Golem Onderzoek

 
Drie maanden waren er reeds verstreken na het avontuur van Belros en Marcus in The City of Doors, beter bekend als Sigil. Het avontuur eindigde met een redding actie van Valerius om de twee paladins op te halen uit een ondergrondse gevangenis van waarschijnlijk een Draw commune.

Bij Valerius liep niet alles op rolletjes, een vooraanstaand handelshuis heeft de geld kraan dicht gedraaid en andere geld schieters laten het afweten of minderen in hun bijdrage aan de tempel van Azuth.
Bij de tempel van Astoth gaat het aanzienlijk beter en met name de tempel in Trademeet heeft een goede aanloop van versschillende volgelingen.
Skylar runt de tempel naar tevredenheid en laat een stijgende lijn in aanhangers en donaties zien.
De tempel in de woestijn waar Belros verblijft heeft te kampen met regelmatige aanvallen van “zandmonsters” die tot nu toe redelijk makkelijk worden afgeslagen, maar toch zorgen baren omdat ze niet weten waar ze vandaan komen en waarom?
Shadout Hara heeft Belros ook gevraagd de zaak wat serieuzer te gaan aanpakken en proberen de bron van de monsters te vinden.

Marcus is na zijn terugkomst op bezoek gegaan bij zijn orde van de demon hunters en heeft daar te horen gekregen dat de verliezen in de Apocalyps toch behoorlijk hard zijn aangekomen in de orde en hij wordt gevraagd om een prominentere rol in te nemen en samen met een tweetal andere hooggeplaatste demon hunters te zorgen dat de orde weer word aangesterkt met eventueel nieuw talent of hunters die tot nu toe zelfstandig hebben geopereerd.
Marcus heeft aangegeven erover na te denken en er binnenkort op terug te komen.

Bij de wekelijkse bijeenkomst in Darromar van Marcus en Belros zegt Marcus dat Valerius hem gevraagd heeft naar de tempel van Azuth te komen om het een en ander aan gevonden spullen te bekijken en de twee paladins besluiten om daar maar eens gebruik van te maken.
Aangekomen bij de tempel worden de twee bekende vrienden makkelijk doorgestuurd naar de kamer van Valerius en deze wacht hen op met een tafel vol spullen. Ringen, kettingen, edelstenen, miniaturen en van alles en nog wat vult de grote houten tafel.

“Vrienden!” groet Valerius vriendelijk als hij de twee paladins ziet binnen stappen.
“Aardig wat spullen daar.” zegt Belros.
“En ik weet van alles wat de magische effecten zijn.” vult Valerius aan en geeft een papier door waar alle items staan beschreven.
“Een ring of comprehend languages” zegt Marcus opgetogen.

“Neem jij die maar.” Belros weet dat Marcus daar wel wat mee kan en hij kijkt naar Valerius.
“Ja hoor, neem hem maar, geen probleem.” Valerius heeft zijn oog ergens anders op laten vallen en maakt ook geen probleem over de eerste keuze van Marcus.
De rest van de verdeling verloopt soepel en iedereen is tevreden. Evil items worden vernietigd.
Belros neemt ook nog een broche mee voor Sir Hemmingway, zijn wapenmeester als geschenk voor het goede verdedigen van de tempel tegen de zandmonsters bij afwezigheid van Belros zelf.
Als alle spullen zijn verdeeld en iedereen is weer tevreden bij de les dan verteld Valerius dat hij een kleine studie heeft gemaakt van de Golem die we hebben staan hier en hij laat een perkament met namen en toenamen zien van mensen die hier eventueel mee te maken hebben en hij denkt via een ingewikkelde theorie te weten wie de ziel in de Golems is.
Dit blijkt uit namen en puzzelen dat dit wel eens Matran de verloren priester van Lathander kan zijn?Dit gaat ver, maar ook Marcus die de papieren van Valerius doorleest is verbaasd over de overeenkomsten die dit aangeven.
We besluiten om te proberen de golem actief te krijgen met “Heart of the Soldier”, de zilveren bol die de golems in zich dragen en die het hart vormen van de constructs.

Een dag later staan Belros en Marcus in de afgesloten kamer samen met Valerius en Yaron om te kijken of ze het geheim van de Golems kunnen ontrafelen.
Valerius neemt de Heart of the Soldier in zijn hand en loopt op de stilstaande Golem af.
Een meter of drie voor het ijzeren gevaarte vliegt er een vlam aan in de zilveren bol.
“Golem can you hear me?” vraagt Valerius.
Hij krijgt geen reactie.
Het licht schijnt richting het monster en lichten zijn ogen nou op? de schaduw op de muur beweegt!
Of toch niet? Valerius loopt terug en is alle besef om hem heen kwijt.
Hij doet weer een stap naar voren.
Opent de golem nou zijn ogen? het is lastig te zien.
“Brother.” klinkt het met een lage wat krakende stem.
Valerius schrikt wat van de reactie van de golem en weet niet of hij dit als een vraag of een mededeling moet interpreteren.
Hij antwoord twijfelend met “Brother” terug.
” You come tot rescue me?” is de volgende vraag van de iron golem.
“Where are the others?” vraagt Valerius.
“Where they been placed.” is het antwoord en nu weet Valerius dat hij vragen aan het stellen is die hij als “brother”zijnde had moeten weten en de golem argwanend kan maken en dan word het gevaarlijk.
Als ook Marcus en Yaron nog wat aanwijzingen gaan geven en de golem vraagt wie de stemmen op de achtergrond zijn dan word het Valerius te gevaarlijk en stapt hij naar achteren en golem gaat weer in de “slaapstand”.

“Ik ga me erop toeleggen meer te weten te komen want dit is zeer gevaarlijk wat ik nu aan het doen ben, ik moet meer onderzoek doen en dan terug komen.” Valerius is duidelijk wat van de kaart en wil weg uit de afgesloten waar hij zich met zijn 3 vrienden bevindt.
Marcus en Belros en ook Yaron hebben alleen een andere mening en zeggen alle drie dat het moment om ergens achter te komen juist nu is, omdat de golem duidelijk wil praten en Valerius niet als een directe vijand ziet omdat hij anders allang had uitgehaald naar de magic-user.
“Als je nu doorzet zie ik juist mogelijkheden ergens achter te komen, de perkamenten vertellen dat the Heart of the Soldier een positieve uitwerking heeft op de innerlijke magische biomassa die verweven wordt met de kolosaal aanwezige magische energie van de maker en het bewustzijn van het monster. Nu stoppen en later doorzetten zal het geringe onderbewustzijn van de golem aanzetten tot twijfel en energie zal weglekken uit het directe magische innerlijke met als gevolg dat degene die de bevelen en missies aangeeft een cosmopolische reactie kan zien en argwaan krijgt en vervolgens zorgt dat de golem voor altijd op non actief blijft staan?”
Belros kijkt wat fronsend naar Marcus en het word de twee paladins nu wat ingewikkeld.
“Daar heb je gelijk in Yaron” Valerius snapt het blijkbaar wel.
“Ik mag het inderdaad niet gokken dat magische interpretatie van biomassa en onderbewustzijn met elkaar botsen zodat de golem nooit meer zal spreken.”
Valerius pakt the Heart of the Soldier voor de tweede keer op en loopt op de golem af.

De bol ontvlamt en Valerius zegt:
“I am Legion, for we are many.”
Golem: “Are you the new one?”
Valerius: “Yes , whats your mission?”
Golem: “Plug in.”
Valerius krijgt het weer benauwd, plug in ? Hoe dan in naam van Azuth?
Valerius:”Lets do it”
Golem:”You know how to do it, its the first thing we learn.”
Nadat Valerius denkt het met de zilveren bol te moeten doen schiet hem iets te binnen dat hij wel eens heeft gelezen dat ze het met handen op elkaars borst doen en hij probeert dit als laatste redmiddel. Anders zal de iron golem hem doorkrijgen en waarschijnlijk verwoestend uithalen.

Als Valerius zijn hand de borst van de golem treft dan schokt hij en de hand lijkt vast te plakken aan de borst van de golem.
Er komen gedachtes en stemmen binnen in het hoofd van Valerius eerst een paar dan 10 en 20 en 100 en later 200 tot wel 300 of meer? Hij begint te schokken maar probeert het te begrijpen.
De gedachtes zijn één, maar er stijgt een bewustzijn boven uit.
Je bent Legion, onderdeel van een groep hij hoort missies en waar je zich bevindt, hij hoort een doel, maar alles gaat snel en is zelfs voor Valerius niet bij te houden.
Je moet luisteren naar……..en dan verbreekt met een klap de verbinding voor Valerius.
Hij krabbelt overeind en probeert tot zijn positieven te komen.
Wat is de missie? Tja welke van de vele misschien wel 15 of 20.
Valerius kan er drie nog voor de geest halen.
1- Defend rules of out creator;
2- Destroy the vile ones who oppose rules of our creator, Sel´hahinn;
3- Divide me across the continent to uphold honour, serve justice and defend the law.

Als Valerius deze missies opnoemt dan kunnen de twee paladins in de ruimte een glimlach niet onderdrukken en Belros geeft aan wel wat van die golems in de tempel van Astoth te kunnen hebben als ze te controleren zijn?

 

The Portal Home

   
Met het verkrijgen sleutel (i.e. een aantal gedroogde bladeren verkregen van de demon), was de puzzel compleet en kon de groep eindelijk de weg naar hun eigen plane vervolgen. De locatie van de portaal was al bekend bij Evy en aldus leidde Evy de beide paladijnen, Marcus en Belros, hiernaartoe. De weg liep door diversen sloppenwijk om tenslotte te eindigen in de meest smerige sloppenwijk die men maar kon vinden in Sigil bij een houten venster van een leeg en vervallen huis. Een raam had er al tijden niet meer ingezeten.

Hoe moest nu de portal worden geactiveerd? Evy gooide op goed geluk een paar gedroogde bladeren door het venster, maar er gebeurde niets. Belros bekeek het vervallen venster eens wat beter. Wat hem opviel was dat er op de grond bij het venster een aantal stukjes verkruimelde bladeren lagen… Evy begon ook het venster nader te onderzoeken en het viel haar op dat bovenop de rand van het venster ook sporen te vinden waren van gedroogde bladeren. Op gevoel begon Evy de randen van het venster in te wrijven met de gedroogde bladeren. Op dat moment begon het binnenste van het venster vager en vager te worden totdat het gevuld werd met een spiegelachtig veld. Evy glimlachte even naar Belros en Marcus, klom op de rand van het venster en sprong toen door het venster heen. Voor de ogen van de beide paladijnen verdween Evy in het niets.

Even later stonden Evy, Marcus en Belros in een zeer bebost, jungle-achtige omgeving. Direct doet Marcus beroep op zijn gave om evil te detecteren en voelt iets rechts van hem, als reactie hierop spreekt hij een ‘Warding Blade” uit. Marcus kon nog net “Bezoek!” uitroepen voordat er drie slangachtige wezens dreigend op de groep af komen. Het blijken Yuan-Ti te zijn. Er klonk gekraak boven in de bomen en opeens vielen ook nog drie grote slangen omlaag. Om het spektakel nog verder compleet te maken, klonk er opeens nog meer luider gekraak en viel er een enorm krokodilachtig wezen met een luide plof op de grond.

De slangachtige wezens werden door de ervaren avonturiers redelijk eenvoudig verslagen, alhoewel Marcus flink werd gebeten in zijn been tijdens het gevecht door het krokodilachtige wezen. Opeens kreeg Belros een barstende koppijn en voelde een enorm Kwaad zijn kant opkomen. Uit de dichte bebossing kwam een vrouwelijk wezen aanzweven. Opvallend was dat iedere arm van haar uitmondde in een bek van een serpent. Naast haar liep een reptielachtig wezen. Belros voelde direct dat dit reptielwezen een avatar was van een voor hem onbekende god.

De twee paladijnen en Evy voelden dat het motto “He who fights and runs away, will live to fight another day” hier prima van toepassing was en de groep rende zo snel mogelijk weg door de jungle. Het was voor de groep een belangrijke les, die hier was geleerd; vaak hingen er kwade figuren rond bij de uitgangen van portalen en dat bleek ook weer hier het geval…

Het vrouwelijke wezen en het reptielachtige avatar wezen, leken de groep verder niet te volgen en even later werd er gestopt om even op adem te komen. Marcus maakte van de gelegenheid gebruik om in zijn “bag of usefull items” te kijken of er iets bruikbaars zat. Even later haalde hij er een gevorkte tak uit. “Goh, handig tegen slangachtige wezens!”, merkte Belros droogjes op. Evy besloot een boom in te klimmen, die boven de andere bomen uitstak. Boven in de top aangekomen, kon zij uitkijken over een groene zee van gebladerde en in de verte zag zij een hoge berg boven de groene massa uitsteken. De groep besloot de kant van de berg op te lopen.

Belros probeerde contact te leggen met Destrin en dit lukte. Hij probeerde Destrin aan de Shadout te laten uitleggen dat hij waarschijnlijk in de jungles van Chult was terecht gekomen op een of andere manier. Maar het enige dat Destrin kon doen om dit duidelijk te maken aan de Shadout was het krassen van de letters “T U L T” op de stenen vloer in de kamer van de Shadout. De Shadout kon zelf niet met dieren praten, maar kende iemand in dienst van Belros, die wel deze gave had. Deze persoon was Rafiq, ook wel bijgenaamd als Rafiq Of The Many Voices. Rafiq was een bard die in dienst was van Belros om de goede daden van Astoth en, hiermee samengaande, de goeden daden van Belros te verkondigen. En inderdaad waren de ballades van de bard Rafiq over de tempel van Astoth tot in de uithoeken van Tethyr bekend.

Met behulp van een “Speak with Animals” kon de bard Rafiq met Destrin communiceren. Uit het gesprek met Destrin, werd het voor Rafiq duidelijk dat Belros verdwaald was in een groot bos of een jungle, die de naam Tult had, en dat hij daar samen met Marcus was. Rafiq stelde voor deze informatie te delen met de magiër en vriend van Belros, Valerius. Even later vertrok Rafiq naar de tempel van Azuth, waar Valerius aan het hoofd stond. Toen Rafiq Valerius op de hoogte had gesteld van het nieuws over Belros en Marcus, trok de magiër zich terug om een aantal spreuken voor te bereiden; een Discern Location en twee Teleports. Het instuderen van deze spreuken zou acht uur kosten… Inmiddels begon het al snel donker te worden in de jungle van Chult en begonnen de paladijnen en Evy een kamp op te zetten. Marcus nam de eerste wacht…

Opeens schrok Marcus wakker en hij besefte dat hij was ingedut tijdens zijn wacht. Marcus keek snel naar zijn ploeggenoten om te zien of die nog in orde waren. Tot zijn grote schrik zag hij een groot doorzichtig katachtig wezen bij het vuur richting Belros sluipen. “Belros, bezoek!”, schreeuwde Marcus en Belros’ ogen opende en zijn hand schoot naar zijn zwaard dat vlakbij hem lag. Een fractie van een seconde later was Belros gevechtsklaar. Het doorzichtige katachtige wezen had zich inmiddels omgedraaid richting Marcus en sprong nu zijn kant op om aan te vallen. Marcus stond klaar om de kap op te vangen, klaar met zijn zwaard in zijn hand, maar het wezen sprong dwars door Marcus heen! Marcus onderdrukte zijn verbazing en jarenlange training en discipline namen over; hij greep zijn holy symbol om deze outsider terug te sturen naar de plane waarvandaan het was gekomen. Het doorzichtige wezen vluchtte hierop meteen weg.

Ondertussen was Evy door dit tumult ook wakker geworden. Belros merkte dat het rond het kamp doodstil was geworden, alsof de jungle zijn adem inhield voor hetgeen zou volgen… Lang hoefden Marcus, Belros en Evy niet te wachten want even later werden zij alle drie beschoten met pijlen. Kort daarop kwamen er elfachtige figuren met een donkere huid vanuit de bebossing tevoorschijn, dreigend met zwaarden in hun handen. Het gevecht dat toen volgde ging niet voorspoedig. Net op het moment dat Evy zeker wist dat zij een van de wezens zou raken met haar zwaard, verdween deze opeens om een meter rechts van haar weer tevoorschijn te komen. Een vloek van Belros gaf aan dat de Astothiaan ook de blink-gave van zijn tegenstander had leren kennen.

En alsof dit nog niet allemaal voldoende was, werd de groep verder nog bestookt door priesters met magic missiles en hold-persons. Het keerpunt tijdens dit gevecht vond plaats toen een spreuk werd uitgesproken op Evy, die de magie op alle voorwerpen die zij bij zich droeg, deed verdwijnen. Kort daarop werd een entangle uitgesproken op Marcus met als gevolg dat de demon-hunter, door wortels die plotseling uit de grond schoten, werd vastgebonden. Een priesteres drukte vervolgens een inktzwarte nagel tegen Marcus’ zijn nek aan en duidde Evy aan dat zij haar wapens moest laten vallen. Zonder zich te bedenken doet zij dit. “En waar is jullie derde ploeggenoot? Laat hem tevoorschijn komen zodat hij zich ook kan overgeven!”.

