Onderwerp
: Get Them Here - Get Your Demons Here
Auteur : Remco Gerrets
Datum : 26-02-2012
 


 The Chronicles... So Far
 

Get Them Here - Get Your Demons Here

Het misselijkmakende gevoel dat Marcus van Valerius’ teleport had overgehouden begon geleidelijk aan weg te trekken. Maar goed ook, dacht Marcus, want hij was inmiddels samen met de magiër zo geruisloos mogelijk alweer twee verdiepingen afgedaald in het pakhuis. Wellicht dat het de combinatie was van opgeslagen specerijen, tapijten, stoffen en andere waar, maar normaliter trok het bijeffect dat een teleport op Marcus had sneller weg. De demon hunter schonk er verder geen aandacht, met name omdat hij juist op dat moment net iets meer geluid maakte dan hem lief was.
Heel even schoot het Marcus door zijn hoofd dat dit de allereerste keer was dat hij alleen met Valerius op pad was. De eerste keer alleen met de First Disciple of Azuth; hij kon zich slechter gezelschap indenken.

Hoewel de eerste paar minuten wat onwennig aanvoelden voor de demon hunter schakelde hij al snel over naar zijn solitaire jachtinstinct; op iedere verdieping volgde hij zijn systematische aanpak die hem van jongs af aan was ingestampt. “Eerste beginsel: een outsider wordt waargenomen door het oog van Torm, het menselijk oog ziet de demon te laat. ” De woorden van zijn meester, master Brem Colleen,  klonken alsof deze pal naast Marcus stond. Inmiddels was de demon hunter zo ervaren dat hij detect outsider skill zonder al te veel concentratie kon uitvoeren. Na enkele ogenblikken schakelde Marcus over naar de detect evil skill die hem door de priesters van Torm was bijgebracht. Waar Marcus op de zesde tot en met de vierde verdieping geen enkel teken van outsiders danwel van evil ontwaarde, constateerde de volgeling van Torm op zowel de derde als tweede verdieping wel degelijk de presence van outsiders. Met een korte knik naar Valerius gaf Marcus aan door te lopen naar de eerste verdieping. De demon hunter was op jacht en was vastberaden zo snel en efficiënt mogelijk te werk te gaan en had niet het idee dat hun aanwezigheid al was opgemerkt.

Op de eerste verdieping bevond zich de winkel van de eigenaar van het pakhuis en bleek er op het late tijdstip toch nogal wat bedrijvigheid. Zo nu en dan waren Marcus en Valerius genoodzaakt snel een gang in te duiken als er personeel langskwam. De kaart die de informant Maleth het meegegeven bleek uiterst correct en Marcus bedacht dat zijn connectie in Marsember zijn geld meer dan waard was, voor zover dat opgaat voor een dief. Op basis van de kaart liepen Valerius en Marcus vrijwel direct naar de plek waar zich volgens hun informatie hoogstwaarschijnlijk het amulet bevond. Dat Marcus ook op de eerste verdieping outsiders detecteerde weerhield hem er niet van zo snel mogelijk het amulet in handen te krijgen om het vervolgens te vernietigen.
Voorzichtig opende de demon hunter de deur van de slaapkamer. Binnen bleek er geen verlichting, maar met behulp van zijn darkvision zag Marcus dat het bed onbeslapen was. Terwijl hij zachtjes door de slaapkamer liep zag hij dat er in de aangelegen ruimte (wat volgens de kaart de badkamer moest zijn) licht brandde. Opnieuw focuste Marcus op outsiders en evil en vooral dat laatste deed hem een koude rilling over zijn rug lopen. Niet zozeer dat hij in de nabijheid was van een demon, maar meer alsof er een projectie van evil, een schim rondwaarde in de ruimte waar het licht vandaan kwam. Valerius was inmiddels de slaapkamer binnen gekomen en voorzichtig deed het tweetal de deur van de badkamer op een kier. Valerius sloeg een hand voor zijn mond en ook Marcus moest twee keer slikken bij het aanzicht een de vrouw die aan beide armen in de badkamer, boven het bad, als een geslacht varken was opgehangen. Waarschijnlijk was zij nog geen uur geleden omgebracht en was haar lichaam leeggebloed in het inmiddels overlopende bad. De twee paladins weerhielden zich ervan de vrouw direct los te halen uit haar ketenen, niet alleen omdat het hen duidelijk was dat de vrouw niet meer te redden was, maar met name omdat het schouwspel hun missie nog eens overduidelijk benadrukte. “Het bad is veel te vol.” Merkte Valerius op, waarop Marcus uitlegde dat de vrouw waarschijnlijk niet het eerste slachtoffer was van een dergelijke rituele moord. Terwijl de demon hunter vertelde dat demons er doorgaans extra hun best voor doen om personen die in hun ban zijn zoveel mogelijk leed toe te brengen (de conclusie dat de vrouw eigenhandig door haar man was omgebracht was al snel getrokken), viel het de paladin op dat er een licht bloedspoor vanuit de slaapkamer de gang inliep. Hij was er toch zeker van dat Valerius de slaapkamerdeur had dichtgetrokken. Het tweetal zette de achtervolging in en kwam uiteindelijk uit in het eigenlijke winkelgedeelte waar het spoor niet langer zichtbaar was.

