Onderwerp
: Intermezzo XVII
Auteur : Tom Gerrets
Datum : 12-02-2012
 


 The Chronicles... So Far
 

Intermezzo XVII

Bralik liep zo hard hij kon naar de bibliotheek.
Voor omstanders was het een koddig gezicht om die corpulente, in gewaad gehulde man midden op de dag door de straten van Darromar te zien ploegen.
Zijn hemelsblauw gewaad, het ambtskleed voor een leerling van de tweede cirkel van Azuth, vertoonde met name bij de oksels en op de rug grote, indigo blauwe plekken.
Een top conditie had Bralik nooit gehad en een duurloper zou hij zeker nooit meer worden. Het zweet gutste in straaltjes van de leerling af, terwijl hij in een stevige tred door de stad heen beende, zo nu en dan zijn pas versnellend, om vervolgens na een stap of tien weer even uit te blazen en op adem te komen.
‘Ik word te oud voor dit werk… Ben hier ook niet voor in de wieg gelegd. Ik ben voorbestemd om een groot magiër te worden. Geen loopjongen voor wat voor belangrijk doel dan ook…’, Bralik mopperde in gedachten, omdat hij door het hijgen niet kon spreken.
Met zijn rug steunde hij tegen een oud, bijna vervallen gebouw, terwijl hij probeerde zijn adem te hervinden. Voor extra steun plaatste hij zijn handen op zijn knieën. Hierdoor konden zijn beukende longen de broodnodige zuurstof pakken om zijn ademhaling weer op orde te krijgen.
Na enkele ogenblikken keek hij de straat in om zijn weg naar de tempel te vervolgen. Echter, de weg werd nu versperd door drie in vodden geklede jongens die snerend dichterbij kwamen.
“Wel, wel..”, sprak de voorste van de drie met een nasale stem: “Kijk toch eens wat er hier de straat in gegooid is, jongens. Tymora is vandaag met ons. Deze man is duidelijk te zwaar beladen, Kijk hem eens zweten als een speenvarken. Hoogste tijd om hem wat lichter te maken, nietwaar?”, de jongen met de nasale stem keek even achterom naar zijn twee bondgenoten en trok vliegensvlug een roestige dolk die hij vervaarlijk voor het gezicht van Bralik heen en weer zwaaide. “Hoogste tijd om dit varkentje te wassen, nietwaar?”
Bralik nam in een oogwenk de situatie op en analyseerde zijn kansen om de drie overvallers zo snel mogelijk uit te schakelen.
Terwijl de jongen met de dolk al over hem heen gebogen stond en onder het gewaad een geldbuidel probeerde te vinden, sprak Bralik hijgend: “Doe.. dit niet… Het is… de .. pijn … niet waard.”
Even keek de belager verbaasd naar zijn slachtoffer, maar al snel herpakte hij zich en keek Bralik recht in zijn gezicht; de punt van de roestige dolk vlak voor Bralik s oog draaiend.
“Oh? Nog praatjes ook, zeg? Ik heb er altijd van genoten als mensen praatjes hebben. Altijd leuk om wat af te snijden. Dan houden de praatjes snel op en begint al gauw het schreeuwen. Bij jou begin ik maar met een oog, denk ik…”, langzaam bracht de straatrover de dolk naar het oog van Bralik.
Bralik raakte met een enkele vinger het roestige lemmet aan en sprak binnensmonds iets onverstaanbaars. De overvaller keek geschokt, draaide zich om naar zijn kameraden die vlak achter hem stonden en schreeuwde: “Wegwezen, het is een toven… AAAHHHR!”, de waarschuwing werd in de kiem gesmoord door het geschreeuw van de rover, terwijl het vlees van zijn hand waar hij de dolk in vasthield, als vloeibare gelei op de grond lekte. De roestige dolk viel intens gloeiend uit zijn hand op de grond en liet een branderige lucht achter terwijl het stof op de grond vlam vatte.
De tweede rover die zijn lijdende kameraad te hulp wilde schieten werd een meter voor Bralik gestopt door een groene flits midden op zijn borst. De klap sloeg hem achterover en liet hem buiten bewustzijn. De derde rover besloot eieren voor zijn geld te kiezen en rende snel weg van de magiër.
Bralik stond op en keek naar de kermende man die voor hem op de grond lag.
“Sorry, ik heb dit niet zo gewild, maar heb nu echt geen tijd om alles met charme en hypnose op te lossen. Volgende keer beter.”
Bralik liep de straat uit richting de Bibliotheek van Azuth. De kortste route liep nu eenmaal door de sloppenwijk en het gevaar dat hij hier liep, woog niet op tegen de belangrijkheid van de boodschap die hij moest brengen aan Valerius Goldenmind.

