Snitch het poeder en wachtte het beoogde effect af. Het was de allereerste keer dat de dief dit spul gebruikte en besefte eigenlijk nu pas dat hij geen idee had wat hij kon verwachten. Achter zich hoorde Snitch zijn ploeggenoten aankomen. Terwijl hij omkeek zag hij het flauwe licht van de bull’s eye van Sandor dichterbij komen. Ineens schoten de lichtstralen als daggers door zijn ogen. Het darkvision poeder vergrootte zijn pupillen om maar zoveel mogelijk licht in de duisternis te vangen. Het opkomende gedimde licht van de bull’s eye bleek teveel. Hij sloeg zijn handen voor zijn ogen die traanden alsof hij net vier kilo verse uien had geschild. Even op letten de volgende keer, dacht Snitch bij zichzelf, dat ik dit poeder wat verder van de groep gebruik. Nadat zijn ogen aan het darkvision effect waren gewend leidde Snitch zijn ploeg verder het rioolcomplex in.

Vanuit de duisternis klonken stemmen en hoewel Snitch normaliter feilloos ieder geluid wist te lokaliseren verwarde het gangensysteem zijn gehoor. Het hielp niet dat The Pilgrim zo nu en dan flink wat lawaai maakte door de robuuste plank die hij meedroeg langs de muren of de voetpaden te schrapen.
Na zeker een half uur lopen klonk ineens het welbekende gefladder van de stirges. Snitch draaide een hoek om en zag hoe een viertal mensen werden aangevallen. Heel verstandig wachtte de dief op zijn ploeggenoten, waarna zij gezamenlijk de mensen te hulp schoten.
Daryl viel het eigenlijk meteen op en riep luidkeels: “Let op! Het zijn zombies!” En, terwijl de ranger zijn waarschuwing riep vloog de stirge alweer weg.
Daryl draaide een van de lichamen die op de grond lagen om. Het wezen viel de ranger vrijwel direct aan, maar bleek geen partij. Met een snelle slag onthoofde hij de zombie. “Da’s ook een manier.”, merkte Sandor op terwijl hij net de overige zombies geturned had. De zombies sprongen een voor een het riool in en verdwenen snel uit zicht.
Het ontzielde en onthoofde lichaam van de zombie aan Daryl’s voeten werd door Yaminah en de ranger onderzocht. Het bleek om een zwerver te gaan.

“Zouden die stirges hier iets mee te maken hebben?” vroeg Lucien. Maar Sandor legde uit dat zombies altijd door een necromancer gemaakt worden. Bovendien had Daryl nog nooit gehoord van stirges die mensen in zombies konden veranderen.
The Pilgrim dacht even de zwerver te herkennen als een dakloze uit de ward Mistshore en zocht naar tekens die hem zekerheid zouden geven. In plaats hiervan vond hij een arcane teken op de rug van de man. Zowel The Pilgrim als Sandor en Lucien herkenden het teken niet, maar het duidde er wel op dat iemand de man opzettelijk had geturned tot zombie.
Nadat The Pilgrim een gebed had gedaan voor de overleden zwerver trok de groep verder het riool in.

