Onderwerp
: Caught Between A Rock And A Hard Place
Auteur : Marco Baro
Datum : 06-03-2012
 


 The Chronicles... So Far
 

Caught Between A Rock And A Hard Place

De tijd begon te dringen en het zou niet lang duren voordat Maximiliam de Ténébreux met zijn hele gevolg de woestijn weer zou intrekken om de Shards van de Woestijn kostte wat het kost in zijn bezit te krijgen. De twee magiërs, die door de groep was ondervraagd, werden in een nabijgelegen inloopkast gestopt om zoveel mogelijk te voorkomen dat Maximiliam en zijn handlangers op de hoogte zou worden gesteld van de aanwezigheid van de groep paladijnen. Met de laatste invisibility speuk van Valerius werd Marcus onzichtbaar gemaakt. Nu was de groep klaar om op zoek te gaan naar Maximiliam, maar welke kant moest de groep nu oplopen?

Op goed geluk werd een gang gekozen en liep de gehele onzichtbare groep (in tegenstelling tot de andere groepsleden, kon Valerius middels de spreuk See Invisibility de groepsleden wel zien en waar nodig hen corrigeren wanneer ze te dicht tegen elkaar aan zouden komen) verder het complex in. Opeens werd een deur geopend en kwamen er twee huurlingen naar buiten de gang op. Ze droegen zwarte tunieken en hadden kromzwaarden bij zich. Middels Marcus’ Ring of Comprehend Languages, werd het duidelijk dat ze gingen eten. De groep volgde hen stilletjes.

Gedurende het lopen, viel het Marcus op dat de layout van het complex het meeste weg had van een kazerne. Qua richtingsgevoel bevonden we ons volgens Marcus in een van de vestingmuren. Valerius viel iets anders op. De houten deuren, waarlangs de groep liep, waren ondanks het feit dat deze honderden jaren oud waren, nog steeds in zeer goede staat. Het kon niet anders dat een Preservation Spreuk deze deuren in goede staat hield na al die tijd.

De groep liep verder door. Inmiddels waren de twee huurlingen al een deur ingegaan (er was geen twijfel mogelijk dat daar de eetzaal was) en de groep was verder gelopen. Op een gegeven moment kwam de groep op een zijgang, die omlaag liep en eindigde bij een deur. De groep besloot omlaag te gaan en deze deur eens beter te bekijken. Toen Belros de deurknop aanraakte, werd hij begroet door Lightning Damage van een Glyph die op deze deur was geplaatst. Na even te zijn bijgekomen van deze verrassing (en het hielp al helemaal niet zijn humeur op te vijzelen) deed hij de deur open om de ruimte erachter te bekijken. Het was er aardedonker.

Marcus, die wel in het donker kon kijken, keek naar binnen en zag dat het een bergingsruimte was met twee grote kasten en een aantal kisten. Hij stak een toorts aan zodat de rest van de groep dit ook kon zien.
Marcus merkte direct dat het in deze kamer niet goed aanvoelde. Toch besloot de groep enige tijd in deze kamer door te brengen. Destrin werd buiten op wacht gezet en de deur werd dichtgedaan. De grote kasten bleken allen afgesloten te zijn met kettingen en een zegel dat niemand bekend voorkwam. Belros merkte direct op dat deze zegels onlangs waren aangebracht en nieuwer waren dan de kasten in deze kamer.

Marcus besloot een van de kisten nader te bekijken en opende er eentje. In deze kist zaten drie juten zakken. In deze zakken bevonden zich kleding, zes kledingstukken waren oud, een was nieuw en dit betrof de kleding van een tovenaar. Verder werden er drie rollen perkament gevonden; de eerste rol bevatte de spreuken Fireball en Lightning Bolt, de tweede rol perkament bevatte een notitie, die als volgt luidde: “Belangrijke: De kasten bevatten belangrijke inhoud. Kasten niet openen!”). De laatste rol perkament bevatte informatie om een item te maken dat spreuken zou kunnen Maximizen.

Marcus begon de smaak te pakken te krijgen en maakte met zijn zwaard ‘Showtime’ nog een kist open. In deze kist bevonden zich verschillende glazen flesjes. Hiervan waren we vier gevuld met een zwarte vloeistof. Valerius herkende deze vloeistof als vloeibare negatieve energie en besloot deze flesjes mee te nemen. Belros gaf aan dat de groep nu lang genoeg in deze kamer was gebleven en dat het nu echt toch tijd werd om verder te gaan en de groep hervatte hierop zijn zoektocht naar Maximiliam de Ténébreux.