 

De dikke magiër van Azuth liep hijgend als een paard langs de bouwput die tegenover de magistrale bibliotheek lag. Nog een paar honderd meter en hij kon zijn boodschap aan Valerius doorgeven.
De mannen die met de constructie bezig waren op de bouwput staakten hun werk even en keken vermakelijk naar de dikke man die zich als een hobbelende schildpad over het plein bewoog naar de tempel.
Bralik hees zijn dikke lichaam de trappen van de Bibliotheek van Azuth op, strompelde het gebouw binnen en bleef tegen de deuren hangen om weer op adem te komen. Snel kwamen er een tweetal klerken toegesneld. “Heer is alles goed? Dreigt er gevaar? Wordt u achtervolgd?”, één van de twee klerks keek spiedend naar buiten, wachtend op een teken van de achtervolgers van zijn studiegenoot. Voorbereid op het allerergste stond hij in de deuropening.
De dikke, zwetende Bralik kon niets anders dan schudden met zijn hoofd. Hem ontbrak iedere adem om ook maar één woord uit te spreken.
De ongeruste klerken gaven Bralik nog enige seconden om op adem te komen en vroegen vervolgens weer of hij in gevaar was.
Bralik hijgde: “Nee… niet… achtervolgd… Slechte conditie… veel gelopen… En… belangrijke… boodschap… voor Goldenmind…”
De klerk die beschermend in de deuropening stond keek bij deze woorden even achterom en liet een blik van herkenning zien. “Bralik? Man, ik had je bijna niet herkend met die paarse kop van je. Lopen en conditie is niet echt jouw ding, he? Jij bent meer iemand die ervoor zorgt dat andere mensen dingen voor je ‘doen’. Dan speelt het bier en wijn toch op, he?”, de klerk begon te lachen en hierop ontspande de tweede klerk ook zichtbaar.
“Nou, ehh, Bralik, neem anders even plaats en een slok water zou ik zeggen, dan verwittig ik Valerius Goldenmind dat je hem wilt spreken.” De dikke magiër plofte neer op één van de luxe banken in de ontvangsthal van de Bibliotheek en wachtte uitgeblust de komst van de meester van deze tempel af.