Marcus en Evy keken elkaar verbaasd aan. Hoe kwam het dat zij Belros niet konden zien, die nog geen tien meter van hen was verwijderd? Belros wist dat een invisibility to Chaos hem onzichtbaar had gemaakt tegen deze wezens. Marcus had het plan van Belros als eerste door, speelde het spel mee en vertelde hen dat Belros al lang was weggevlucht. Om verder nog voor meer afleiding te zorgen, probeerde hij los te komen uit zijn benarde positie, maar het mocht niet baten. De priesteres drukte haar nagel verder in Marcus’ nek en deze voelde zich opeens verstijven. Ondertussen kroop Belros achter een van de wezens waarvan hij wist dat zij de leidster was, greep haar beet en hield zijn zwaard tegen haar nek aan. “Bij Astoth, laat mijn vrienden nu gaan!”, siste hij. Op dat moment werd hij zichtbaar voor iedereen.

Opeens verscheen er nog een priesteres achter Belros en zij drukte haar inktzwarte nagel in zijn nek. Belros voelde het zwarte gif zijn lichaam binnenstromen, maar zijn lichaam wist zich er tegen te verweren. Opeens verschenen er stekels op het lichaam van de priesteres die hij vasthield, en zij wees naar Evy, die een zwarte nagel op haar nek had gedrukt gekregen. Belros zag in dat zij deze slag hadden verloren en dat ze zich voor nu gewonnen moesten geven. Hierop liet hij zijn zwaard op de grond vallen.

Het drietal werd weggeleid naar een grottenstelsel, waar zij werden ontdaan van hun wapens, ringen en backpacks. Ze konden hun kleding, handschoenen en juwelen houden. Vervolgens werd de groep geleid naar een kleine cel, waar zij hardhandig in werden geduwd. Een van de wezens sprak een spreuk uit waardoor kortstondig een paarse gloed verscheen voor de ingang van de cel. Hierop verdween het wezen en bleven Marcus’ Belros en Evy achter in de aarddonkere cel. Belros en Evy waren vastgebonden. Marcus’, die nog verstijfd was van het gif, was niet vastgebonden. Hopelijk zou Marcus spoedig weer tot bewustzijn komen, zodat er dan gewerkt kon worden aan een ontsnappingsplan!

 
 
 

Lissandra’s Blacke Book, Scolars only please?

 
Het was inmiddels al meer dan 24 uur geleden dat Belros en Marcus door Kerry ‘O Quinn naar Sigil gebracht waren. En, net zoals op het moment dat zij net gearriveerd waren, leek alles hen bekend en toch wereldvreemd. Op hun route naar Strand Lane (waar Theoz Pureskull de lazing over portals en gatekeys zou houden) liepen de twee paladins van de Great Bazaar via de Lady’s Ward richting de Lower Ward.
‘Gezellig zooitje.’ merkte Belros op terwijl een zoveelste patrioulle hem lang na bleef kijken terwijl zij langs marcheerden. ‘Die gasten hebben echt zo’n blik van `Wat mot je dan?!`’. Belros was zichtbaar geirriteerd. Marcus had exact hetzelfde gevoel, maar herinnerde zichzelf en Belros aan de woorden van Kerry ‘O Quinn; ‘Des te minder je van doen hebt met de city guards, des te beter. Voor het minste geringste rammen ze je in elkaar en sluiten ze je op.’De twee paladins vervolgden zwijgzaam hun weg totdat Belros een human aanhield om de weg te vragen. ‘Heer, kunt u mij de weg naar Strand Lane vertellen?‘
De man, gekleed in vodde en meer vuil op zijn gezicht en handen dan Belros normaliter na een week wassen nog niet zou hebben, keek Belros met priemende ogen aan. Vluchtig keek hij naar Marcus, waarna hij zijn ongeschoren kop terugdraaide naar Belros. ‘Alles kost ’n prijs, maat.’ antwoorde de man, terwijl er zich bij het uitspreken van het woord `prijs` een druppel speeksel op de mans onderlip nestelde.
‘Wellicht dat een gold piece aan uw wens voldoet?’ sprak Belros terwijl hij een glimmende gp uit zijn buidel trok. Alsof een wolkenlucht oplkaarde tot heldere hemel, zo verandere het gelaat van de man tegenover hem. ‘Maar natuurlijk heer, sterker nog, voor een gold piece breng ik u er zelf heen.‘ De man glimlachte iets te gemaakt en wenkte Belros en Marcus hem te volgen. Tegen beter weten in liepen de twee paladins achter hun gids aan.
Vanaf een hoofdweg stak de gids een pleintje over om vervolgens de paladins door een reeks steegjes te leiden. ‘Ik heb hier geen goede gevoel over B.’ fluisterende Marcus. De paladin van Astoth maakte gebruik van zijn gave om de ware aard van iemands akties te ontwaren. Marcus had gelijk; de gids was weinig goeds van plan. Op hetzelfde moment draaide de gids zich om en trok een dolk. Belros aarzelde geen moment en greep de man direct bij zijn keel. ‘Wat dacht je dan mannetje?’ fluisterde Belros de man toe. ‘Dat je mij en mijn maat zomaar kon beroven?’ Belros kneep de man’s keel wat verder dicht, waardoor zijn vraag min of meer automatisch een retorische werd.
‘Ik maak je af!’ gorgelde de rover nog halfslachtig terwijl hij Belros probeerde te steken. Belros weerde de aanval af en sloeg de man genadeloos hard tegen de dichtsbijzijnde stenen muur. De man was op slag dood. Tijd voor een gebed voor de overledene hadden Marcus en Belros niet want vanaf de daken klonk het welbekende geluid van aankomende kruisboog bouten.
Marcus wees op de aanstormende city guards en waarschuwde Belros. ‘Wegwezen!’

Belros en Marcus renden de steeg uit en na een paar keer wat bouten te hebben ontweken stapten ze het plein op waar de ‘gids’ hen naartoe had geleid. ‘Dit was te voorspellen nietwaar?’ zei Belros terwijl hij snel wat bloedspetters van zijn tuniek veegde. Marcus hijgde nog wat na van het rennen en trok een kruisboogbout uit zijn linkerschouder. Hij knikte instemmend en wees daarna hij op een kruisboogbout die half zacht uit het rechterdijbeen van Belros stak.
‘Oh, die moeten we er maar uithalen, valt anders zo op.’ En zonder pardon trok de Voice van Astoth de bout uit zijn been.

Door schade en schande wijs geworden hield Belros niet veel later een van de zogenoemde Light Boys aan. De Light Boys stonden bekend als de gidsen in Sigil. Belros vroeg of de jongeman, die Grem-Hin heette, de weg naar Strand Lane wist, of beter nog de Portalseeker.com. De light Boy knikte en glimlachte een beetje schuchter nadat Belros opnieuw een gp tevoorschijn had gehaald. ‘En geen gesodemieter hè’ waarschuwde Belros de gids. ‘Want ik weet je te vinden!’
‘Voor een gold piece ben ik uw man, heer.’ En Grem-Hin bracht de paladins binnen een half uur naar de Strand Lane en iets verder.
‘Dit is de Portalseeker.com, heer.’ Grem-Hin wees op een ogenschijnlijk gewone deur die toegang leek te verschaffen tot een gewoon huis.
‘Grem-Hin, weet je zeker dat dit Portalseeker.com is?’ vroeg Marcus.
‘Voor zover mij bekend is bestaat er maar Portalseeker.com in Sigil en dat is hier.’ antwoordde de gids.

Marcus klopte voorzichtig op deur en stapte daarna langzaam maar zeker door de ingang. Portalseeker.com bleek een winkel. Vanachter een toonbank keek een kalende gezette man (klaarblijkelijk de eigenaar) op vanuit een boek dat hij aan het lezen was en wenste Marcus een goedemiddag. ‘Kijkt u gerust even rond en mocht vragen hebben…’ de verkoper liet de rest van de zin hangen ervanuit gaande dat Marcus de etiquette van het shoppen wel beheerste.
Marcus keek even snel rond; veel boeken, heel veel boeken. ‘Jammer dat Valerius er niet is, then again….’. Vervolgens liep hij weer naar buiten om Belros op te halen. De light boy stond op het punt te vertrekken, waarop Marcus hem vroeg hoeveel stinger het gold piece nu eigenlijk waard was in stingers.
‘Uhmm… ongeveer 20 stingers, heer.’ Daarna maakte Grem-Hin zich uit de voeten.

Portalseeker.com
De winkelbediende keek even op vanuit zijn boek, glimlachte een ‘welkom’ naar de twee paladins en verdiepte zich vervolgens weer in zijn boek. Het duurde echter niet lang voordat de winkelbediende opnieuw vanuit zijn boek opkeek toen Marcus hem voorzichtig vroeg of er ook boeken aanwezig waren over Abir Toril. De man had even tijd nodig om Toril te plaatsen, maar nadat hem duidelijk werd dat Abir Toril zich in het Prime Material Plane bevond verwees hij de paladins naar een kleine sectie boeken. Belros dacht nog even serieus een boek mee te nemen voor Valerius, maar de prijs bleek hem niet gezind. In plaats van een boek schaften de paladins twee kaartjes aan voor de lezing die diezelfde avond zou plaatsvinden. Vervolgens keerden de twee terug naar de herberg om wat bij te slapen, de lezing zou immers pas over enkele uren beginnen.
’s Avonds weer terug bij de Portalseeker.com bleek dat de opkomst aanzienlijk was. Belros en Marcus waren weliswaar niet de enige humans, maar het merendeel van de aanwezigen waren duidelijk afkomstig van andere planes. De paladins schoven aan bij een vrouwelijk persoon dat nog het meeste weghad van een engel, grote witte vleugels en lange blonde lokken de welig langs haar wellustige borsten vielen. Achter hen, in de hoek van de kamer stond een groteske insectachtige demon. Terwijl voorin de zaal onder meer een drow, dwarf, een wezen dat het lichaam had van een leeuw en het torso van een mens, en undeadlike aanwezig waren.
Belros en Marcus probeerde nog een gesprek aan te knopen met de charmante engel aan hun tafel, maar haar respons, dat klonk als wind chimes, viel slecht te intrepreteren. ‘Ik vraag mij trouwens af of die Pureskull de lezing in common doet.’, merkte Marcus terloops op. Het geroezemoes van allerlei verschillende talen door elkaar heen gesproken verstompte toen vier potige figuren de zaal binnenkwamen gevolgd door de persoon die Belros en Marcus herkenden van het affiche, Theoz Pureskull. De scholar nam plaats achter het verhoogde katheder en plotseling klonk er een hoog piepend geluid. Het geluid leek zowel bij Belros als bij Marcus binnenin hun hoofd te klinken en nadat de piep een aantal keer had toegenomen en weer afgenomen klonk luid en duidelijk de stem van Theoz Pureskull. Het leek erop dat de lezing in ieders eigen taal werd gedaan.
Belros was na een minuut of tien de draad al kwijt en Marcus kon de lezing na een minuut of twaalf al niet meer volgen. Pureskull verhaalde over zaken die de twee paladins voor boven de pet gingen en het was dan ook een ware verademing toen, anderhalf uur later, Pureskull vertelde dat de lezing voorbij was en het tijd was om vragen te stellen.
Een aantal van de aanwezigen stelden vragen die zo diepgaand waren dat Belros en Marcus al moeite hadden de vraag zelf te begrijpen, laat staan het antwoord.
Nadat Theoz een aantal vragen had beantwoord stak Marcus zijn hand op. ‘Hoe herken ik een key en een portal?‘ Even viel er een complete stilte, waarna een aantal van de genodigden zachtjes gniffelden. De vraag was duidelijk van een dusdanig simple niveau dat Belros en Marcus dat het Theoz Pureskull zelfs wat tijd kostte om zoveel stappen terug te gaan naar de basis van het planeswalken.
Wat voor iedere rechtgeaarde planeswalker klinkklaar was, bleek voor Marcus hogere wiskunde, maar als hij het goed had begrepen kon een portal vrijwel alles zijn in Sigil. Van een deur tot een raam, tot een gat in de grond. Echter, zodra Theoz begon over ‘het vacumeert niet…’ en ‘het is monoaal gericht in plaats van duaal…’ was Marcus de draad alweer snel kwijt. Tot genoegen van vele van de aanwezigen.
Theoz Pureskull was zichtbaar opgelucht toen de centaur een veel ‘zinnigere’ vraag stelde.
Terwijl Pureskull in veel moeilijke termen antwoord gaf overlegden Belors en Marcus wat hun volgende stap zou zijn. Nog maar een vraag? Ze waren immers al gebrandmerkt als de onnozelen. Ditmaal stelde Marcus de vraag over Pureskull een portal naar Abir Toril wist. Belros zou de aanwezigen observeren in de hoop een reactie te ontdekken waaruit zou blijken dat hij zij of het bekend was met Toril. Dus, opnieuw stak Marcus zijn hand in de lucht… opvallend onopvallend zocht Theoz naar eventuele andere aanwezigen die een vraag wilde stellen, maar helaas. En zo stelde Marcus zijn vraag terwijl Belros de overigen checkte.
Bij het horen van de naam Abir Toril zag Belros een kleine verandering van houding in een dwerg en een vrouw. Beet! dacht de paladin in zichzelf. Theoz serveerde de vraag netjes af door Marcus te adviseren contact op te nemen met zijn faction. Zij zouden hem verder moeten kunnen helpen. Hoewel het antwoord van Theoz de twee paladins niet veel verder had gebracht was hun plan zonder meer geslaagd. Na Marcus’ vraag had Theoz er dudielijk genoeg van en beëindigde hij snel de lezing. Terwijl Belros op de vrouw benaderde liep Marcus op de dwerg af om erachter te komen of hij inderdaad meer van Toril afwist. Waar Belros het gewoon in common afkon moest Marcus overschakelen naar het voor hem niet al te bekende undercommon. De dwarf en de drow spreken een dialect dat Marcus maar net kon ontcijferen. Na wat heen en weer gepraat over hoeveel geld de dwarf wilde voor zijn informatie en Marcus het geld pas zou overhandigen nadat hij de informatie had gekregen leek er in dit gesprek geen vooruitgang te boeken en breide Marcus er maar een eind aan.
Belros daarentegen was iets succesvoller, hoewel de vrouw, Evie Trenchwalker, in eerste instantie ook niet al te spraakzaam bleek.
‘Kom je van Toril?’ sprak Belros op een toon zoals hij vaak acolieten had horen praten wanneer zij hun zinnen hadden gezet op een jongedame.
Evie zuchte en knikte afwezig. Haar ogen waren gefixeerd op een grote demon in het midden van de zaal.
‘Mijn naam is Belros’ ging the Voice van Astoth onverstoorbaar verder, ‘en volgens mij weet jij vast wel een portal naar Toril.’
‘Al zou ik een portal weten, waarom zou ik dat jou dan vertellen?’ reageerde Evie geïrriteerd.
‘Aha, dus je weet eigenlijk geen portal.’ Lachte Belros triomphantelijk. ‘Dus eigenlijk zit je in precies hetzelfde schuitje als wij, nietwaar?’
‘Whatever… ’ en Evie liep bij Belros weg, richting de demon die ze in de gaten had gehouden. Belros liep terug naar Marcus.
‘Ik ga er met de dwerg niet uitkomen, ben ik bang. Hij wil eerst geld zien en daarna pas info geven.’ verzuchte Marcus. ‘En jij?’
‘Dat is Evie Trenchwalker en het lijkt erop dat onze Evie meer weet dan ze doet laten blijken.’ zei Belros.
‘Onze Evie’ antwoorde Marcus, ‘staat daar in conclaaf met een demon van de eerste orde. Niet gemakkelijk Belros. Maar goed, we hebben vandaag wel gekkere dingen gezien.’ En Marcus stapte op het tweetal af.
‘Goedemiddag, Evie Trenchwalker is het niet?’ onderbrak Marcus de demon en Evie die duidelijk in odnerhandeling waren over iets. Beiden draaiden zich geïrriteerd naar de paladin.
‘Mag het even?’ snauwde Evie. ‘We zijn even in gesprek.’
‘Opzouten, stuk stront.’ voegde de demon er klakkeloos aan toe,
‘Bij Torm en alle Goden die je lief zijn, er kan geen enkele reden zijn waarom iemand zoals jij de verrotte klanken van dit addergebroed zou moeten aanhoren.’ sprak Marcus Evie hooghartig toe. Evie liep rood aan van irritatie.
‘Onderkruipsel..’ spuwde de demon. ‘Waar ik vandaan kom jagen we op wild vlees zoals jij.’ En hij zette zijn statement racht bij door een verse fluim voor Marcus’ voeten te spugen. In schril contrast met het wollig taalgebruik van daareven, maakte Marcus gebruik van de meest universele manier van communiceren en stak zijn bepantserde middelvinger op.
Evie had zich aan de spierballentaal van de demon en de demon hunter onttrokken en had Belros bij zich geroepen. ‘Hou die vriend van je op een afstand!’ fluisterde ze agressief. ‘Die demon verkoopt een portal key naar Toril en ik laat dat niet door jullie verzieken, begrepen?’
‘Denk je nou echt dat die demon je de portal key gaat verkopen?’ Belros keek de jonge planeswalker indringend aan. ‘De enige reden waarom hij met je praat is omdat hij zelf naar Toril wil komen, begrijp je dat dan niet?’
Even dacht Evie na. ‘Okay, volg me zodat hij jullie niet ziet en als ik de key heb dan zien we wel of we een deal kunnen sluiten.’ waarop ze zich weer bij het kibbelende duo voegde. Belros riep Marcus bij hem en legde het plan de campagne uit.