Even verderop liep opnieuw een zijgang omlaag en eindigde bij een deur. Marcus besloot aan de deur te luisteren en hoorde twee stemmen, een zware stem en een lichtere nasale stem. Aangezien hij niet goed kon horen wat er werd gezegd, deed hij de deur heel zachtjes op een kier. Nu werd het wel duidelijk waar deze twee sprekers het over hadden. Het bleek om een discussie te gaan over Wierrook en Spreuken. Duidelijk bleek het om twee magiërs te gaan die met elkaar hevig in discussie waren. De groep besloot weer terug te gaan naar de hoofdgang om weer verder te lopen. Na een keer terug te moeten hebben lopen naar een zijgang om twee fighters, die de onzichtbare groep tegemoet liep, voorbij te laten gaan, kwam de groep op een gegeven moment opnieuw op een zijgang die omlaag liep, maar nu eindigde in twee zware dubbele deuren. Deze dubbele deuren waren gevat in metaal. Nu luisterde Belros aan deze deur en hoorde het geroezemoes  van een grote groep figuren.

Opeens gromde Destrin zachtjes en Valerius die aan de ingang van de gang omlaag stond, zag een groep figuren de kant opkomen. Van de paladijnen. Het was duidelijk dat zij ergens naar op zoek waren en het was niet moeilijk om in te schatten wat dit zou zijn… Een van de figuren viel Valerius onmiddellijk op. Het was een lange magere magiër die, aan zijn melkwitte ogen te zien, blind was. Toch liep deze resoluut de kant van de groep op en toen zag Valerius hoe dit kwam; voor de magiër zweefde een magisch oog dat het beeld van deze gang doorgaf naar de eigenaar ervan. Op dat moment ging er een schok door Valerius en keek hij naar de gang die naar beneden liep. In de linker- en rechterhoek boven de dubbele deuren, zat precies zo’n zelfde oog! “We worden in de gaten gehouden door Magical Prying Eyes. We moeten hier weg!”, fluisterde Valerius naar zijn groepsleden.

Hierop trok de groep zich terug uit de gang en gingen zij terug de kant op waar ze vandaan waren gekomen. Marcus had inmiddels een web geplaatst met behulp van de spin waarop hij zat, om hen zo meer tijd te geven zich terug te trekken. De groep achtervolgers lieten zich niet zo gemakkelijk afremmen. Eén van de figuren stak een fakkel aan om het spinnenweb weg te branden. Kort daarop hoorde Valerius het bekende gemompel van een spreuk die werd  uitgesproken; “Cone of Cold”. Terwijl zijn ploeggenoten achterhem verder de gang terugliepen, bleef Valerius staan om deze spreuk te counteren. Terwijl ook hij zich daarna terugtrok, hoorde hij een andere magiër een spreuk uitspreken. Ditmaal was het een “Enfeeblement”; een spreuk die ook bij Valerius zeer bekend was. Valerius kon hier helaas niets aan doen en zelfs in onzichtbare toestand werd hij door deze spreuk getroffen. Zwaar verzwakt strompelde Valerius achter zijn ploeggenoten aan. Gelukkig konden Belros en Marcus hem op de rug van Destrin plaatsen en terwijl Marcus nog een web spon over de breedte van de gang, maakte de groep zo snel als zij konden, zich uit de voeten.

De groep paladijnen besloot zich terug te trekken naar de kamer met de kasten die waren verzegeld en eenmaal daar aangekomen en de deur te hebben dichtgetrokken, leken zij in deze kamer veilig. “Wat nu?”, was de vraag die op ieders gezicht was af te lezen. Marcus besloot van de gelegenheid gebruik te maken om een derde kist open te maken en vond hierin een groot aantal buideltjes. In de meeste zaten reeds vergane material components. Weer andere buidels bevatten munten uit bijvoorbeeld Thay, weliswaar uit een oude tijd. Andere buidels bevatten wierrook, maar ook dit was reeds vergaan. In één buidel vond Marcus een houten kistje, met daarin een montuur. Deze bril bevatte een paarse lens en een lens die ooit orange moest zijn geweest. Al het oranje was weggetrokken naar een barst die zich in het midden van deze lens bevond. Marcus besloot de bril op te zetten en na enigszins aan het zicht te hebben moeten wennen kon hij, weliswaar niet helemaal scherp, toch Belros herkennen, maar hij was omgeven door een rossige gloed. Marcus zelf was omgeven in een groene gloed net zoals dat bij Valerius het geval was. Op een gegeven moment kreeg Marcus hoofdpijn van de wazige beelden die hij zag en zette hij de bril weer af. Hij kreeg toen de schrik van zijn leven toen hij opeens niets meer kon zien. Gelukkig was dit van korte duur en trok zijn zicht weer langzaam bij. De groep besloot nog een kist open te trekken, de vierde, en trof in deze kist allemaal boeken. Het waren allemaal oude boeken die voor zowel leerling magiërs als de meer ervaren magiërs zeer interessant konden zijn, zo vertelde Valerius.