Food for rats
Wederom nam Snitch het scouten voor zijn rekening en al snel leidde hij de groep naar een maalstroom waar aan de overkant van het riool klaarblijkelijk een lichaam lag. Met de encounter met de zombies nog vers in het geheugen ging de groep voorzichtig te werk en maakte zo min mogelijk lawaai. The Pilgrim legde de plank zodanig neer dat iedereen zonder problemen naar de overkant van het riool kon komen. “Deze is echt dood.” zei Yaminah zakelijk. Snitch pakte het short sword dat naast het lichaam lag en deed onbewust een appraisal, maar klaarblijkelijk vond hij het wapen niet interessant genoeg en legde het weer naast de dode. De dief draaide het lichaam om. “Ziet eruit als een avonturier, as je ’t mij vraagt.” De man, inderdaad gekleed in een avonturiers tuniek, bleek te zijn doodgestoken door een kort steekwapen. Terwijl Snitch zijn positie als scout weer innam waren Daryl en The Pilgrim ondertussen druk bezig met het onderzoeken van een reeks krassen op de vloer en de muur naast het lichaam. De monnik gebruikte zijn quarterstaff om op de plek waar de krassen het riool inliepen in het water pookte. “Ik voel hier iets hards. Lijkt alsof ik op ijzer zit of zo.”
Daryl had ondertussen meer krassen gevonden. “Volgens mij zijn het krassen van nagels of iets dergelijks.” De ranger sprak meer tot zichzelf dan tot The Pilgrim. “Als je het mij vraagt, dan… dan lijken dit nog het meest op krassen die veroorzaakt worden door de nagels van ondoden.”
Plotseling klonk de nasale stem van Snitch: “Ze komen eraan!” De halfling kwam in volle vaart terug gerend naar zijn ploeggenoten, met in zijn kielzog tientallen stirges.

Yaminah en Snitch stonden in de frontlinie van het gevecht en wisten al meerdere stirges te vellen voordat het leeuwendeel van de zwerm de groep had bereikt. “Zorg dat ze je niet raken!” schreeuwde Daryl. Tegelijkertijd begonnen Lucien en Sandor beide met het voorbereiden van een spreuk.
De cleric van Lathander hield zijn holy symbol hoog boven zijn hoofd terwijl er in een wijde omtrek rond hem, in dikke golven een drapperige dikke mist ontstond. Helaas stond Lucien midden in de obscuring mist en kon geen kant meer op.
Het gevecht was hevig maar kort en zowel Yaminah als Snitch werden meerdere malen hard geraakt door de stirges. Desalniettemin wisten de avonturiers het gevecht te overleven.

Na het gevecht met de stirges was iedereen het snel eens dat het niet verstandig was om veel langer op deze plek te blijven. The Pilgrim sprak een gebed voor de overleden avonturier, pakte het enige van waarde van het dode lichaam en gaf het aan Sandor. Daarna schopte hij het lichaam het riool in. “Laat de ratten maar ander voedsel zoeken.” De groep trok wederom verder het riool in.

Baton ‘Rouge’
Na ruim een half uur lopen eindigde het pad waar de avonturiers op liepen bij een ironoak deur. De dief Snitch toonde zijn waarde en opende zonder blikken of blozen het slot. Sandor keek enigszins streng, omdat dat zo moest. Maar, Snitch keek de cleric aan met en blik van… “Hey, ieder zijn vak… broeder.”
De kamer waarin het zestal vervolgens stapte bleek niets meer dan een toegangshal waar rioolwerkers normaliter hun werktuigen achterlieten als ze klaar waren met hun werk. Zo ook nu. Lucien pakte een dreghaak die in een hoek stond en zei dat deze wel eens van pas zou kunnen komen en dat hij nog eens terug wilde naar de plek waar de avonturier was gevonden. Snitch liet zijn oog vallen op iets heel anders, namelijk op een aantal batons die als vanzelf licht gaven. “Uitermate handig, zou ik zeggen.” sprak de dief triomfantelijk in zijn nasale stem. Terwijl Daryl een baton aanpakte las hij de belettering op het lichtvoorwerp “Property of the community of Waterdeep”. Lucien antwoorde simpel dat hij een inwoner was van Waterdeep en dat hij net zoveel aanspraak kon maken op de batons als ieder ander in Waterdeep. Daryl en Sandor keken elkaar aan en haalden hun schouders op. Het was geen van beiden duidelijk of de sorcerer een grap maakte of niet. En het maakt hen ook niet uit, de batons waren inderdaad een stuk handiger dan de zware bull’s eyes.