Never turn your back on a demon…
De twee paladins hadden de Portalseeker.com al meer dan een kwartier verlaten en stonen verdekt opgesteld op de hoek van Strand Lane en Bryer Lythe. Het plan was simpel. Evie Trenchwalker zou samen met de demon naar de plek gaan waar zij de portal key zou krijgen. Marcus en Belros zouden het tweetal volgen en waar nodig de bescherming bieden die Evie in staat zou stellen de overdracht zonder problemen te laten plaatsvinden.
Na ruim twintig minuten verlieten Evie en de demon de Portalseeker.com en op geruime afstand volgden de twee paladins. Na een aantal minuten verdwenen Evie en de demon uit het zicht doordat zij een afslag hadden genomen in een steeg. Marcus aarzelde niet en focuste op de demon om hem zo te localiseren. Even voelde de demon hunter niets, maar al snel had Marcus het signaal te pakken. Steeg na steeg, trap op, trap af, de demon had duidelijk niet de makkelijkste route genomen. Na een paar spannende minuten voelde Marcus dat hij de demon naderde en maande Belros tot een rustige pas.
‘Volgens mij zitten ze hier om de hoek.’ zei Marcus. Belros deed een stapje opzij en gluurde om het hoekje. De overdracht van de portal key was in volle gang. Evie nam iets in ontvangst en de demon hield zijn groteske hand op. Vanuit haar tuniek pakte Evie een dikke buidel en overhandigde deze aan de demon. Daarna draaide ze zich om en liep weg van het hellegebroed.
Marcus was intussen in het duister verder de steeg uitgelopen en zag hoe de demon een reusachtige trident tevoorschijn haalde en op het punt stond Evie te doorklieven.
‘Bij Torm, Tyr en Ilmater, demon verdwijn van hier!’ Marcus stem bulderde vanuit de duisternis en hoewel zijn turn was mislukt had het er wel voor gezorgd dat de demon zijn aanval op evie had gemist. Evie rolde verder de steeg in weg van de inmiddels razende demon.
Nog voordat Marcus zijn gebed aan de triad had ingezet was Belros aandacht even afgeleid door een schrapend geluid dat uit de steeg achter hem klonk. Een reusachtige gedaante verscheen vanuit het nauwe gangenstelsel. ‘Oh shit.’ was Belros enige reactie. Hij trok BlueBlade en stormde met volle overgave op de driemaal zo grote demon af.
Alsof de twee demons nog niet genoeg tegenstand bleek de ‘onderhandelingspartner’ van Evie nog een derde handlanger te hebben. Ook weer minimaal drie koppen groter dan Marcus en ‘mean as they come’. Belros en Marcus deelden rake klappen uit, zo ook het drietal demons. Evie was buitenspel gezet door een darkness, terwijl de demons met haat en nijd op de twee paladins inhakten.
Als een Godsgeschenk stormde vanuit een aansluitende steeg hulp die Belros en Marcus zo goed konden gebruiken.
‘Wemmic!’ schreeuwde Evie opgelucht. De planeswalker was inmiddels uit de darkness geraakt. Wemmic, de half-leeuw/half-mens die ook aanwezig was geweest bij de lezing, sprong met brute kracht in op één van de demons en scheurde stukken stinkend vlees uiteen.
Als door Astoth en Torm zich geleid schakelenden Belros en Marcus hun directe tegenstanders uit. Bij het zien van zoveel geweld koos de demon die Evie de portal key had overhandigd voor het spreekwoordelijke hazenpad, de geur van misselijkmakend zwavel achterlatend.
Belros en Marcus baden tot hun God en heelden hun wonden. Evie verzorgde Wemmic, die in de strijd ook averij had opgelopen. Daarna liepen de vier haastig naar de taveerne waar de paladins hun onderkomen hadden gevonden. Was het tijd om naar huis te gaan, of hadden de goden van het pantheon van Abir Toril iets anders voor hen in petto?

 
 
 
 
 
 
 

Sigil, City of Doors

 
‘Geen tijd te verliezen!’ sprak Kerry ‘O Quinn de planeswalker. Hij zette zijn donkergekleurde goggles over zijn ogen en stapte zonder aarzeling door zijn zelfgemaakte portal. Belros en Marcus waren minder zeker van hun zaak. Marcus keek om zich heen, naar de absolute leegte, de chaos van het niets. Het leek jaren geleden dat zijn granieten hart verwarmd werd door een directe band met Torm. “Alles beter dan dit.” mompelde hij. Hij legde zijn hand op Belros’ schouder. De ijzeren plaat die in het vlees van zijn arm verzonken lag voelde inmiddels heel natuurlijk aan en even vroeg hij zich af wat er zou gebeuren als hij dit plane zou verlaten. Zou de transformatie teruggedraaid worden, of zou alles bij het oude blijven? Het was een vluchtige gedachte want die hij snel weer liet varen. De planeswalker had de paladins gewaarschuwd niet te lang te wachten, het portal zou immers slechts een minuut open staan. ‘Belros, ik zie je aan de andere kant.’ En Marcus stapte door het portal, snel gevolgd door de Voice of Astoth.

In een fractie van een seconde voelde Marcus zijn hele wezen de-materialiseren om vervolgens stukje bij beetje opnieuw te worden opgebouwd. Zijn lichaam implodeerde, waarna het direct in al zijn hoedanigheid leek te exploderen. Van de binnenste kern van het haar op zijn armen en hoofd, tot het lijnenpatroon op zijn vingertoppen en tenen, ieder stukje Marcus de Bénevé Orrimblade werd binnen een duizendste van een seconde uit Limbo getrokken en op de plaats van bestemming als een legpuzzel met ontelbare stukjes in elkaar gelegd. Wat een kick! Marcus voelde zich als herboren, hoewel schijnbaar al zijn spieren en pezen op volledige spanning stonden. Ook zijn ogen nog aan de nieuwe omgeving moesten wennen. Naast hem hoorde hij Belros; ‘Bij Astoth, wat een rush!’ Klaarblijkelijk had Belros hetzelfde sensationele gevoel ervaren als Marcus. ‘Rustig aan, heren.’ Klonk de stem van Kerry ‘O Quinn. ‘Dat is de adrenaline, jullie lichaam moet nog even wennen aan planestravelling.’ De planeswalker pakte Marcus bij zijn schouder en hielp hem ter been. Ondertussen deed hij zijn goggles af. ‘Het reizen van plane naar plane gaat gepaard met wat fysieke ongemakkelijkheden.’ ‘O Quinn tikte op zijn goggles, ‘vandaar dat ik deze heb. In jullie geval is het een kwestie van even op temperatuur komen zullen we maar zeggen. Even het lichaam aan de tijd en ruimte laten wennen.’
Belros kon inmiddels weer wat zien en zag hoe ‘O Quinn zich ontdeed van zijn lange jas. ‘Te warm hier.’ Beantwoordde ‘O Quinn Belros’ vragende blik. Marcus’ lichaam was duidelijk nog niet gewend aan het nieuwe nu. Met gekromde rug stond de paladin van Torm voorovergebogen. Langzaam maar zeker voelde hij zijn spieren ontspannen tot op het moment dat hij zijn ogen weer kon openen. Zelfs nu deed het nieuwe licht hem pijn in zijn ogen. Het fel paarse licht voelde als duizenden naaldjes die zijn iris en pupil keer op keer prikten. ‘Halfbreed en non-humans lijken altijd wat meer last te hebben.’ zei ‘O Quinn zonder medeleven. ‘Schijnt iets te maken te hebben met het feit dat zij nachtzicht hebben.’ De planeswalker pakte vanuit zijn tas een soort glazen staaf en brak deze op zijn knie. Daarna schudde hij de staaf een aantal keer waarna er een flauw oranje licht uit de staaf kwam. Het deed Belros nog het meest denken aan het licht dat zo nu en dan uit Valerius’ staf verscheen. ‘O Quinn maakte aanstalten om te vertrekken. ‘Nog één minuut dan moeten we hier weg. The Hive is niet de meest frisse buurt van Sigil.’

Ticket to Ride
Marcus en Belros volgden de planeswalker en lieten hun nieuwe omgeving op hun inwerken. De Hive, zoals ‘O Quinn het had genoemd deed hen nog het meest denken aan de meest ranzige sloppenbuurt van Darromar. Echter, het geheel werd vrij onwerkelijk door het paarsige licht dat vanuit het niets leek te schijnen en de lucht die bezaaid leek met veelkleurige sterren. De wegen waren niet meer dan zand en kleipaden en de rotte geur van verval doordrenkte alles en iedereen in The Hive.
‘Dit is The Hive Ward heren.’ vertelde ‘O Quinn. ‘Ook wel het getto van Sigil. Een korte introductie is wel op zijn plaats lijkt me. In Sigil kost alles geld, informatie kost het meeste geld, dus hou er goed rekening mee dat het feit dat ik jullie de informatie gratis en voor niets geef uitzonderlijk is.’ ‘O Quinn was bloedserieus. ‘Jullie bevinden je in Sigil, City of Doors. In Sigil bevinden zich doorgangen van en naar ieder plane dat er bestaat. Alles wat je ziet is Sigil. De grond waar je op staat, alles links van je, alles rechts van je, en alles boven je is Sigil.’ De planeswalker wees op de sterren in de donkere lucht. ‘Dat is The Lady’s Ward, ook wel het The Elite’s Ward genoemd.’
Belros en Marcus keken wat verwilderd om zich heen, maar ‘O Quinn ging door alsof hij niets doorhad. ‘Zoals je wellicht opvalt, lopen de straten van Sigil niet echt recht. Sterker nog, uiteindelijk lopen alle straten van Sigil in 360 graden. Sigil is als het ware een immense torus, vandaar dat alles wat je ziet Sigil is.’
‘Kerry,’ begon Belros.
‘Ik heb liever dat je me hier Ardeth Bey noemt.’ Onderbrak de planeswalker Belros.
‘Ok, Ardeth Bey, heb je enig idee waar het portal naar Toril is?’
Ardeth Bey zuchtte wat. ‘Zoals ik al zei, in Sigil is er een portal naar ieder plane, maar dat wil niet zeggen dat ieder portal zomaar te vinden is. Echter, als het portal bekend is, dan is er absoluut iets of iemand in Sigil die van het bestaan afweet. Maar, zoals gezegd, informatie is duur.’
‘We hebben meer dan genoeg goud.’ antwoordde Belros optimistisch.
‘Goud is een goede valuta in Sigil, maar er wordt doorgaans betaald met stingers.’ Ardeth haalde vanuit zijn tas een dunne kristallen naald van ongeveer 20 centimeter. ‘En neem van mij aan, er is niemand in Sigil stom genoeg om je op je woord te vertrouwen. Je zult echt eerst je geld op tafel moeten leggen voordat ze met de informatie over de brug komen.’ Het drietal liep dieper The Hive Ward in.
‘Wat jullie betreft zijn er twee manieren om terug te komen bij jullie plane. Ten eerste via de Outlands, maar dan ben je minimaal 30 jaar verder voordat je eindelijk jullie geliefde Toril weer hebben bereikt. Beter is om gebruik te maken van een portal dat je direct leidt naar het gewenste plane.’
‘Dat is een makkelijke keuze, lijkt mij.’ zei Marcus. ‘Maar, hoe vinden we dat portal dan?’
‘Vooropgesteld, ik ga jullie niet helpen zoeken naar het portal. Ik ben jullie zeer dankbaar voor de hulp die jullie hebben geboden in Limbo, maar ik kan mijn tijd wel beter besteden, `no offence`.’ Ardeth haalde zijn schouders op, maar leek het niet echt te menen. ‘Als ik jullie was zou ik een gouverneur van een faction opzoeken om op die manier het juiste portal te vinden.’
Belros en Marcus keken Ardeth schaapachtig aan. ‘Faction?’
‘Ah… tja, factions. In Sigil wordt de dienst uitgemaakt door factions, groepering met een bepaald motto of visie. Wat mij betreft is het allemaal een pot nat, want uiteindelijk willen alle factions maar één ding en dat is complete macht in Sigil. The Lady of Pain is de absolute heerser in Sigil. Zij staat boven de factions en zorgt ervoor dat het geheel in balans blijft. Eén advies, als The Lady of Pain door de straten gaat, berg je dan.’
‘The Voice of Astoth bergt zich voor niemand.’ sprak Belros trots. Ardeth gniffelde een beetje. ‘Astoth? Dat is toch jouw god?’ Belros knikte instemmend. ‘Ikzelf ben atheïst en geloof zodoende in alles en niets, maar ik zou als ik jou was in Sigil toch een beetje opletten met het uitdragen van je godsdienst. Niemand valt elkaar lastig en doe je dat wel dan wordt je hardhandig duidelijk gemaakt hoe het wel moet. En nee, je god komt je dan niet redden.’ Ardeth liep met een snelle tred door de kronkelige straatjes van Sigil. ’Sterker nog, het is goden verboden voet te zetten in Sigil. Of het nu jouw god is of Zeus, Mohammed of Jezus van Nazareth zelf.’
Belros en Marcus wisten niet helemaal of ze Ardeth goed hadden begrepen. Sprak de planeswalker nu over goden buiten het pantheon van Toril? Dit was toch onmogelijk? Door de enorme stroom van informatie die te verwerken viel won het gevoel van nieuwsgierigheid het van het gevoel van geloofs-eer.
Ardeth Bey stapte op een jongeman af, smoesde wat en overhandigde hem wat stingers. In ruil kreeg hij een opgerold document.
‘Dit is voor jullie.’ zei hij terwijl hij het document overhandigde. ‘Dit is een kaart van Sigil en zou jullie een eind op weg moeten helpen.’ Ardeth wees op een plek op de kaart. ‘Je bevindt je momenteel in de Lower Ward. Ik zou een taveerne zoeken ergens op de grens tussen de Lower Ward en de Market Ward.’ Zijn vinger verschoof van een plek midden op de kaart naar een plek linksonder. ‘In de Market Ward kun je wat inkopen doen op de Great Bazaar. Ik weet zeker dat je daar alles kunt krijgen wat je zoekt.’ Ardeth stak zijn hand uit. ‘Ik moet jullie hier verlaten. Nogmaals bedankt voor jullie hulp in Limbo en succes met jullie terugreis naar Toril. Wie weet zien we elkaar nog eens, ergens.’ Belros en Marcus schudden de planeswalker’s hand en namen afscheid. Daarna deden ze wat Ardeth hen had geadviseerd, ze zochten een taveerne en namen de tijd om alles nog eens op een rijtje te zetten.

The Great Bazaar
De taveerne waar Belros en Marcus hun eerste nacht (of was het middag of avond) in doorbrachten heette `The Platinum Rose`. Na een aantal glazen wijn hadden de twee paladins ervoor gekozen om eens een goede nachtrust te pakken. De slaap was zo gevat. Het bleek een slaap doordrenkt met erotische gedachten. Zowel Belros als Marcus droomde over hoe zij copuleerden met niet één, maar tal van vrouwen. Sommigen leken niet eens human, maar vrouwelijk des te meer! De volgende ochtend sprak geen van beiden over de ‘verontrustende’ dromen.