Opnieuw voelde de groep op een gegeven moment de drang om weer verder te gaan en toen Belros voorzichtig zijn hoofd om de deur had gestoken en had gezien dat alles weer veilig was, ging de groep weer terug naar de gang met de dubbele deuren. Het bleek overal erg stil te zijn, alsof het gehele gebouw met spanning afwachtte wat zou gaan komen. Eenmaal aangekomen bij de dubbele deuren, zag Marcus dat er nog steeds een oog ‘op wacht stond’. Meteen schoot Marcus met de rod of Lightning een bliksemschicht af op de dit oog en deze viel verschrompeld van de muur omlaag op de grond. Hierna deed Marcus voorzichtig een van de dubbele deuren open en keek door een kier de grote ruimte in. Vanuit de kier kon hij een grote tafel zien, waar mensen omheen zaten en verder kon hij mensen zien rondlopen. Door deze kier ging de groep een voor een, nog steeds onzichtbaar, naar binnen…

Eenmaal binnen bevond de groep zich in een grote zaal met zes grote tafels, waar een allegaartje van huurlingen omheen zaten. Het was duidelijk dat deze huurlingen er zeer ervaren uitzagen en allen bezaten zij een goede wapenuitrusting. Valerius stootte Marcus aan. “Kijk daar naar de linker muur en het midden vlakbij het plafond!”. Marcus keek naar de richting die Valerius hem had beschreven en zag opnieuw een oog dat lui kijkend, de zaal in de gaten hield. Na kort overleg besloot de groep langs de linkermuur naar de andere kant van de grote ruimte te gaan, waar ook een grote dubbele deur was. Eenmaal daar aangekomen, bleek deze dubbele deur aan deze kant te zijn vergrendeld met een grote zware balk.

Wat nu? Wanneer de balk eraf zou worden gehaald zou dat zeker de aandacht trekken hier. En wat zou er zich aan de andere kant van de muur bevinden? Veel tijd om hierover te discussiëren was er niet, want opeens klonk een luide bons vanuit de andere kant van de dubbele deuren. Twee figuren sprongen naar voren om de zware balk van deze kant eraf te halen. Vervolgens werden de deuren geopend en trad er een figuur de ruimte binnen die nog het meeste weg had van een half-ogre. Met een luide grom gebaarde hij dat het gezelschap huurlingen hem moest gaan volgen. Hierop liep de gehele menigte achter hem aan de gang in die zich achter deze dubbele deuren bevond.

Ternauwernood wist Destrin als laatste de kamer uit te rennen, voordat deze werd afgesloten door een Blackguard. Vooral Belros en Marcus moeten zich echt inhouden om niet in te slaan op dit figuur! De groep paladijnen wachtte even totdat de grote groep was doorgelopen, voordat zij zelf erachter aan liepen. Terwijl zij door de gang liepen, passeerden zij links en rechts alkoven, waar een zwart energie veld voor zat, als het ware om hetgeen dat zich daarin bevond, te weerhouden om daaruit te komen…

De gang eindigde in een enorme binnenplaats en daar zagen Belros, Destrin, Marcus en Valerius in totaal vier groepen bijeenkomen. Aan de uitrustingen te zien, was er een groep necromancers, een groep met warlocks, een groep met sorcerers en fighters en een groep humanoids te zien. Met name die laatste groep leken zeer gedisciplineerd te zijn en zeer goed op elkaar te zijn ingespeeld. In totaal waren er zo’n honderd man op deze binnenplaats te zijn verzameld, ongeveer vijfentwintig per groep. Samen met de groep paladijnen, stond een ieder te wachten op wat zou komen.

Het wachten duurde niet al te lang, want op een gegeven moment verscheen vanuit een andere gang een groep met in totaal acht Bloodmages. Achteraan liep Maximiliam de Ténébreux. Voorop liep een priester met het gewaad van Nerull, zwaaiend met een grote wierookkandelaar. Marcus fronste zijn wenkbrauwen toen hij dit figuur zag, want was Nerull niet een god die was gestorven?

Zwijgend keek de groep Paladijnen naar dit tafereel, wachtend op wat zou komen…

 

 

 
Paladins! A Forgotten Realms Campaign - All contents © copyright 2004. All rights reserved.