Valerius wilde Marcus net vragen hoe nu verder te gaan toen hij een sonoor, dronend gehum hoorde. Het was Marcus ook opgevallen, die letterlijk zijn half-elf oren spitste en langzaam de ruimte scande om zo het geluid te lokaliseren. Hij wees op de plek achter de toonbank. Zachtjes liepen de twee door de schemer donkere winkel, richting de toonbank. Achter de toonbank bleek een trapgat waar vanuit het gehum, of liever gezegd, ritueel gezang vandaan kwam. Voordat Marcus het trapgat in wilde stappen hield Valerius de demon hunter tegen en wees op een glyph die daar als val geplaatst was. De magiër stak geruisloos zijn handen uit zijn mouwen, maakte een aantal arcane gebaren en fluisterde een gebed tot Azuth, waarna de glyph langzaam doofde. Valerius stapte weg bij het trapgat en gebaarde dat Marcus door kon lopen. Marcus kon zich inderdaad slechter gezelschap bedenken.

De kelder van het pakhuis bleek immens. Hier en daar verlicht door vaten die een faal blauw licht afgaven konden Marcus en Valerius in een eerste oogopslag geen inschatting maken hoe groot de kelder werkelijk was. Niet in het minst omdat hun zicht werd geblokkeerd door opeengestapelde kratten en vaten. Valerius nam de ruimte in zich op, terwijl Marcus na een snelle scout eigenlijk alleen maar oog had voor hetgeen zich afspeelde in klaarblijkelijk het midden van de kelder. Binnen een rituele cirkel getekend om de houten vloer zaten zeven mannen aan een tafel, allen gekleed in zwarte gewaden met een zwarte monnikskap op. De zeven mannen waren de bron van het sonore gezang. Aan kop van de tafel stond de eigenaar van het pakhuis en de winkel, rond zijn nek de prooi waar Marcus deze avond naar op jacht was; het amulet. Als een tegenpool op het rituele gezang van de gewade mannen prevelde de koopman onzedelijke gebeden, zijn ogen gefixeerd op een afzichtelijk afgodsbeeld van een demon. “Serieuze zaken, hier.” fluisterde Marcus naar Valerius en wees op het afgodsbeeld dat duidelijk gemaakt was door iets of iemand die one-to-one contact had gehad met een demon. Doorgaans waren de idols van demonen ruw en onnauwkeurig, maar niets was minder waar het dit beeld betrof. Dat het hier om een Type IV demon, of wellicht een demon prince ging zoveel was Marcus wel duidelijk. De detect outsider die hij automatisch had gedaan bij het afdalen door het trapgat waarschuwde hem dat er in totaal 5 outsiders aanwezig waren in zijn directe omgeving. Hij waarschuwde Valerius dat er 3 outsiders in een stel tonnen zaten en 2 in een aantal kisten. De magiër keek de demon hunter aan en de blik van verstandshouding was voldoende. Valerius fluisterde Marcus toe dat hij zijn ogen dicht moest doen, waarna hij zich tot Azuth wende.