Het ontbijtmenu bood een veelvoud van gerechten, het ene gerecht nog exotischer genaamd dan het andere.
‘Een full Firy Breakfast. Dat klinkt mij te pittig.’ zei Marcus nadat hij een slok had genomen van zijn geitenmelk. ‘Ik ga voor een Prime breakfast, denk ik.’
Belros bekeek de menukaart aandachtig en had zijn keuze snel gemaakt. Hij riep de serveerster bij zich, een vrouwelijke thieveling (half human half demon).
‘Heeft u een goede nachtrust gehad, heren?’ de serveerster glimlachte speels en gaf Marcus een ondeugende knipoog. De paladin van Torm verschoot van kleur en Belros, die normaliter maar al te graag op een dergelijke situatie zou inhaken, hield wijselijk zijn mond.
‘U heeft een keuze kunnen maken?’ vroeg de serveerster poeslief.
‘Uhh… ik denk het wel.’ Marcus wees schuchter op de Prime Breakfast.
‘Ok, een Prime breakfast voor meneer.’ De thieveling keek Belros vragend aan; ‘en wat mag het voor u zijn?’
‘Hmmm… ik ga voor een Heavenly Breakfast, dat klinkt prima, wat mij betreft.’
De serveerster bekeek Belros nog eens goed. ‘U weet zeker dat er niets anders op de kaart staat dat u meer aanspreekt?’
‘Nee hoor, een heavenly breakfast voor mij graag, dank u wel.’
‘Zoals gewenst.’ De serveerster lachte haar ondeugende glimlach en gaf de bestelling door.

Niet veel later werden er twee plates neergezet, Marcus’ Prime Breakfast bestond uit een glas geitenmelk en een aantal stukken vergebakken brood. Belros’ Heavenly Breakfast werd opgediend met een grote zilveren stolp over het bord.
‘Een Heavenly Breakfast voor meneer’ introduceerde de thieveling serveerster het gerecht en ontdeed het bord van de zilveren stolp. Een fel licht schoot vanonder de stolp en verblindde Belros en Marcus voor een moment. Daarna na het licht af en keek Belros beteuterd naar zijn ontbijt.
‘Da’s niet bijster veel voor een Heavenly Breakfast’ mompelde Belros. Voor hem, op het grote bord lag een kubusje van nog geen 2 centimeter witte substantie. ‘Nou ja, wie weet smaakt het beter dan het eruit ziet.’ In één hap werkte Belros het blokje licht weg. Direct daarop slaakte Belros een kreet. Vanuit zijn maag voelde hij een stroom vloeistof omhoogkomen. Even dacht hij aan maagzuur, maar niets bleek minder waar. Vanuit zijn mond schoot een felle straal licht, zijn keel lichtte van binnenuit op en een tel later schoten van zijn ogen twee felle lichtstralen. Een onderhuids licht zorgde ervoor dat Belros de taveerne letterlijk deed oplichten. ‘Wat krijgen we nou?!’ kuchte Belros. Dit was het laatst verstaanbare dat Marcus zijn vriend hoorde zeggen, want al snel vervormde Belros’ stem tot het geluid dat het meest klonk als een harp, of wellicht windchimes.
‘Een Heavenly Breakfast, zoals meneer heeft besteld.’ de serveerster glimlachte en legde uit dat de effecten nog wel een paar uur zouden aanhouden, maar verder niet schadelijk zouden zijn voor humans. Al had Belros net een ontbijt weggewerkt dat normaliter door Astral beings genuttigd werd.
Ondanks dat Belros niet in staat was om te praten, het harpachtige geluid klonk prachtig, maar Marcus kon er geen touw aan vast knopen, besloten de twee paladins toch om Sigil in te trekken op zoek naar een portal naar Toril.

Belros en Marcus liepen via The Great Bazaar naar The Lady’s Ward. Bij aankomst op The Great Bazaar werd al snel duidelijk dat dit een markt was zoals geen van beide deze ooit had gezien. Honderden wezens, mensen, demonen, engelen en alles daartussen waren bijeengekomen om inkopen te doen. Zoals Ardeth Bey al had gezegd, The Great Bazaar had voor ieder wat wils. Van de meest exotische groenten en fruit tot compleet onbekende voorwerpen; fire en water elementals prezen hun waar aan. ‘Dit is complete gekte.’ mompelde Marcus. Belros stemde in Angelic in. De twee paladins struinden over de Great Bazaar, verwonderd door alle koopwaar, verrast en soms vol afschuw over het feit dat goed een kwaad hier ongestoord en ongestraft zij aan zij stonden. Demons lonkten naar potentiële kopers; halfbreed hielden soms herkenbare voorwerpen omhoog, maar veel vaker voorwerpen waar zowel Belros als Marcus geen idee bij hadden waarvoor het zou kunnen dienen. Marcus kreeg plotseling een pamflet in zijn handen gedrukt; ‘Lissandra’s Blacke Book Revealed.’ las Marcus de flyer hardop. ‘Theoz Pureskull will present Wondres both Horrific and Beateous concerning travel between the Planes, the use and preservation of portals…’ Van de flyer kon Marcus opmaken dat er die avond een lezing gehouden zou worden over portals en het gebruik ervan. De entreeprijs bleek 25 stingers. Vijfentwintig stingers die de twee paladins niet hadden. Marcus vroeg zich hardop af hoe hij in vredesnaam aan 50 stingers kon komen. Belros klingelde er lustig op los, maar aangezien Marcus er niets van begreep besloot hij naar een marktkoopman te stappen die min of meer human leek. Marcus liep op de kraam af van waarachter de verkoper luidkeels zijn waar aanprees; ‘Het beste zilverwerk in Sigil en daarbuiten!’ Met verve prees de zilverwerker zijn eigen werk en het moest gezegd worden, het was wonderbaarlijk mooi zilverwerk. ‘Ah, een kenner!’ verwelkomde de marktkoopman Marcus. Aandachtig bekeek de paladin een schaal met fruit. ‘Dabak’s Neverending Bowls of Fruit zijn bekend in ieder plane dat er toe doet. Slechts 15000 stingers.’
Marcus bedankte de koopman en vroeg of deze wellicht wist waar Strand Lane zich bevond. ‘In de Lower Ward, mijn beste, zoals het op je flyer staat aangegeven, haha.’ De koopman was goedgeluimd en was zeer gecharmeerd van Belros’ stemgeluid. ‘Daar kan je nog een aardig zakcentje mee verdienen, vriend.’ adviseerde de marktkoopman Belros. De Voice of Astoth bedacht zich geen moment en instrueerde Marcus om een ritme te klappen. Zowel Marcus als de marktkoopman leken verbaasd, maar voorzichtig klapte Marcus een simpel ritme. Belros verhief zijn stem en zong zoals alleen een engel kon. Even leek de koopman er niet van gediend, maar toen hij zag dat Belros en Marcus bekijks trokken begon hij niet alleen zijn zilverwerk aan te prijzen, maar ook de twee paladins. ‘Nooit eerder vertoont! Komt dat zien, alleen bij Dabak natuurlijk. Dabak het beste zilverwerk in en rondom Sigil!’
Niet veel later liepen Marcus en Belros twintig stingers rijker richting The Lady’s Ward. Met handen en voeten taal waren Belros en Marcus overeengekomen dat de twintig stingers plus de gold pieces die ze gezamenlijk hadden voldoende moest zijn om in ieder geval een kaartje voor de lezing te kunnen kopen. Het plan om ’s avonds Theoz Pureskull’s lezing bij te wonen was gesmeed. Marcus hoopte dat Belros tegen die tijd weer bij stem was, want hij had inmiddels meer dan genoeg van het engelengeluid dat zijn vriend momenteel luidruchtig en veelvuldig voortbracht.

 
 
 
 
 
 
 

Limbo

 
Misselijk staat Belros op een verlaten dorre vlakte als hij door de poort is gestapt. De paladin is redelijk snel over de misselijkheid heen, omdat hij waarschijnlijk gewend is om met de teleport stone te reizen. Dan valt het op dat de Voice van Astoth zijn blue armor aan heeft? Dit is vreemd omdat hij toen hij door de poort stapte een geen armor aan had? Verderop staat op een verhoging een iron golem of iets dergelijks, te vechten met een wolk van wezens? Het ziet er van deze afstand vreemd uit en van Marcus is al helemaal geen spoor te bekennen. Achterom gekeken is er ook niets te zien en het enige wat Belros kan bedenken is wat dichter naar de vechtende golem toe te lopen om te kijken of Marcus misschien toch ook die kant is opgegaan.Het wordt een pad wat aan twee kanten een afgrond bied en het is zaak om niet te vallen hier. Hoe dichter Belros bij komt hoe eigenaardiger het aangezicht op de iron golem. Het lijkt of het grote gevaarte het armor van Marcus aanheeft? Dat is onmogelijk want het armor van Torm wat Marcus draagt is uniek! Bij elke stap die Belros daarna neemt lijkt de golem te verkleinen, of word Belros bij elke stap groter? Het is om het even als Belros een paar seconden later met Marcus rug aan rug staat en probeert een wolk van kleine wezens van zich af te slaan.
De mannetjes die echt met tien of misschien wel honderden tegelijk aanvallen hebben als doel om je armor te mollen en dan op je blote huid een stuk metaal aan te brengen? Het word steeds gekker. De twee paladins vechten als leeuwen tegen de honderden irritante mannetjes en af en toe een kreet van pijn geeft aan dat een van de twee weer een stuk vlees kwijt is en een stuk metaal rijker.
Marcus en Belros weten de wolk van figuren toch dusdanig uit te dunnen dat ze vluchten, maar dat zal van korte duur zijn als ze een aantal kilometer verderop hergroeperen en nieuwe aanvulling blijken te krijgen. Snel kijkt Marcus of hij een aanknopingspunt ziet om heen te gaan maar tevergeefs. Geen huizen, geen mensen of dieren, geen planten of bossen, gewoon niets te bekennen om heen te gaan. Het pad waar de twee paladins opstaan loopt door en gaat in een soort spiraal omhoog.

Aangezien de wolk “metaal timmermannen” alweer oprukt rennen Belros en Marcus naar boven de spiraal in om als ze bijna boven zijn te worden ingehaald door de tientallen wezens die weer gretig beginnen te bijten en te krabben.
Marcus probeert ze op afstand te houden terwijl Belros naar het top-platform rent om te kijken of hij een uitweg ziet. In plaats daarvan word de Voice van Astoth verrast door een explosie uit de grond waar deze keer wel een soort van iron golem uit komt kruipen en die is agressief. Marcus op het pad en Belros op het top platform leveren beide een hard gevecht maar weten te winnen, de golem wordt van het platform geslagen en Marcus weet de horde weer uit elkaar te slaan zodat deze weer gaan hergroeperen maar zeker weer terug zullen komen.

Het gat waar de golem net is uitgekomen trekt de aandacht van Marcus die de trap op komt rennen en het plateau betreed. Hij ziet een trap naar beneden een grote ruimte in en dat is vreemd omdat er hier helemaal geen ruimte is voor wat dan ook waar een trap heen loopt?
“Rare wereld dat Limbo.” fluistert Marcus in zichzelf als hij Belros naast hem voelt staan en naar beneden kijkt.
“We moeten maar naar beneden, we hebben geen keuze denk ik?”
Belros vraagt om steun bij Marcus en krijgt deze ook en de twee dalen af naar een ruimte die er eigenlijk niet kan zijn?
“Het moet Limbo zijn, dat kan bijna niet anders, hoe komen we hier weg?” Belros hoort zijn vriend in zichzelf praten en zwijgt, maar krijgt een beklemmend gevoel dat het deze keer echt wel eens niet goed kan zijn?

De trap gaat naar een grote ruimte met grotachtige muren. In de grot staat een groot beeld van een Storm Giant? Deze is omringd door een aantal stalen pilaren die in een halve cirkel om het beeld staan. Voor deze pilaren staat in het midden een bassin met kraak helder water waar wat munten in leggen.
“Wel eens van een wens put gehoord?” zegt Marcus als hij de muntjes in het water analyseert.
“Nou….ik heb wel gekkere dingen gehoord en gezien zal ik maar zeggen.” Belros ontwijkt een echt antwoord en kijkt een grote brede gang in die verder het complex in loopt. Marcus probeert de volgende minuten van alles maar er gebeurt niets.
Hij gooit munten en andere dingen in het water, roept dingen hardop en fluistert dingen in zichzelf, hij spreekt een spreuk uit en loopt tussen de pilaren door en onderzoekt het beeld maar niets levert wat op?

We besluiten een andere gang in te lopen en dit leidt tot een verassing. We komen in een exact dezelfde grote kamer als hiervoor het enige wat anders is dat er geen muntjes in het bassin leggen? De gang naar een andere ruimte is er ook en we nemen de donkere gang voor een tweede keer. We komen weer in een zelfde kamer alles komen we nu binnen waar normaal het grote beeld van de Storm Giant staat? Als we een paar seconden in de kamer staan dan voelt Marcus een entiteit in de kamer buiten onszelf en geeft dat subtiel en bijna geruisloos aan Belros aan. De twee paladins zijn op hun hoede maar zien geen teken van leven? Toch staat er iemand houd Marcus vol en hij kijkt de grote grot door, dan een paar witte flitsen tussen de ijzeren pilaren? Dit hadden we nog niet gezien en een paar zwevende gedaanten in donkere cape’s komen tevoorschijn tussen de ach pilaren.

“Oeps! Zeitgeisten! Daar had ik niet op gerekend.” Belros hoort iemand paniekerig reageren op de gedaantes en kijkt de ruimte door. Een paar elektrische ontladingen vliegen op de “geesten” af en een human wordt zichtbaar. Een man met donkere kleding en een rare zwarte bril word zichtbaar bij zijn vijandelijke actie.

Bij een salvo uit twee rods of magic missiles kijkt hij naar de twee paladins en hij rent weg een gang in.De geesten volgen hem en Belros en Marcus volgen die weer.
In een volgende grot is de vreemde magic-user ingesloten door zes zeitgeisten en Marcus charged om de human te helpen. Ook Belros trekt zijn zwaard en gaat de geesten te lijf nadat hij een negative energy protection over zichzelf heeft uitgesproken. De zeitgeisten zijn sterk en vervelend, maar ze redden het niet tegen het heilige vuur dat Marcus en Belros vertegenwoordigen. Als de laatste geest schreeuwend uit elkaar barst staan de twee paladins tegenover de magic-user die zijn twee rods op hen gericht houdt.

Marcus probeert met de man voor hem te communiceren, dat verloopt moeilijk. Op een gegeven moment spreken de twee in wat gebroken orcish en ze lijken elkaar te begrijpen? Dan draait de magic-user wat aan een torc om zijn nek en hij begint vloeiend common te praten.
“Mijn naam is Kerry o Quin, planewalker van beroep.” Vooral dat tweede wat de man roept klinkt Belros als muziek in de oren, hij is de oplossing om van dit ellendige plane af te komen.

“Beste Kerry o Quin wij komen van Toril en zijn per ongeluk hier terecht gekomen via een portal.” Marcus heeft zijn helm afgezet om Kerry te woord te staan.
“Toril? Daar heb ik weleens van gehoord ja, lang geleden, ik heb wel eens een meisje ontmoet van Toril op de eternal hunting grounds die noemde zich Bane?”
Belros zijn ogen gaan wat wijder open bij de laatste zin van de magic-user, maar Marcus gaat er niet echt verder op in.
“We moeten terug naar Toril en wel zo snel mogelijk, kan je ons helpen” vraagt Marcus aan Kerry.
“Toril wordt moeilijk? Jullie hebben mijn leven gered zonder jullie had ik het niet gered tegen de zeitgeisten ze zijn vervelend. Ik wil jullie wel helpen, maar Toril gaat niet lukken.” Kerry bergt zijn rods op en hieruit blijkt ook dat hij de twee paladins op het moment vertrouwd.
“Ik kan jullie ergens anders heen brengen, dan kunnen jullie vanaf daar een weg zoeken naar Toril.” vervolgt Kerry.
“Ok, welke plek is dat en ga je dan mee of blijf je hier?” Marcus heeft de planewalker misschien liever nog even bij hem in de situatie waarin hij nu zit?
“Ik ga mee om jullie een kleine rondleiding te geven maar de weg naar jullie wereld zal je zelf moeten vinden.”
Belros knikt begrijpend en ook Marcus knikt.
“Waar ga je ons heenbrengen, zodat we naar Toril en Tethyr in het bijzonder kunnen terug keren?” Marcus is het duidelijk zat hier op Limbo en dat komt ook omdat het gekrijs van de horde monsters in de verte alweer te horen is en deze waarschijnlijk bezig zijn ons te zoeken.
“Ik hoor het ook!” ook Kerry kijkt wat gespannen een gang in en pakt wat spullen uit een tas.
“Blijf hier staan als ik de portal in deze kamer zichtbaar zal maken.”
belros kijkt wat synisch naar de planewalker en ziet nergens een portal hier dus wat spreekt de man voor wartaal?
Kerry pakt een steen en een zilveren hamer uit een tas.
Hij gooit wat poeder over de grond en legt de steen er midden in.
Hij steekt het poeder in de brand en midden in dat vuur slaat hij de steen stuk met de zilveren hamer.
Een paar seconden later verschijnt er een zilveren omlijsting met de vorm van een half ronde deur.
“De poorten zijn overal je moet alleen weten waar ze zijn en hoe je ze activeert.” Kerry is een planewalker en legt nog even uit wat daar mee word bedoeld blijkbaar?
“waar gaat deze poort heen?” vraagt Marcus terwijl hij er samen met Belros op afloopt.
“Volg mij heren, we gaan de City of Doors, misschien beter bekent bij u als Sigil?”