Eenmaal terug bij de plek waar de avonturier was gevonden begonnen Lucien en The Pilgrim te dreggen naar het stuk ijzer dat eerder met de quarterstaff was gevoeld. “Volgens mij heb ik het.” zei de Pilgrim, maar nog voordat ze konden zien wat voor voorwerp het was viel het gewicht alweer naar de bodem van het riool.
Een paar pogingen later was het dan toch gelukt en haalde The Pilgrim een oude helm boven het gore water. Lucienhad inmiddels letterlijk iets aan de ‘dreg’-haak geslagen. Het bleek om een backpack te gaan en ondanks de stank en de rot van het rioolwater wist Snitch een stuk touw, verband, een lamp, wat olie 3 vials met holy water en wat vermolmde scrolls uit de tas te vissen.

Terwijl zijn ploeggenoten zich over de backpack met inhoud bogen trokken de krassen op de vloer en de muren opnieuw de aandacht van Daryl. Hij wist het nu eigenlijk wel zeker. Dit waren de krassen van skeleton handen en voeten. Terwijl het de krassen een stuk volgde zag hij hoe de krassen het water inliepen om aan de andere kant van het riool weer tevoorschijn te komen. “Mensen, volgens mij heb ik hier iets gevonden.” informeerde hij zijn mede-avonturiers. De groep formeerde zich en volgde Daryl die het spoor van de skeletons onderzocht.

Na enkele minuten leidden de krassen de groep naar het bassin van het riool. Hier werd het water normaliter door rioolwerkers gedregd, waarna het rioolwater naar de zee toeliep. Her en der dreven voorwerpen; kratten; stukken stof; letterlijk het slijk der aarde. Snitch hengelde een krat naar zich toe en tilde het vervolgens op de rand. Voorzichtig brak hij het krat open om tot de zure ontdekking te komen dat het vol zat met verrot voedsel, aangevreten door vuistdikke maden! De maden waren niet gediend van de opdringerige dief en vielen de halfling spontaan aan. Met weerzin schopte Snitch de maden van zich af en trapte het krat weer terug het riool in.
“Sandor,” Lucien tikte de cleric van Lathander aan. “Volgens mij ligt daar een lichaam.” De sorcerer bleek gelijk te hebben. Samen met The Pilgrim werd het lichaam dichterbij gehaald en omgedraaid. Ook hier waren de maden heer en meester en hadden het lichaam inmiddels onherkenbaar aangevreten.
“Het is in ieder geval geen zwerver.” zei The Pilgrim terwijl hij met een doek voor zijn mond een zilveren plaatje uit het revers van de overleden man pulkte.
“Wat is dat?” vroeg Sandor, waarop The Pilgrim antwoorde dat Snitch hoogstwaarschijnlijk wel zou weten wat het was. Bij het zien van het zilveren kaartje werden de ogen van de halfling twee keer zo groot. Met zijn kleine handen graaide hij naar het voorwerp, The Pilgrim plaagde even maar stond het plaatje daarna af.
“Wel heb je ooit….” sprak de dief vol bewondering. “Nou wat is het dan?” vroeg Yaminah enigszins geïrriteerd.
Snitch kuchte kort om zijn keel te schrapen, trok zijn leather strak en ging rechtop staan. “Dit, dame en heren… Dit is het lidmaatschap voor Betty’s Boudoir.”  De halfling zei de naam alsof het hier ging om het meest exclusieve juweliersgilde in Waterdeep en omstreken. En op een bizarre manier had de halfling nog gelijk ook. Betty’s Boudoir was een bijzonder exclusieve club  waar dames van lichte zeden zouden voldoen aan eenieders wens.
Snitch draaide het plaatje een aantal keer om, alsof het er zeker van wilde zijn dat hetgeen hij in handen had wel echt was. Daarna likte hij zijn lippen en tuitte zijn mond. “Dit hier… hier ga ik dankbaar gebruik van maken.”, waarna de dief het plaatje zonder poespas in zijn binnenzak stak.

 

 
Paladins! A Forgotten Realms Campaign - All contents © copyright 2004. All rights reserved.