De sunburst die het gevolg van Valerius gebed was verraste de occultisten volledig. Het verblindende searing light zorgde ervoor dat een aantal van de demon worshippers omver werd geblazen en hun onreine huid zwaar verbrandde. De overgebleven mannen en de koopman schrokken weliswaar wakker uit hun trance, maar leken niet verblind door het felle licht.
In een fractie van een seconde ontvlamde het gevecht. Van de tonnen en kisten waar Marcus de outsiders gelokaliseerd had klapten de deksels open en sprongen de vijf outsiders tevoorschijn. Dit had Marcus op zich wel verwacht, echter, dat de tafel waaraan de occultisten zaten uit zichzelf leek op te staan vond de demon hunter minder voor de hand liggend. De tafel mat minimaal zes meter en leek zich klaar te maken om aan te vallen. Marcus reageerde desalniettemin veel sneller dan zijn tegenstanders en stormde op de koopman af, waarop 1 van de occultisten een magische pijl afschoot op de demon hunter. Helaas voor de man was Marcus niet te stuiten. De demon hunter activeerde Valerius’ Charm en commandeerde de outsiders in naam van Torm het material plane te verlaten. De volle overgave van Marcus gebed, bijgestaan door de eagle splendor van het amulet dat Valerius voor hem had gemaakt zorgde ervoor dat de outsiders rond Marcus, inclusief de reusachtige tafel, uiteen spatten.

Valerius had intussen een flight uitgesproken en gaf Marcus rugdekking door de warlocks en overige outsiders op afstand te houden.
Marcus was nog steeds gefocust op de koopman. Terwijl het lichaam van de koopman hevig schokte en de ware aard van de Yagg-Toth die bezit had genomen van het lichaam tevoorschijn kwam, aarzelde Marcus geen moment. Dit was zijn metier, dit was waar hij Torm voor diende en de demon hunter stootte opnieuw zijn holy symbol vooruit. Dit keer alleen gefocust op de demon waar hij oog in oog mee stond. Geen van de warlocks die zich rond de demon hadden geschaard kon iets uitvoeren om het onvermijdelijke te voorkomen. Marcus riep luidkeels het gebed waarin hij Torm vroeg de Yagg-Toth te banishen. Torm’s antwoord liet niet op zich wachten en de demon verliet schreeuwend de wereld van Toril. Het lichaam van de koopman viel op de grond.
Valerius en Marcus maakten korte metten met de overgebleven occultisten en zoals wel vaker het geval was met demon worshippers vochten de warlocks tot het bittere eind.

Na het gevecht snelde Marcus zich naar de koopman, want het amulet waarvoor hij was gekomen moest natuurlijk nog wel vernietigd worden. Valerius zorgde ervoor dat de demon hunter zonder problemen door de magic circle kon stappen om zo het amulet te bemachtigen. De koopman, hoewel zwaar verzwakt, was nog in leven.
Marcus stelde zijn prioriteiten en vernietigde het amulet door met de Demon Capturer een stuk uit het sieraad te slaan. Het vernietigen van het amulet stak in schril contrast af met het heldhaftige gevecht dat eraan vooraf ging.

In de dagen die volgden zorgden Valerius en Marcus ervoor dat de koopman weer op krachten kwam en werden de praktijken die zich de afgelopen paar weken in het pakhuis hadden afgespeeld tot op de bodem uitgezocht. Het bleek dat de Yagg-Toth de koopman, diens handelshuis en de daaruit voortvloeiende handelsroutes had gebruikt om systematisch demon spawn in tonnen en kisten te verschepen. Nadat de koopman zijn handelsconnecties had uitgetekend werd de schaal van het schandaal pas echt zichtbaar. De afgelopen weken, zo bleek, waren er door heel Cormyr en ver daarbuiten honderden, wellicht duizenden vaten, tonnen, danwel kisten verscheept!  En voor ieder vat, elke ton of kist was de kans aanzienlijk dat er een demon was mee verscheept.
De koopman, verscheurd door het overlijden van zijn echtgenote en het kwaad dat in zijn naam was verricht, wist zich geen raad. En daarom verzekerde Marcus dat zijn demon hunter guild de koopman zou helpen om de “demons in a can” op te sporen en te elimineren.

Mocht u dus net uw nieuwe wijnvaten binnen hebben gekregen, eerst even drie keer op het hout kloppen; indien uw kloppen wordt beantwoord, neemt u dan even contact op met uw lokale contactpunt voor demon pest removal!

 

 

 
Paladins! A Forgotten Realms Campaign - All contents © copyright 2004. All rights reserved.