 
 
 
 

Afspraak in de Rode Leeuw

 
Valerius had het razend druk in de tempel van Azuth en dat was vooral bij Belros merkbaar omdat hij zijn goede vriend miste in zijn tempel van Astoth. De magic user deed altijd handige dingen die de tempel ten goede kwamen. Het laatste dat hij installeerde waren de alarm hoofden op de deuren van de inner sanctum en Belros zijn prive kamer. Nu was Valerius echt voor de volle 100% in de tempel van zichzelf bezig en dat ging zoals het er naar uit zag nog even duren.
In Darromar en omstreken was het rustig geweest de laatste 18 maanden en dat begon Marcus een beetje een wee gevoel te geven. Wat was de Blackhand aan het doen, die hebben zich echt niet zomaar gewonnen gegeven en de topmannen daar waren zover we wisten nog allemaal in leven. Onder andere de Tenebreux en Iscariot zouden zeker nog actief zijn alleen wist Marcus tot zijn frustratie niet waarmee, of waar ze zich zelfs maar zouden bevinden. Bij het wekelijkse treffen met Belros even buiten Darromar in herberg “De Rode Leeuw” (die zijn naam te danken had aan de uitbater, de man achter de toog had een imposante lengte en omvang en daarbij had hij een grote rode wilde haarbos en bakkebaarden die overgingen in een lange rode baard) begon Marcus over zijn hersenspinsels.
Belros liet vrijwel direct weten het ook wel erg rustig te vinden en de twee paladins waren het er snel over eens dat ze eens het één en ander gaan bekijken of onderzoeken om te kijken of ze aanwijzingen kunnen vinden of de Blackhand nog actief was?Marcus roept de waard nog eens voor twee glazen voortreffelijk gerstenat en deze komt ze zelf brengen.
“Heren kijk eens aan.” zegt de waard vriendelijk, die geen idee heeft wie hij wekelijks over de vloer krijgt.
De twee paladins zijn altijd gekleed in een leather en zonder opzichtige wapens met daarover heen een lange cape, dat is het nadeel als je te bekend word en bent en even rustig wilt zitten zonder dat er allerlei “vriendelijk” en vervelend volk tegen je aan staat te praten.
De twee vrienden proosten op nieuwe plannen en breken met het klinken van de glazen per ongeluk een van de twee stenen pullen. Ze lachen erom en bestellen een nieuwe, de waard lacht mee want dit is namelijk al een paar keer eerder gebeurd in de laatste 18 maanden dat de twee zonderlinge mannen hier langskomen; altijd is de schade vergoed, dus de waard brengt snel een nieuwe.

Nadat Marcus een vel papier heeft gepakt met alle namen van de Blackhand en daarbij alle belangrijke figuren en gebeurtenissen die met elkaar verbonden zijn besluiten de vrienden eens een kijkje te gaan nemen bij de Purple Hills waar de ruïne staat van het kasteel waar de grote veld slag heeft plaats gevonden. Het is eigenlijk vreemd dat er nog niemand van de groep is terug geweest na 18 maanden om te kijken voor aanwijzingen of restanten van rituelen die er gevoerd zijn? Het is nu dus de hoogste tijd en de twee spreken een dag later af met paarden te vertrekken via de teleport stone naar het oude slagveld in de Purple Hills.

Op weg naar het inmiddels weer vervallen kasteel is de vallei dood. Her en der zien we nog wat stille getuigen van de strijd, een zwaard wat uit de grond steekt een helm van een Torm aanhanger en inmiddels meerdere oude en verroeste wapens leggen nog op het slagveld. Er staan wat mannen te graven en proberen nog iets van waarde te vinden, Belros spreekt de mannen aan en probeert ze duidelijk te maken dat het beter is om iedereen en alles wat hier onder zand en aarde begraven ligt te laten rusten in naam van Astoth en de Triad. De mannen beginnen een verhaal over spoken vanuit de burcht en zeggen dat er meerdere mensen niet terug zijn gezien na het binnen gaan van de ruïne. Marcus kijkt Belros wat verbaasd aan na deze meldingen en maant de mannen toch weg te gaan uit de vallei en de twee paladins hun gang te laten gaan. De mannen ondermijnen het gezag van Belros en Marcus niet en kiezen voorlopig het hazenpad.

De vervallen ontvangst hal is zoals de twee paladins zich nog konden herinneren en de Iron Golem staat nog steeds dreigend voor de grote trap naar boven. Als Belros de paarden vast zet dan begint de Golem plots te praten en maant de paladins de hal te verlaten.
Marcus is niet onder de indruk van de amateuristische stem die hij hoort en heeft vrijwel direct het idee dat hij niet de Golem hoort maar een ander? Zo vervolgen we onze weg en slaan de schijnbaar nieuwe poort aan gort om binnen te komen, we beginnen Valerius nu al te missen.
Op het moment dat Marcus naar binnen stapt hoort hij een strijd kreet van Belros die een wraith aanvalt die op de trap is omhoog gekomen.
“Hallo?? Voice van Astoth” zegt Marcus wat cynisch.
“Wat??” roept Belros en haalt nog een keer uit.
Marcus turnt de wraith en legt Belros uit dat het een illusie betrof die niet eens echt goed was. Belros kijkt zijn vriend wat verbaasd aan en de twee vervolgen hun weg.

Het hele complex blijkt vergeven van de illusies en monsters die 2-dimensionaal zijn, hier en daar wil Belros nog wel eens vallen voor de illusies, maar Marcus weet alles haarscherp te kunnen zien tussen echt en schemer wereld. Het enige wat de twee fascineert is een constant gezoem dat uit het complex lijkt te komen. Ze willen weten wat dat is en een aantal “gaswolken” en “monsters” later, die allemaal geen functie blijken te hebben behalve het afschrikken van indringers, komen ze in een kamer met een grote transparante poort in het midden. Op de zijpilaren staan demonische afbeeldingen die zelfs Marcus niet allemaal kan thuis brengen.

Een 20 minuten van kijken en onderzoeken en rondjes lopen om de poort heen verstrijken en we zijn nog geen stap verder. Marcus besluit een copper piece door de poort te gooien en deze verdwijnt in het niets. Een minuut later komt aan de achter kant van het portaal een soort bliksem schicht schieten die op de grond blijft leggen. Na onderzoek zien we dat dit de copper piece moet zijn die is uitgerekt en deze bizarre vorm heeft aangenomen. Marcus zijn interesse is gewekt en hij gooit een dolk door de poort heen. Het wachten lijkt een uur maar een minuut later valt er uit de andere kant van de poort een object op de grond. Het blijkt een gevest met een ronde houten plaat eraan waar tien lemmeten aan vast zitten in het rond. Met een knop op het gevest kun je deze afschieten en later weer terug zetten. Het blijkt dus dat je van alles wat je erin gooit een verbeterde versie terug krijgt?

“Belros je weet het, niets op deze wereld is voor niets alleen de zon die opgaat.” zegt Marcus tegen de Voice of Astoth, die al naar zwaarden en andere dingen staat te denken om door de poort te gooien.
“Ik weet het, we moeten het ook niet doen, je hebt gelijk.” Belros volgt de raad en advies van Marcus op en stopt alles weer terug in zijn backpack.

We besluiten later terug te komen en dan beter voorbereid en misschien met meer mensen. Nog beter zou zijn als Valerius hier bij zou zijn omdat deze zeker meer zou kunnen ontdekken over deze vreemde poort. Staat deze poort hier pas of is het een overgebleven stuk uit de oudheid? Belros pakt zijn spullen bij elkaar als hij Marcus nog een keer naar de poort ziet lopen. Hij ziet dat Marcus toch nog even naar de demonische taferelen kijkt op een van de pilaren van de poort. Hij wrijft erover met zijn hand en tot de grote schrik van Belros ziet hij dat Marcus in een fractie van een seconde de poort word ingezogen en verdwijnt. Belros schreeuwt zijn vriend na maar dit heeft natuurlijk geen enkele nut meer, hij staat alleen.

Een minuut gaat voorbij en daarna nog een aantal maar de hoop die Belros heeft dat Marcus weer aan de andere kant van de poort tevoorschijn komt die wordt met de seconde minder. Wat moet hij doen? Erin ? Weg om hulp te zoeken bij Valerius? Hij weet het niet. In zijn hoofd hoort hij Marcus nog eens wat lacherig de woorden uitspreken “Hallo? Voice van Astoth.” Is dit weer een illusie die Belros te grazen neemt?

Belros trekt zijn zwaard. “Ik ben de Voice van Astoth en ik laat niemand die me dierbaar is achter zonder dat ik weet wat er gaande is. Marcus als je hulp nodig hebt kom ik eraan en anders sterven we beide in een ruimte waarvan we vanmorgen het bestaan nog niet afwisten.”
Voordat Belros de poort instapt geeft hij Destrin nog een mentale groet, “de Purple Hills, de ruïne, ik ben over een dag terug!”

 

Out of Focus

 
“Retreat!!” Rider schreeuwde het commando zo luid dat het zelfs horbaar geweest moest zijn in Blessed Be. De avonturiers waren in de minderheid, overklast en te zwaar gehavend om op dit moment de strijd aan te gaan met de lych en zijn volgelingen. “Richting de main room!” blafte de druïde. Zijn groepsgenoten aarzelden geen moment, zelfs Garruk wist wanneer het tijd was om een gevecht uit te stellen.
Achterna gezeten door de lych, een dozijn ghouls en twee constructs renden de vijf overgeblevene (Glowhand was immers feared door de overwhelming presence van de lych) richting de hall waar het lichaam van Brightheart lag.
Onderweg, tijdens het rennen schoot Glowhand vanuit de schaduw en voegde zich bij zijn groepsgenoten. “Excuses voor de reactie.” hijgde Glowhand. Garruk keek de dief aan. “Het is goed dat je er weer bent, we hebben je nodig.”
Na enkele minuten wisten de avonturiers ternauwernood de dubbele deuren naar de Great Hall of Brightheart te bereiken. Echter, op het moment dat Nrok de dwarf als laatste door de deur naar veiligheid denkt te ontsnappen werd de ranger gegrepen door een drietal ghouls. “Nrok!” schreeuwde Glowhand nog, maar hij zag dat zijn kameraad niet meer te redden viel en sloeg met een oorverdovende klap de dubbele deuren achter zich dicht. Met tranen in zijn ogen deed hij de deuren op slot.

Het optimisme over het slagen van de missie was ver te zoeken en het barricaderen van de deur werd plichtmatig en zonder woorden gedaan. Zowel Jace, Garruk als ook de uitheemse Cyrus had het ondanks hun eigen verwonding en moeilijk met het verlies van Nrok.
“Veel tijd zullen we niet hebben.” doorbrak Rider de stilte. Rider die altijd al weinig tactvol was, wees zijn teamgenoten op de taken die zij nog dienden te voltooien. “Zorg dat je het hier overleefd, zodat je straks tijd hebt om te rouwen.”

“Er is iets compleet mis met dit verhaal.” zei Glowhand. Dat monster op die troon, dat kan nooit Brightheart geweest zijn, wat the hell was dat?” de kleine dief sidderde nog bij het denken aan de lych.
“Ik weet het niet zeker,” merkte Garruk op, “maar, ik heb het idee dat iets of iemand het verhaal van Brightheart en de Dread Watcher een ommezwaai wil geven. Alsof, Brightheart verafschuwd dient te worden, terwijl de Dread Watcher degene is die aanbeden wordt.”
“Dat zou inderdaad kunnen kloppen, gezien die muurschilderingen die werden aangepast.” vulde Jace aan. “En net zoals het vervangen van de witte kaarsen door zwarte kaarsen.”
Rider keek peinzend naar het lichaam dat gespietst aan de muur hing. “Is dit dan eigenlijk wel de Dread Watcher die hier aan de muur hangt?” de druïde wees op het half vergane lichaam dat door Brightheart’s zwaard was doorboord.

Na wat overleg werden de taken verdeeld; Samen met Jace en Garruk onderzocht Rider het ogenschijnlijke lichaam van de Dread Watcher en het zwaard van Brightheart. Glowhand hield samen met Cyrus de wacht.
“Het lichaam is zeker niet magisch, het zwaard wel.” zei Rider na een paar minuten onderzoek. Jace, Garruk en de druïde overlegden en besloten dat het wapen in de muur wellicht het enige wapen was dat de lych tegen kon houden. Niet al te veel later trok Garruk het zwaard uit de muur, waardoor het vergane lichaam op de marmeren vloer ineen zakte. Op de een of andere manier had iedereen het idee dat er iets magisch zou gebeuren wanneer het zwaard verwijderd werd. Niets bleek minder waar en na lang overleg werd er uit pure wanhoop besloten dat het wellicht het beste was om het lichaam op de troon te zetten.
“Dat ik dit nog op mijn ouwe dag mee moet maken.” zuchtte Rider terwijl hij Garruk en Jace het lichaam voor hem uit zag slepen. De lych was op de terugweg naar de troonzaal nergens te bekennen en dat bleek logisch ook, want eenmaal bij de zaal aangekomen zagen de avonturiers hoe de lych zich voorovergebogen, zoekende naar iets, ophield in de kamer waar Glowhand een uur eerder door het dozijn ghouls werd aangevallen.
Zachtjes liepen Jace en Garruk richting de troon waar zij het lichaam op zouden plaatsen. Cyrus en Rider hielden de wacht, terwijl Glowhand een kijkje dichterbij de lych ging nemen.
Jace en Garruk positioneerde zo goed en kwaad als mogelijk het dode lichaam op de troon. Ook nu hield iedereen zijn adem in op wat komen zou. En ook nu bleken er geen wonderen verricht te gaan worden.
Glowhand kon zijn nieuwsgierigheid niet langer bedwingen en deed nog een stapje dichterbij naar de lych. Ineens draaide het ondode monster zich om en keek Glowhand recht in zijn ogen aan. “You….!” histe de lych en wees met een uitgemergelde vinger naar de dief. Glowhand zette het meteen op het lopen. Cyrus de barbarian schreeuwde zijn keel schor en was in de volle overtuiging dat nu de dood van Nrok gewroken zou worden. Hij rende in volle snelheid op de lych af, maar nog voordat de half-orc de lych kon bereiken was lag de barbarian al paralyzed op de grond. Jace en Garruk renden van de troon naar de lych, terwijl Rider al in gevecht was met de lych. De lych pareerde een aanval van de druïde en zette zijn skelettenhand tegen diens voorhoofd. Ook Rider werd van geparalyzed.
Garruk trok zijn wand of consecrate en maakte aanstalten om aan te vallen met het magische zwaard dat hij zojuist uit het dode lichaam had getrokken. De paladin van Torm had net zo min kans als Cyrus en Rider en na een enkele slagenwisseling lag ook Garruk paralyzed aan de voeten van de lych.
Glowhand was inmiddels de kamer in gerend waar de lych schijnbaar naar iets op zoek was. Als die lych hier iets te zoeken heeft, dacht Glowhand bij zichzelf, dan zal ik het vinden ook.
Jace had gezien hoe al zijn mede avonturiers waren geveld door de lych, maar stormde toch met getrokken zwaard op de ondode af. De lych draaide zich om, sperde zijn mond wijd open en schreeuwde een onaardse kreet tegen de aanvallende Jace. De ranger was op slag feared. In blinde paniek rende Jace richting de uitgang van het complex.

Glowhand wist dat zijn groepsgenoten een voor een ten prooi waren gevallen aan de paralyze van de lych. Als wanhoopsdaad was de dief de kamer in gerend waar de lych iets leek te zoeken. Links van hem glinsterde iets tussen een aantal kratten. “Gotcha!” fluisterde Glowhand tegen zichzelf. Onder de kratten vandaan trok de dief een magnifiek long sword. Het zwaard ademde de kwaliteit van adel en magie uit.
Vanachter hem hoorde hij hoe de lych de kamer weer inkwam. De dief verschool zich in de schaduw van de kamer. Even speelde Glowhand met de gedachte dat de lych hem en zijn mede avonturiers klaarblijkelijk niet de moeite waard vond om zich nog langer mee bezig te houden. Terwijl de lych achteloos langs Glowhand liep sloeg de kleine dief toe. Met het pas gevonden zwaard viel Glowhand de lych aan. Een eerste slag wist de lych nog te pareren, maar hierdoor lag zijn rechterflank open, waar Glowhand dankbaar gebruik van maakte. De lych schreeuwde het uit van pijn en zette het vervolgens op het lopen. Glowhand bedacht zich geen moment en zette de achtervolging in. Met het long sword boven zijn hoofd geheven rende hij door het complex, de lych achterna. Opeens draaide de lych zich om en sloeg Glowhand hard tegen zijn slaap. De dief voelde hoe het bloed in zijn aderen begon te verstijven en stortte enkele momenten later paralyzed tegen de grond.