Valerius reed opgewekt het hem onbekende landschap van Cormyr.
Na het gesprek met één van de studenten, had hij voor het eerst in maanden weer een doel waar hij zich echt op kon richten. De golem die in de magic vault van de Library of Azuth stond had hem de afgelopen maanden afgeleid en bezig gehouden. Valerius moest en zou meer weten over deze vreemde constructies en hun oorsprong. Daarom had hij diverse mensen binnen de bibliotheek opdracht gegeven om te zoeken in de boeken naar ook maar enige verwijzing die met de golems te maken kon hebben.
Enige tijd geleden was Valerius er ook achter gekomen dat Thibaud d’Essencere een aantal leerlingen de mogelijkheid had gegeven om extra informatie over de golems in te winnen in ‘het veld’. Iedere student die met nuttige informatie over de golems terug kwam, kon rekenen op extra privileges binnen de academie.
Dit had Thibaud natuurlijk gedaan zonder toestemming vooraf van Valerius, want als hij hier lucht van had gekregen had hij natuurlijk nooit akkoord gegeven. Je kon erop rekenen dat de minst getalenteerde studenten deze opdracht met beide handen aanpakten om zo wat privé lessen te krijgen. Dit in combinatie met het gevaar dat onbekendheid met  zich meebrengt, had er zeker voor gezorgd dat Valerius niet had ingestemd met het plan om studenten erop uit te sturen om luistervinkje te spelen. Enfin, Valerius hoorde pas van de actie van Thibaud toen het leed al was geschied en er een behoorlijke groep leerlingen in diverse steden actief was om alle mogelijk nuttige informatie te verzamelen over de mysterieuze constructie die ergens in de bibliotheek stond.
Maandenlang was Valerius in zijn onderzoek dode sporen in gelopen en hij had het punt bereikt dat hij ook maar de kleinste, meest onwaarschijnlijke aanwijzing wilde volgen, als hij maar iets meer van de oorsprong van de golems te weten kon komen.
Wanneer je de briljante magiër nu zou vragen waarom hij er zo op gebrand was om meer over deze constructies te weten te komen, zou hij je het antwoord schuldig moeten blijven, Toegegeven, hij had in zijn glansrijke carrière al veel meer magische wonderen mogen aanschouwen. Maar op de een of andere manier bleven de Golems van Sel´hahinn hem fascineren.
En gisteren kwam daar dan het verlossend bericht. Van een minder getalenteerde leerling, ene Bralik. Een jongen die zeer waarschijnlijk nooit verder zou komen dan de derde cirkel, maar die wel een groot talent had om de gemoedstoestanden van mensen te lezen. Dit had hem waarschijnlijk ook geholpen met het vergaren van de informatie die hij kon delen over de golems.
Bralik had zich weken ingezet om informatie over de golems te achterhalen en had tenslotte iemand horen praten over een bijzonder getalenteerde beeldenmaker. Een oudere man vertelde het verhaal van de beeldenmaker die zichzelf in een grot had terug getrokken, waar hij alleen maar tijd en aandacht kon schenken aan het maken van de perfecte sculptuur.
Met  wat drankjes had de student de oude man dronken gevoerd en te horen gekregen dat deze beelden levensecht waren en dat zij ook vatbaar zouden zijn voor de vonk des levens. Toen Bralik de inmiddels beschonken man had gevraagd of de naam Sel´hahinn ook een rol speelde in dit verhaal, had de man even glazig gekeken. Vervolgens zij hij dat deze naam hem niet veel zei, maar wel dat de grot waarin de kunstenaar zou leven Sellies cave werd genoemd door de lokale bevolking.
Net zoals dit nieuws voor Bralik reden was om zo snel mogelijk naar Valerius toe te gaan en de beloning te incasseren, was dit voor Valerius dé gelegenheid om een stapje verder te komen in zijn onderzoek.  Bralik had de man zelfs een globale locatie van de grot kunnen ontfutselen. Natuurlijk niet voldoende om er met een teleportatiespreuk naar toe te gaan, maar desalniettemin accuraat genoeg om een trip naar de grot te ondernemen.
Dolenthousiast had Valerius zijn kameraden Belros en Marcus ingelicht en hen gevraagd om hem te vergezellen op de mini expeditie die hij ging ondernemen. ‘Het was zoals vanouds’, aldus Valerius.
Marcus liet weten dat hij er dit keer helaas niet bij kon zijn, omdat hij zelf midden in een onderzoek zat. Hij was iets op het spoor waarbij hij Valerius wellicht ook nog nodig had, binnenkort.
De leider van de tempel van Astoth daarentegen had bijna opgelucht gereageerd op de oproep van Valerius. Hij zei dat hij in naam van Astoth natuurlijk wel mee wilde om ook hier weer aan te tonen dat het recht dat Astoth spreekt altijd weer zegeviert.
Wat dit met de expeditie naar een beeldenmaker te maken had, wist Valerius eerlijk gezegd ook niet, maar het welkome gezelschap van Belros op deze reis had hem ervan weerhouden om hier verder vragen over te stellen.

De teleportatie voor Belros, Destrin en hemzelf, naar het voor hem meest bekende dorp in Cormyr was  snel geregeld, nadat hij de paladijn en zijn leeuwin had opgehaald uit de woestijn van Calimshan.
In het dorp had Belros een stel goede paarden gekocht en de rest van de reis naar de grot van de kunstenaar werd op traditionele manier afgelegd. Het had zo zijn voordelen om met een snelrechter van Astoth langs stille wegen te reizen. Op de een of andere manier werd het trio niet een enkele keer aangehouden op deze toch wegens struikrovers beruchte route. Het embleem van Astoth dat Belros  fier en openlijk op zijn kuras toonde werd waarschijnlijk toch herkend door hen die reizigers minder goed gezind waren op deze route.

Na een week bereikten Belros, Destrin en Valerius de grot waar in een herberg in Darromar voor het eerst over gesproken werd.
Goed geluimd stapte Valerius van zijn paard en beende op de ingang van de grot af.
Belros riep zijn vriend tot de orde: “Wat wil je gaan doen als je eenmaal binnen bent?”
Valerius keek lachend achterom en wierp de paladijn van Astoth toe: “Nou, gewoon een praatje maken.  Hoezo dan?”
Belros stapte brommend van zijn paard en voegde zich bij de magiër: “Op de een of andere manier, heb ik het gevoel dat het meer wordt dan alleen een praatje maken…”
Destrin keek even veelbetekend naar haar meester en gromde diep van uit haar keel.
Belros zuchtte een keer diep en mompelde: “Destrin is het met me eens. Helaas…”

Na een kort overleg stapten de jarenlange vrienden  Sellies Cave binnen… op zoek naar die felbegeerde informatie over de golems…

 

 

 
Paladins! A Forgotten Realms Campaign - All contents © copyright 2004. All rights reserved.