No more evil in the house of Torm
Na wat leek een eeuwigheid kwam Jace ver buiten het tempelcomplex weer bij zinnen. De lych had hem zoveel angst aangejaagd dat hij in volslagen paniek zover mogelijk van de lych vandaan wilde blijven. Dit gevoel begon langzaam maar zeker af te nemen en maakte plaats voor een plichtgevoel om zijn vrienden niet in de steek te laten.
Niet veel later liep de cleric opnieuw voorzichtig door het tempelcomplex, ditmaal op zoek naar overlevenden van het gevecht met de lych. Na een aantal minuten hoorde Jace hoe en aantal van de ghouls zich verderop in de gang zich tegoed deden aan het lichaam van een van de dorpelingen. Met geheven holy symbol schakelde Jace de ondoden uit.
Niet veel later stuitte de cleric op het paralyzed lichaam van Glowhand. Natuurlijk viel het Jace op dat de dief het long sword in zijn ‘bevroren’ knuistjes hield en zodoende wrikte hij het wapen uit Glowhand’s handen. Vrijwel meteen voelde Jace een kloppend gevoel in zijn hoofd. Is dit evil wat ik voel? Dacht Jace bij zichzelf. Of is dit de culminatie van alle gebeurtenissen tot dusver?
“Overdrijf niet zo.” klonk er ineens in Jace’s hoofd. Het zwaard had tegen de cleric gesproken. Jace had wel eens verhalen gehoord over dergelijke wapens, maar nooit gedacht dat hij er überhaupt ooit maar een van dichtbij zou zien. Laat staan dat hij nu in gesprek was met een dergelijk legendarisch wapen.

Uit wat het zwaard vertelde maakte Jace op dat hij het zwaard van Arden Brightheart in handen had. Op een bepaald moment had een boer in al zijn domheid het zwaard uit de muur getrokken. De boer had schijnbaar nog nooit van de legenden rond Brightheart en de Dread Watcher gehoord.
Toen Jace vroeg waarmee de lych kon worden verslagen vertelde het zwaard dat een lych doorgaans zijn ‘essence’ vond in een voorwerp dat een pulserend geel, groen of rood licht afgaf. Wanneer je de essence van de lych in handen had zou de lych verslagen kunnen worden. Jace besloot om verder het complex in te trekken en zo te proberen om erachter te komen waar de lych essence te vinden was.

Dat de goden Jace goed gezind waren was overduidelijk, want in zijn zoektocht door de tempel kwam hij niets of niemand tegen. Als geleid door de hand van Torm zelf baande Jace zich een weg terug richting de troonzaal van Brightheart. Onderweg dubbelcheckte hij de kamers waar hij nog niet geweest was. Tot op het moment dat hij stuitte op een kamer waar alles kort en klein was geslagen. Ook deze kamer lag vol met doodshoofden en bleek een verlengstuk van het ossuarium voor de inwoners van Blessed Be. Tussen de brokstukken zag Jace hoe enkele dorpelingen onverstoorbaar zochten naar iets. De cleric besloot om zelf ook eens te zoeken. Wie zoekt, zal vinden! Na enkele momenten intens zoeken door de resten schedelbrokken vond Jace een dagger met op het gevest een rood pulserende edelsteen! Dit moest het voorwerp zijn waar het zwaard over verteld had.
Jace bedacht zich geen moment en stevende op de troonzaal af om de lych te confronteren.

“Hellegebroed!” schreeuwde Jace terwijl hij de troonzaal instapte. “Zie hier uw lych essence.” Jace hield de dagger hoog boven zijn hoofd. De lych kwam uit de kamer gestormd waar hij nog steeds op zoek bleek. “Put that down, human.” commandeerde de lych.
“Dust to dust en ashes to ashes” Jace begon een gebed aan Torm. “There will be no more evil in the house of Torm. There will be no more bloodshed in the sacred home of Arden Brightheart.” De lych probeerde nog te vluchten, maar Jace was onverbiddelijk en smeet met al zijn kracht de dagger tegen de grond. De pulserende edelsteen spatte uiteen en met een laatste doodskreet zakte de lych voor altijd in elkaar.

Epiloog
Nadat Jace de lych had veroordeeld tot het hellevuur kwamen de groepsgenoten een voor en bij uit de paralysis. Het ontheiligde lichaam van Arden Brightheart werd gevonden en in ere hersteld. Garruk en Jace namen ruim de tijd om de tempel van Torm te reinigen en te zegenen. Meer dan vierentwintig uur later schudden de avonturiers elkaar de hand en namen zij afscheid van elkaar. Ieder ging zijn weegs; Rider trok met Cyrus richting de bossen, terwijl Garruk en Jace respectievelijk bij de tempel van Torm en de tempel van Lathander verslag uit gingen brengen van de missie. Aan Glowhand de moeilijke taak om Skylar op de hoogte te stellen van de dood van Nrok.

En zo keerde de rust terug in het dorpje Blessed Be.

 
 
 

In Focus

   
De rust was noodzakelijk geweest, maar verre van rustgevend. Jace en Glowhand schrokken als eerste wakker. Met een koud laagje zweet op het voorhoofd keken de twee elkaar aan. De doodse stilte voelde als een kakofonie van leegte en Jace en Garruk voelde het onbehagen. Het voelde slecht.
Cyrus de barbarian had geen oog dicht gedaan. De religieuze overtuiging dat de levende nimmer en nooit met de doden zouden slapen hadden de half-orc de afgelopen uren er alleen maar alerter op gemaakt. Woordeloos begroette Cyrus zijn ploeggenoten, strekte zich uit en verliet de hal waar de geest van Jarson Tender rondwaarde.

‘Er klopt iets niet.’ zei Garruk tegen Jace. ‘Ik voel het ook Garruk, alles ziet er normaal uit, maar toch, dat gevoel achter in je hoofd. Alsof er hier iets is dat hier niet thuishoort.’ Jace zijn groep verder het complex in.
Hoewel er hier en daar stof lag en er her en der wat gebroken stoelen lagen hadden de avonturiers niet de indruk dat het complex momenteel bewoond was. Totdat zij aankwamen bij een zwaar gebarricadeerde deur. De houten deur was volledig dichtgespijkerd, alsof er iets binnengehouden werd. Glowhand de dief deed waarvoor hij was ingehuurd en onderzocht de deur. Met zijn slanke vinger wees hij op de deur en gaf hij aan dat hij achter de deur iets hoorde. De dief draaide zich om en focuste zich op de tegenoverliggende deur. ‘Even deze proberen.’ Daar moesten de ploeggenoten het mee doen en Glowhand draaide het slot vakkundig open. Zachtjes duwde hij de deur op een kiertje en gluurde naar binnen.

De kamer was erg fel verlicht en door de kier zag Glowhand hoe een zestal mensen als bezeten muurschilderingen aan het restoreren waren. Althans, bij nader inzien bleken de mensen de muurschilderingen die Arden Brighthearth in al zijn glorie verheerlijkten niet te restoreren, maar te bekladden. Overal waar Brighthearth was afgebeeld veranderden de mannen de afbeelding van de voorvechter van Torm door de afbeelding van de Dread Watcher! Waar Brighthearth voorheen als overwinnaar stond, stond nu de Dread Watcher over het levenloze lichaam van Brighthearth. Glowhand draaide zich zachtjes om en fluisterde Garruk toe wat er zich in de kamer afspeelde. De paladin aarzelde geen moment en trapte zonder pardon de deur in. “In naam van Torm, wat gebeurt hier?!” Garruk eiste een verklaring. De zes mensen reageerden angstig en verschikt bij het zien van de ontvlamde Garruk. Al stamelend vertelde een van de zes boosdoeners dat zij uit het dorp kwamen en in opdracht van de Dread Watcher de muurschilderingen aanpasten. Volgens Garruk was er maar één oplossing de juiste. En niet veel later werden de zes dorpelingen vakkundig het tempelcomplex uitgewerkt. Het plat van het zwaard van Garruk deed wonderen.

Nu wilde Garruk weten wat er achter de gebarricadeerde deur zat. Glowhand verwijderde de spijkers waarna Garruk zelfverzekerd op de deur klopte. Wie of wat zich achter de deur bevond schuifelde luidruchtig door de kamer, waarop Garruk de deur opende.
“Bij Torm!” verzuchtte de paladin bij het zien van de kapel die waarlijk volledig aan scherven was geslagen. Verspreid door de kamer lagen de afgekloven botten van menselijke resten en achter in de kapel zat een wezen dat zich tegoed deed aan een van de botten. Garruk wachtte geen moment en stapte de kapel binnen. “Heilige hoeder van al het goede…” begon de paladin te prevelen. Jace waarschuwde zijn ploeggenoten dat het wezen in de kapel verdacht veel leek op een owl bear. Cyrus en Pembroke Rider namen positie en Glowhand verdedigde de vluchtweg. Ineens schoot er links van Garruk een acid arrow die hij maar net wist te ontwijken. Opgeschrikt door de acid arrow trap draaide de owl bear zich woest om en stormde op de ploeg af. Het gevecht was kort maar hevig. Jace en Garruk draaiden sierlijk om het wezen en deelden de ene perfecte klap na de andere uit. Cyrus pakte het echter een stuk bruter en eindigde zo net even te vaak in een slagenregen van klauwen en bites van de owl bear. Toen de dief Glowhand zag dat de ploeg de overhand begon te krijgen besloot hij de kapel eens te doorzoeken, maar het enige van waarde bleek een holy symbol van Torm. Nadat de owl bear geveld was overhandigde Glowhand het holy symbol aan Garruk, dit was immers zijn tempel en zelfs Glowhand vreesde de rechtvaardigheid van Torm.
Rider en Garruk hielpen Cyrus weer enigszins in het zadel waarna de zes snel verder het complex in trokken. Na een aantal minuten lopen wees Garruk op een deur en vroeg Glowhand deze te checken. Zoals een slotenkraker van het niveau van Glowhand betaamde viel de deur enkele seconden later uit het slot. Garruk opende de deur en kon een vloek maar net onderdrukken. Opnieuw waren dorpelingen bezig een heiligdom te onteren. Achterin de kamer zag hij hoe het levenloze lichaam van de Dread Watcher, zoals uit de verhalen bekend was, door het zwaard van Arden Brightheart doorboord aan de muur hing, terwijl er een tiental dorpelingen de aangestoken witte kaarsen doofden en vervingen door zwarte kaarsen. Garruk greep opnieuw het plat van zijn zwaard en kletste lustig de dorpelingen naar de uitgang van het complex. Hoewel hij wist dat de dorpelingen geen andere keus hadden leek dit toch echt de beste oplossing.

Terwijl Garruk de zoveelste dorpeling de deur had gewezen verscheen er opeens vanuit het niets een geestverschijning. Rider schreeuwde de paladin nog toe “Wraith, maak dat je wegkomt Garruk!” maar het was al te laat. Garruk voelde inmiddels de desastreuze gevolgen van de aanraking van een wraith. Na een simpele aanraking was de paladin volkomen buiten adem. Nog nooit had de Tormite zich zo beroerd en moe, ja vooral moe gevoeld. Wat was dit voor hellegebroed?!
Jace, Rider en Garruk hadden hun handen vol aan de wraith. Zelfs toen Garruk zijn wand of consecrate gebruikte gaf de wraith nog niet op. Ook Jace voelde de verschrikkelijke krachten van de wraith. Met een flaming sphere wist Rider de geest op afstand te houden, maar niet al te lang.
Ondertussen had Glowhand zich ook in de strijd gemengd en vroeg Garruk om het holy symbol van Torm. De dief had de stille hoop dat het holy symbol, gepaard met het altaar, de wraith zou kunnen verdrijven. Met het holy symbol in zijn hand snelde Glowhand naar het altaar, maar zijn stille hoop bleek ijdele hoop. Desalniettemin vond hij een geheim compartiment in het altaar en na flink wat wrikken (en een poisoned dart op de koop toe) kreeg de dief het geheime vakje open. Snel greep Glowhand de inhoud van het vak en stopte het in zijn backpack.

De wraith stond ondertussen nog even onverschrokken op de avonturiers in te hakken en zowel Jace als Garruk wisten zich ternauwernood staande te houden. Cyrus kon niet veel inbrengen tegen de geestesverschijning. En Glowhand al helemaal niet. Maar, ineens zag hij vanuit zijn backpack een inktzwarte gloed! Nadat hij in een reflex zijn backpack in een hoek had gegooid bedacht hij zich en keerde de rugzak om, waardoor de inhoud op de marmeren tegels stuiterde. Tussen de voorwerpen die hij zojuist vanuit het altaar had gepakt zat een zwarte schedel die de zwarte gloed veroorzaakte. Vanuit zijn tuniek pakte Glowhand een klein bits hamertje en verbrijzelde de zwarte schedel. Met een onaardse kreet verdween de wraith de ploeggenoten zwaar gehavend achterlatend. Glowhand keek even triomfantelijk om zich heen, maar bedacht zich opeens dat zijn hele hebben en houden op de grond lag en pakte snel de inhoud van zijn backpack weer bijeen. Vanuit het geheime vak had de dief onder meer een tweetal zwarte parels weggenomen, evenals een stuk geslepen glas. Zonder er eigenlijk bij na te denken stak Glowhand deze items weg in zijn tuniek.
Verzwakt probeerde Garruk een van de dorpelingen tegen te houden om verhaal te halen. Echter, de dorpeling wist een rechtse directe plompverloren op de kin van de paladin te plaatsen waarna de Tormite knock-out ter aarde stortte. Cyrus greep de dorpeling in zijn kraag en verleende deze eenzelfde dienst.
Door het gevecht met de wraith waren zowel Jace, Garruk als Rider zwaar gehavend. Vanuit zijn backpack pakte Rider de pot met ointment die hen was geschonken door Thistle, former keeper of the Eye of the Night. Jace en Garruk knapten inderdaad een heel eind op, de zalf leek echter geen effect te hebben om Rider.

De dorpeling was inmiddels weer bij kennis en werd vakkundig ondervraagd door Garruk. Na enkele minuten werd duidelijk dat de dorpelingen in de ban gehouden werden door de wraith. De dorpeling zette het vervolgens op het rennen richting de uitgang. Garruk liet de man lopen, want uiteindelijk waren ze hier met een doel en als hij zich niet vergiste wist hij waar hij moest zijn. Hij leidde de groep vervolgens naar een groots uitziende kamer. De ruimte werd verlicht door honderden kaarsen en was gevuld met duizenden schedels. Garruk vertelde op eerbiedige toon dat zij zich momenteel in het ossuarium voor de inwoners van Blessed Be bevonden. Naast de ingang, een grote zware dubbele deur, stonden twee grote marmeren beelden. Hun weerspiegeling weerkaatste op de imposante marmeren vloer. Tegenover de ingang, op een verhoging stond een schitterende marmeren troon, met daarin gezeten het stoffelijk overschot van Arden Brightheart.
Terwijl Jace en Garruk op de troon afliepen fluisterden Rider en Glowhand elkaar vrijwel tegelijk in dat het lichaam op de troon geen holy symbol van Torm droeg. Glowhand riep dit voorzichtig naar Garruk die na wat bedenkingen het holy symbol dat door Glowhand was gevonden om de nek van de dode Brightheart wilde hangen.

Opeens verscheen de wraith weer! En nog voordat Garruk het holy symbol van Torm rond de nek van Brightheart had gehangen opende het wezen op de troon zijn ogen en greep de paladin bij zijn keel. Garruk had geen schijn van kans en viel verstijfd en schijnbaar levenloos achterover van het plateau. Het dode lichaam van Brightheart stond op vanuit de troon en veranderde langzaam in een undead, of zoals Rider het later zou uitleggen, een soort lych.
Glowhand draaide zich om om zich uit de voeten te maken, maar zijn vluchtweg werd afgesloten door de twee beelden die inmiddels van hun sokkel waren gestapt. Uit pure wanhoop en frustratie greep de kleine dief het stuk glas en de twee zwarte parels die hij had gevonden in het geheime vak in de kapel. Met zijn hamertje tikte hij de parels aan duizend stukken. De lych schreeuwde het uit, danwel van pijn, danwel van woede, of wellicht zelfs van beide. Nog voordat Glowhand het geslepen stuk glas kapot wist te tikken stormde de ondode op hem af. Door de absolute weerzinwekkendheid van de lych werd het Glowhand teveel en liet hij het stuk glas en de het hamertje uit zijn handen vallen. In blinde paniek zette hij het op het lopen. Hij trok de dichtstbijzijnde deur open en verschool zich voor de lych die hem tot in het diepst van zijn hart angst inboezemde. Terwijl de dief zich veilig waande voor de lych werd hij opeens belaagd door een dozijn ghouls die zich in de kamer hadden opgehouden. Opnieuw zetten Glowhand het op het lopen, in nog blindere paniek zette de dief koers naar de uitgang van het tempelcomplex.

De beelden waren in zwaar gevecht met Jace, Rider en Cyrus. Garruk leek inmiddels weer bij te komen van de doodsgreep van de lych. Zo snel als hij kon trok hij zijn wand of consecrate. Rider, echter, had gezien hoe de lych reageerde op het kapotslaan van de zwarte parels en deed een sprong naar het hamertje en het stuk glas. In een bliksembeweging rolde de druïde naar de items toe. Met het hamertje in zijn hand sloeg hij het geslepen stuk glas aan stukken. Waarna er een onaardse stem in zijn hoofd klonk: “You don’t want to do that!”

 
 
 

Big Troubles in Blessings Be

 
Garruk kon zijn trots en blijheid niet onderdrukken toen hij hoorde dat hij gekozen was door de tempel van Darromar voor een speciale missie. Normaliter werden de paladijnen van de tempel gekozen voor dergelijk speciale missies, maar blijkbaar had de rol die Garruk in het laatste avontuur in Fairweather had gespeeld, op een aantal belangrijke kopstukken binnen de tempel van Torm een dusdanige indruk gemaakt dat zij Garruk gekozen hadden voor deze missie.

Vlakbij het dorpje Blessings Be lag de heilige plaats The Mourning Cave, waar het lichaam van een beroemde paladijn van Torm lag genaamd, Arden Brightheart. Arden Brightheart was na een enorme strijd met een slechte magiër genaamd Dread Watcher om het leven gekomen, maar niet voordat Arden met zijn laatste krachtstoot zijn machtige zwaard, The Sword of Conviction, dwars door het lichaam van Dread Watcher had geslagen en deze had vastgepind in de rotswand. De macht van het zwaard was zo groot dat de geest van Dread Watcher voor altijd zou verblijven in Torpor.

Pelgrims die de tombe van Arden Brightheart bezochten kwamen de laatste tijd terug met verschillende verontruste verhalen. Sommige verhalen vertelden over een leger van ondoden dat zou zijn verrezen uit de graven van het kerkhof in Blessings Be. Weer andere verhalen vertelden dat de geest van Arden zou rondwaren in de crypte van de Mourning Cave, gecorrumpeerd door het gebrek aan vertrouwen van de dorpelingen van Blessings Be. Een ander verhaal vertelde dat een groot kwaad was ontwaakt in de crypte voor iedereen onaantastbaar behalve voor hen met een rotsvast vertrouwen in Torm. Sommigen fluisterden zelfs dat de Dread Wather zelf weer zou zijn herrezen om zijn wraak uit te voeren op de paladijn Arden Brightheart en het dorp Blessings Be dat onder zijn bescherming viel.

Garruk kreeg als opdracht uit te gaan zoeken wat er aan de hand was in Blessings Be en de Mourning Cave en hier een einde aan te maken zodat de rust weer zou wederkeren. Hierop zwoer Garruk dat hij dit zou doen. Hij zou er werkelijk alles aan doen om deze opdracht tot een goed einde te brengen! En hierop snelde hij de tempel uit om zijn pleegouders en zijn beste vriend Jace het goede nieuws te vertellen.

Een dag later, vertrokken Garruk en Jace om de rest van de groep, met zij samen het mysterie in Fairweather hadden opgelost, te ontmoeten. Garruk wilde hen vragen hem te vergezellen op deze heilige missie. Allen stemden onmiddellijk in om hem te helpen, met één uitzondering. Glowhand moest meer overtuigd worden voor het nut van deze missie, met name welk nut het voor hem zou hebben. Voor niet minder dan 20 gp wilde Glowhand niet meegaan. Garruk was enigszins teleurgesteld dat hij moest betalen voor Glowhand’s diensten, maar hij wist dat de skills van Glowhand zeer handig zouden kunnen zijn tijdens zijn missie. Zo gezegd zo gedaan en weldra ging de groep op weg naar Blessings Be. Na Blessings Be zou de groep naar The Mourning Cave. Garruk wilde eenmaal aangekomen in The Mourning Cave de beheerder van deze heilige plaats spreken, Jarson Tender. Eenmaal op weg fluisterde Jace bij Garruk in zijn oor: “Maak je maar niet druk om het geld dat je net aan Glowhand hebt betaald. Ik zal een mooie prijs voor hem maken als hij een keer geheald moet worden…!”.

Eenmaal in Blessings Be aangekomen, wist de groep niet veel informatie van de dorpelingen los te krijgen. De groep wordt ontvangen met een mix van zowel hoop als wantrouwen. Wel is duidelijk dat het dorpje in de greep is van angst. Wat de druïde Pembrook wel opviel was dat aan de binnenkant van de deurposten bij veel dorpelingen grof zeezout was gesmeerd. Pembrook had hier eerder over dit bijgeloof gehoord dat zeezout geesten zou tegenhouden…

De groep vertrok naar The Mourning Cave en kwam daar twee uur later aan. Bij de ingang van deze heilige plek, stonden marmeren pilaren en er was redelijke verlichting door middel van kaarslicht.

Mourning Cave.jpg
Binnen in de sanctuary waren alkoven met beelden waarin Arden Brightheart in verschillende posities was afgebeeld. Elk van deze beelden waren plakkaten waar tekst op was geschreven. Bij een zo’n beeld kon de dwerg Nrok het volgende lezen op de plakkaat:

Turn hence, whilst the darkness claim you, as it has claimed Arden Darkheart!”.

Veel tijd had Nrok niet om hierover na te denken want toen de dwerg terug stapte klonk er een harde ‘klik’ en viel het stenen beeld plotseling op de dwerg. Dit gebeurde zo onverwachts dat Nrok geen tijd had gehad opzij te springen en hij kwam dan ook onder het beeld terecht.
Met vereende krachten werd het loodzware beeld van Nrok afgetild. De dwerg was er slecht aan toe, maar knapte zienderogen op toen hij werd geheeld door de priester van Lathander.
“Nou, da’s inderdaad een fijne plek voor bedevaarders!”, gromde Nrok. “Wat is hier aan de hand!”. Veel tijd om antwoord te geven was er niet want opnieuw dreigde er gevaar, maar nu van boven.

darkmantle.jpg Opeens voelde Cyrus dat er iets bewoog tussen de stalatieten in het plafond en vloog er een donkere gedaante omlaag. Op dat zelfde ogenblik werd een deel van de gang pikdonker. Een van de ongelukkige was Garruk, die opeens het gevoel had dat hij blind was geworden!

Cyrus net op tijd naar voren gedoken en was zo buiten de range van de darkness spreuk gebleven. Via een koprol stond hij in een mum van tijd weer met getrokken zwaard klaar om zich te verdedigen tegen hetgeen wat mogelijk uit de darkness zou tevoorschijn komen.
Lang hoefde hij niet te wachten want opeens schoot er vanuit de darness een darkmantle richting Cyrus, de tentakels naar voren klaar om zich om Cyrus’ zijn nek heen te wikkelen. Cyrus stapte katachtig lenig opzij en sloeg met zijn zwaard keihard regen de darkmantle. Net zo snel als het wezen tevoorschijn was gekomen, dook het meteen weer weg in de bol van darness.

Garruk, die zich nog in de darkness bevond, voelde dat een darkmantle op zijn hoofd neerdaalde en greep razendsnel naar de tentakels voordat deze om zijn neck zouden klemmen. Na enige worstelling lukt het Garruk dit wezen van zich af te houden. Tijdens deze actie moest hij wel z’n zwaard hiervoor laten vallen.

Opeens hoorde Garruk de stem van Pembrook, die hem riep zijn kant op te lopen. Hierop gooide Garruk de darkmantle van zich af en snelde de kant op van Pembrook’s stem. Garruk was nog maar net uit de bol van darkness toen er opnieuw een darkmantle uit de darkness schoot richting Garruk. Nu waren zowel Pembrook als Cyrus voorbereid en werd dit wezen vakkundig afgeslacht.
Een voor een werden de drie darkmantles verslagen en kort daarop verdween de darkness in de gang. Eindelijk kon de groep weer verder gaan.

Aan het einde van deze gang, ging er een gang naar links en naar rechts. De groep besloot naar rechts te gaan. De gang naar rechts, ging omlaag via een aantal traptreden en eindigde aan de oever van een ondergronds meer. In het midden van het meer stond een enorm alabaster beeld van Arden Brightheart in geknielde positie, als ware het dat de paladijn in diepe gedachte was verzonken.
Opeens zag Glowhand als eerste dat het water begon te bewegen en tot zijn grote schrik, verscheen een donker wezen waar een enorme stank vanaf kwam.

Arden Brightheart.jpg
Glowhand deed instinctief een sprong naar achteren. Garruk daarentegen deed het tegenovergestelde en sprong naar voren om aan te vallen. Met een enorme klap daalde zijn zwaard ‘Nemisis’ neer op dit monster. Het monster was niet direct onder de indruk hiervan en sloeg terug met zijn klauwen.
Het monster raakte Garruk met een van zijn klauwen en onmiddellijk voelde Garruk zijn lichaam verstijven en viel hij neer. Het monster dook onmiddellijk op het lichaam van Garruk.

Uit het meer verscheen een tweede monster, omringt door een enorme stank. De groep moest zich werkelijk bedwingen niet over te geven door deze stank tijdens het gevecht. Jace probeerde deze monsters op een gegeven moment te turnen, maar het lukte hem niet, terwijl hij bijna zeker wist dat hij hier met ondoden had te maken. Toen Jace zag dat zijn beste vriend hulpeloos werd aangevreten door het monster, trok hij zijn morningstar en sloeg in op dit monster. Ook hij raakte het monster. Echter onderging Jace hetzelfde lot als Garruk toen ook hij werd geraakt door een van de klauwen. Verstijfd viel Jace op de grond.

De groep nam een andere taktiek en de bogen werden getrokken. Middels raken schoten van zowel Glowhand als Cyrus werden deze twee monsters verslagen. Snel schoot Pembrook Jace en Garruk te hulp en wist deze te healen door de ointment of healing op hun wonden te smeren. Toen de groep min of meer was opgekalefaterd werd besproken hoe men nu verder moest gaan. Glowhand had zich ondertussen afgezonderd en was naar het beeld in het midden van het meer toe gezwommen om te kijken wat er op het plakkaat was geschreven bij dit beeld. Hij las het volgende:

When strength of steel in trouble fails, silence reference knows the way.
Arden’s arm was strong and true, t’was his faith that won the day
”.

Terwijl Glowhand dit aan het overdenken was, viel hem opeens op dat er iets met dit beeld aan de hand was. Lag het nu aan hem of leek het inderdaad dat dit beeld gedraaid kon worden? Hij kon zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en draaide het beeld helemaal rond. Opeens klonk er een luide ‘klik’ en achter in de grot opende een deur, die voorheen in de rotswand zelf was verzonken.

“Jongens ik hier wat gevonden!”, riep hij de rest van de groep toe en zwom hij richting de zojuist geopende deur. Achter deze deur was een ontvangst hal met houten bureaus en een bed. Op dit bed lag een lijk waar de vliegen omheen zwermden. Het lichaam, reeds in ver gevorderde staat van ontbinding, had een katoen gewaad met daarop het symbool van Torm in goud geborduurd. Naast het bed stond een nachtkastje en Glowhand wilde dit nader onderzoeken. Opeens verscheen er boven het lichaam een geestachtige verschijning. Het gezicht was verwrongen van afschuw en afkeer. Met holle stem waarschuwde hij Glowhand deze ruimte te verlaten en dat liet Glowhand zich geen twee keer zeggen!

Even later verscheen Garruk aan de deuropening en de geest herkende Garruk als een discipel van Torm. Tijdens het gesprek dat Garruk had met de geest werd duidelijk dat dit de geest was van Jarson Tender. Hij wist niet wat er zich precies hier in de tombe had afgespeeld, maar toen het duidelijk was dat een oud kwaad naar boven was gekomen uit de diepere gewelven van de crypte, had hij zich verstopt in deze ruimte. Deze ruimte bleek een val voor Jarson te zijn geweest aangezien hij niet meer naar buiten kon vanwege de twee monsters in het meer. Jarson was overleden door hongersdood. Het enige dat Jarson aan Garruk kon geven om hem te helpen tijdens zijn missie waren de volgende voorwerpen die in de boekenkast lagen:

• 12 flesjes met Holy Water
• Wierook (Incense of meditation)
• Staf of Consecrate
• Een ketting met een aantal kralen (twee beads of blessing en één bead of healing)

De groep besloot in deze kamer te gaan rusten. Aangezien Cyrus geen voet wilde zetten in deze kamer, vanwege aanwezigheid van de geest van Jarson, besloten Cyrus en Pembrook te overnachten aan oever van het ondergrondse meer.

Vlak voordat Garruk zijn ogen sloot om te gaan slapen, vroeg hij zich af wat er zich bij Torm had afgespeeld in de tombe van Arden Brightheart? De tijd zou het leren…

 

Fairweather

   
De tempel van Astoth in Trademeet loopt leeg na een middaggebed van diverse soldaten en priesters.
Skylar kijkt de wegtrekkende menigte na als hij achter zich in de gang iemand hoort aankomen.
“Sir Skylar heeft het nieuws uit Fairweather u al bereikt?
Heeft u gehoord van de waarschijnlijk brute overval op de commune?
Er is net een druïde binnen gebracht onder het bloed en deze vertelde dat de commune een aantal dagen geleden is overvallen.
Mensen met rode kleding en zwaarden kwamen volgens hem een juweel zoeken, the Eye of the Night?
Mag ik met een paar vrienden op onderzoek uitgaan? Om te kijken wat er gebeurd is?”
Skylar draait zich rustig om en drinkt een laatste slok drinken uit een zilveren beker.
“N-rok wat wil je bereiken met een vertrek naar Fairweather?
Ik heb je nodig hier in de tempel.”
N-rok kijkt wat bedenkelijk en vervolgt dan zijn overtuigende verhaal om toch te vertrekken.
“er is een beloning uitgeloofd van 50gp per persoon voor degene die de overval in Fairweather oplossen of de commune bevrijden van hun overvallers.
Het geld dat ik krijg zal natuurlijk voor het grootste gedeelte aan de tempel ten goede komen Sir Skylar en voor de tempel van Astoth in het algemeen zal het geen kwaad kunnen als een aanhanger van ons mee helpt een commune te bevrijden.”
Skylar kijkt de dwerg voor hem glimlachend aan en vind dat hij wel een punt heeft.
Als hij door het raam naar buiten kijkt ziet hij een druïde aankomen rijden op een wolf gevolgd door een half-orc die eruit ziet als een fighter.
“Dat zijn 2 van mijn vrienden en ik haal Glowhand erbij voor de eventuele hand en span diensten, ook hebben we nog een cleric en een tweede half-orc in ons team.
Skylar kijkt N-rok aan en kijkt naar de boog van de tempel van Astoth die hij vast heeft.
“Ga naar Fairweather en zorg dat we te weten komen wat er is gebeurd.
Veel geluk voor jou en je vrienden, let op die Glowhand ik vertrouw hem nog niet.
De boog van Astoth zal je nodig hebben, neem hem mee en gebruik hem met trots.”
De dwerg kijkt Skylar met blijde ogen aan als hij hoort dat hij de composite longbow mee mag nemen en bedankt hem meerdere malen voordat hij naar beneden rent.
Beneden aangekomen ziet N-rok dat Jace bij de gewonde binnengebrachte druïde zit en dat Garruk buiten staat te wachten.
Iedereen is bij elkaar, alleen Glowhand moet nog gehaald worden bij de bouw achter de tempel.
Dit is zo gebeurd en na wat informatie te hebben ingewonnen bij de gewonde druïde pakt iedereen zijn spullen bijeen en begint de 2 daagse reis naar Fairweather.
De relatief onervaren groep gaat op pad en bij iedereen merk je dat de spanning toeneemt hoe dichter we bij ons doel komen.

De 2-daagse reis verloopt zonder problemen en de overnachtingen zijn droog en rustig.
De natuur liefhebbers zorgen voor een maaltijd en maken kleine kampvuurtjes zodat de prachtige bossen in Tethyr en geen schade van ondervinden.
In de ochtend van dag 3 bereikt de groep Fairweather en de druïde en de ranger lopen samen naar de bosrand om voorzichtig een blik op het dorp te werpen.
Het blijkt dat de rovers flink tekeer gegaan zijn.
In de tijd die op het moment verstreken is vanaf de misdaad tot nu zijn alle gewassen dor en rot geworden, het is plat gestampt of in de brand gestoken.
De rook pluimen die uit silo’s komen zijn ook het laatste bewijs dat deze in brand zijn gestoken en de oogsten zijn vernietigd.
“geen teken van leven Rider”
N-rok doet een hand boven zijn ogen om het licht te weren om verder te kunnen kijken maar ook nu ziet hij geen beweging in het dorp.
“Ik zie ook niks, we zullen erheen moeten lopen om te kijken of er nog overlevenden zijn?”
Rider is zichtbaar geroerd door het lot van de druïde commune en loopt terug naar de groep.

Als de groep de commune in loopt dan word duidelijk wat een slagveld het is.
Dode lichamen liggen verspreid door het dorp en gieren cirkelen er al boven om zichzelf van een feestmaal te voorzien.
Verder valt het meteen op dat het werkelijk krioelt van de ratten hier en dat is opmerkelijk.
Ieder dorp met graan silo’s heeft natuurlijk wel wat ongedierte maat de druïdes die hier woonden konden dat natuurlijk goed binnen de perken houden dus de hoeveelheden die er nu lopen zijn echt bijzonder.
Een half ingestorte schuur trekt de aandacht van de groep.
“Glowhand kijk of er binnen wat is.”
N-rok spoort de dief aan om wat te verkennen en deze loopt voorzichtig naar de deur van de schuur.
De rest van de groep ziet een minuut later naar buiten komen en wenken dat de kust veilig is.
Als de rest van de groep de schuur inloopt zien ze de resten van gevechten en ook lichamen liggen van de rovers in de rode kleding.
Er liggen wat zwaarden en primitieve wapens waar een stuk of 5-6 boeren zich mee hebben proberen te verdedigen.
Het valt Jace op dat de lichamen allemaal vol zitten met kleine beetjes en schrammen en al snel word duidelijk dat dit van de ontelbare ratten afkomstig moet zijn, ook concludeert de groep dat de lichamen van de rovers definitief niet uit Tethyr komen.

“Mannen ik heb een gat gevonden links achterin de schuur achter het puin van het ingestorte dak.”
Glowhand komt achter een stapel puin vandaan lopen en klopt wat stof van zijn schouders af.
“De stank van rottend vlees en ander spul word trouwens erger daar dus doe wat voor je mond en neus net als ik.”
De tip van Glowhand wordt opgevolgd en de groep loopt naar de linker hoek van de schuur achterin.

N-rok staat bij het gat en kijkt een donkere tunnel in naar beneden.
Ondanks dat hij goed kan zien zonder licht kan hij het einde niet inschatten.
Als de boel begint te kraken doet hij een stapje terug en Rider neemt zijn plaats in om het gat te onderzoeken.
Dat onderzoek blijkt zeer grondig als na een paar seconden de druïde onderuit gaat en verdwijnt in de donkere tunnel.
De groep kijkt gespannen naar beneden en hoort wat gekreun en gebrabbel.

Als er een light spreuk wordt uitgesproken weet iedereen dat Rider in orde is en we besluiten allemaal af te dalen.
Glowhand’s touw wordt vastgebonden aan een overblijfsel van een stal en iedereen gaat om de beurten de donkere tunnel in.
Beneden word iedereen opgevangen en het verloopt zonder al te veel problemen totdat de dief als laatste naar beneden moet en deze toch wat overmoedig blijkt.
Op de helft van de tunnel hoort de rest van de groep een kreet en Glowhand stort naar beneden.
Hij word gevangen door de 2 half-orcs maar de wonden zijn toch aanzienlijk.
De genezende krachten van de cleric van Lathander (Jace) die brengen iedereen die wat brak weer op de been.
De lucht hier beneden is bijna ondragelijk. Iedereen doet een doek of iets anders voor zijn neus en mond om de stank wat beter te kunnen verdragen.
De ratten rennen hier echt met honderden door de gangen en er zitten forse exemplaren bij die door de fighters en de dwerg worden verjaagd.
Er worden een aantal lijken gevonden als de ratten de gangen in rennen.
Een drietal boeren en 2 van de rovers.
De gangen die hierna gevolgd worden die hebben hetzelfde beeld als de eerste, ratten en stank.
We komen bij een opslag waar een aantal vaten, zakken en silo’s met voorraad gestaan moeten hebben.
Ook hier is de stank van rottende gewassen zeer door dringend.
Garruk ziet een paar benen onder een paar zakken uitsteken en hij ziet een gedeelte van een leather er boven uit komen.
Als de erheen loopt hoort hij een vreemd soort getik?
De rest van de groep en Glowhand in het bijzonder bekijken wat overige goederen in de kamer.
Zo worden er een aantal uitrustingen gevonden die volgens Glowhand weinig bijzonders bevatten buiten een paar flesjes met een etiket erop “Silversheen”. Dit blijken flesjes waarmee je wapens kan prepareren zodat ze dezelfde eigenschap krijgen als zilveren wapens.
“Monster !!!” een kreet van Garruk doet de rest van de groep omkijken en iedereen ziet dat de fighter word aangevallen door een gigantische centipede die achter de vaten tussen de lijken van de rovers vandaan komt.
De 2-hander van Garruk suist door de lucht en raakt de centipede op de rug die beschermd word door een stevig pantser.
Skullcrusher snelt te hulp en heeft duidelijk kunnen kijken waar de centipede’s zwakte ligt, want hij slaat het insect zonder pardon aan stukken.
De lijken achter de vaten blijken er al een tijd te leggen en in een staat te zijn die de lucht in deze kamer verklaart.
Na alles te hebben nagekeken vervolgen we de weg en komen in een modderige kamer met een hoop halve en hele muurtjes die van modder gemaakt zijn.
Het eerste wat de groep opvalt is dat het waarschijnlijk is gemaakt als bescherming of hinderlaag?
Na een paar minuten twijfel gaat N-rok als eerste naar binnen en wat we dachten blijkt al snel waar.
De dwerg word aangevallen in een flits door meerdere giant rats, helse pijnen schieten door de armen van de dwerg als hij een paar krabben van de beesten oploopt.
De beten die volgen doen de dwerg door zijn benen zakken en de hulp van Skullcrusher en Garruk komt maar net op tijd.
De pijlen van Glowhand en de healing van Mielikki die door Jace worden uitgevoerd helpen de hakkers van de ploeg om de ratten de baas te worden en te verdrijven.
N-rok heeft pijn scheuten en doet er alles aan om op de been te komen, Garruk en Skullcrusher gaan voorop en vervolgen de weg door het doolhofachtige modderige complex.
De dwerg loopt wat achterop om op krachten te komen en de twee half-orcs nemen de voorste linie over.

Een knarsend, dierlijk geluid trekt de aandacht van de groep.
De gang loopt verderop in een scherpe bocht naar links en daar achter is het geluid te horen.
Langzaam lopen de voorste twee vechters naar voren.
Een gigantische das legt op de grond en is op sterven na dood.
Het is duidelijk dat hij een gevecht heeft gehad met een stuk of 4-5 grote ratten die dood om hem heen leggen.
De groep bedenkt zich geen moment en met de laatste healings van Mielliki en een gedeelte van een healing potion die N-rok in ene in zijn rugzak voelt (waarschijnlijk een kado van Skylar?) word de das op de been gebracht en deze lijkt met ons mee te lopen om misschien een uitgang te zoeken uit deze bende en viezigheid hier beneden.
De gang komt uit op een doodlopend stuk met een gat in het plafond.
Voorzichtig klimt Glowhand naar boven en het blijkt uit te komen in een iron oak.
Deze bomen worden vaak door rangers en druïden gebruikt als schuilplaatsen of zelfs huizen.
De dief zegt de rest boven te komen en de groep besluit hier te over nachten.
In de voor avond gaan Glowhand en Pembroke nog naar buiten voor wat eten en bekijken van een afstand de commune waar nog niks veranderd lijkt te zijn.
De volgende ochtend zijn alle spreuken weer tot de cleric en de druid gekomen en ook de rest van de groep ziet er een stuk frisser uit.
Met een paar healings en het oppoetsen van de zwaarden zijn we klaar om vandaag een einde te maken aan het mysterie van Fairweather.

Met de laarzen onder de vieze modder en doorweekte voeten komt de groep eindelijk in een stuk van het ondergrondse complex waar het wat minder nat en modderig wordt.
De grond wordt harder en sommige stukken lijken zelfs aangelegd door mensen handen.
Als Garruk op een gegeven moment stopt en N-rok wenkt om naar voren te komen kijken de drie een smalle gang in die zeer schuin naar beneden loopt.
Ook de dwerg kan niet goed inschatten of bekijken waar de gang uitkomt en ze besluiten maar op de gok naar beneden te gaan.
Glowhand gaat als eerste om te kijken of hij wat ziet beneden, als hij een paar seconden later de rest wenkt om naar beneden te komen lijkt het mee te vallen.
Dat blijkt echter niet helemaal waar als de groep op een smalle rand terecht komt die om een grote poel van een mengeling van dik water, modder en andere viezigheid heen legt.
De rand lijkt buiten dat hij smal is ook erg glad en N-rok die door de healings van Jace weer aardig op de been is zegt als eerste naar de overkant te gaan om dan een touw of iets deze kant op te gooien.
Als de dwerg halverwege het ronde pad is dan blijkt hoe glad het is als hij weg glijd en naar beneden valt de smerige poel in.
Zijn lichte armor is in dit geval een zege voor de ranger omdat de hij zo niet zo snel in de drab wegzinkt als een ander.
“Niet goed!!!”
Glowhand geeft een kreet en pakt zijn kruisboog en ook de rest van de groep ziet dat er een gedaante in het water richting N-rok zwemt.
Iedereen begint te schieten met pijlen en bolts om de aandacht van het water monster van de dwerg af te leiden maar dit lukt maar gedeeltelijk.
N-rok moet voor de derde keer deze dag zichzelf verdedigen tegen een monster dat hij nog nooit gezien heeft en deze keer in het water heeft hij toch echt weer een probleem.
Met toegeworpen touwen en het blijven schieten van de groep weet N-rok echt met zijn laatste krachten uit het water te komen en zwaar gewond legt hij op het smalle pad als Jace en Rider wederom toesnellen om de dwerg van een wisse dood te redden.
Het water monster trekt zich terug naar de diepte? Als de pijlen en bolts hem nog diverse keren raken, maar het zal zeker terug komen voor voedsel als de volgende erin zou vallen.
De gehele groep zal naar de overkant moeten aangezien dat de enige logische vervolg weg is die we hebben kunnen vinden.
Er word een plan gemaakt via touwen die Rider dan in de muur zal slaan met haken van Glowhand.
Een touw langs de stenen muur om je vast te houden zal moeten voldoen om niet naar beneden te vallen.
Het blijkt een paar minuten later inderdaad te werken.
Rider heeft de touwen goed bevestigd en iedereen komt naar de overkant, totdat de wolf van Rider het pad neemt.
Het arme beest glijdt in het midden weg en word vrijwel direct in het water opgewacht door het hongerige wezen wat daar dus nog steeds lag te wachten.
Kansloos gaat hij ten onder en Rider is eerst kwaad en daarna ontroostbaar.
“Vanaf nu heet ik geen Rider meer maar Pembroke.”, zo meld de druïde de rest van de groep dat hij zijn metgezel kwijt is.

Rider is ontdaan van de dood van zijn wolf maar weet ook als geen ander dat hij door zal moeten gaan.
Iedereen heeft het idee dat we dicht bij de oplossing van het mysterie van Fairweather zijn en spoedig erachter zullen komen of de diamant van de druïde’s is gestolen of toch bewaard is gebleven.
De gang die loopt vanaf de andere kant van de moerasachtige pit is een solide gang en het geluid van duizenden ratten is ook hier nog steeds hoorbaar.
We lopen richting een kamer die duidelijk met zorg is aangelegd en we zien een bed staan en een hoop vaten,resten van kleding,kratten en stuk gescheurde boeken of scrolls?
In de hoek van de kamer zit een gat wat eigenlijk niet te zien is omdat het letterlijk borrelt van de ratten stroom die er continu uit lijkt te komen.
Het rare van het hele gebeuren is dat er midden in het gat een stok staat met een knapzak hieraan gebonden?
De ratten schieten weg door allerlei gaten en tunnels het complex in dus we hebben duidelijk de bron gevonden.
Cyrus de donkere barbarian die loopt als eerste een stuk de kamer in terwijl N-rok en Glowhand klaar staan met afstand wapens.
Als de barbarian een meter of 5 de kamer in is gelopen blijkt dat we niet alleen zijn.
Een aantal grote ratman springen tevoorschijn ze staan onder leiding van een wezen dat half mens en beest lijkt ook wel een werebeast genaamd.
Een kreet van Glowhand waarschuwt Cyrus en Garruk komt zonder enige twijfel met een strijdkreet zijn ras genoot te hulp.
Een heftig gevecht ontstaat en de vechters worden ondersteund door de pijlen en bolts van de ranger en de dief, deze hebben hun pijlen ingesmeerd met de silversheen en dat lijkt effect te hebben op de werebeast.
Cyrus slaat hard in op de ratman en Torm lijkt met de barbarian te zijn als alle slagen door lijken te komen.

Garruk maakt het karwei af terwijl N-rok de laatste ratman met pijlen doorboort.

Het is rustig alleen het gat in de hoek met de ratten stroom lijkt nog onschadelijk gemaakt te worden.
We proberen het een en ander uit bij het gat.
We pakken de stok eruit en proberen later bodem te vinden door de stok er weer in te steken.
Glowhand opent ondertussen een aantal kisten die vol blijken te zitten met waardevolle spullen.
De geboren dief doet een greep in de kist en roept dan Jace om hem te laten zien wat hij heeft gevonden.
“Voor de ploeg!” zegt Glowhand trots als hij de cleric naast hem trots aankijkt.
Jace kijkt hem wat argwanend aan en pakt een aantal spullen en goud stukken om later te verdelen.

Pembroke heeft er genoeg van en wil het weten. Hij spreekt een invisibility to animals uit en laat zich in het gat zakken aan een touw dat word vast gehouden door de twee half-orcs.
Er gebeurt van alles in het gat en af en toe horen we een kreun of voelen we iets aan het touw trekken. Pembroke is duidelijk ergens mee bezig en iedereen kijkt wat verbaasd op als hij eruit klimt met een maan aan zijn zijde die van hout lijkt gemaakt?
Kreunend en steunend wijst de curieuze uitziende man naar de knapzak en als hij die krijgt aangereikt dan pakt hij een pot met een soort zalf waar hij zichzelf mee begint in te smeren.
Hij knapt er duidelijk van op.
“Mijn naam is Thistle, in het gat ligt een open zak. Deze moet dichtgemaakt worden om de stroom ratten te stoppen.” Pembroke twijfelt niet en laat zich zakken.
Enkele ogenblikken later komt de druïde met een dichte zak uit het gat en de ratten stroom stopt.
“Bedankt voor de hulp mogen de goden jullie eren voor deze daad.” Thistle uit zijn dankbaarheid naar de groep avonturiers die voor hem staan.
“Is de Eye of the Night nog veilig?” vraagt Pembroke.
“Ze is veilig en het word tijd haar over te geven. Ik ga de commune opbouwen en zorgen dat hij net zo bloeiend zal worden als voor deze aanval.” Thistle geeft een topaas die hij uit zijn borst haalt aan Pembroke.
Wat onwennig pakt de druïde de edelsteen aan als Thistle vervolgd. “De overvallers van de commune waren mijns inziens zeker een dienaar van een groter kwaad. Wie of wat ze stuurde is mij niet bekend en wat ze wilde met de Eye of the Night weet ik ook niet. Ik hoop dat jullie je ogen open houden voor eventuele ontwikkelingen, alsnog bedankt voor de hulp. Ik ga nu via de oude eik naar boven en zal een aantal druïdes opzoeken die de bossen zijn ingevlucht. Het ga jullie goed en hou het veilig!”

Thistle loopt de groep vooruit vaan het gat wat naar de oude eik leidt waar we de avond daarvoor nog de nacht door brachten. Als de groep volgt legt N-rok zijn hand op de schouder van Pembroke.
“Pembroke? Wat ga je met de steen doen die Thistle je net heeft gegeven en wat betekent het voor onze jonge avonturiers groep?” De verwarde druïde trekt een bedenkelijk gezicht en loopt zwijgend door.